Optimisme over vrede in Colombia

AMSTERDAM, 28 NOV. De kans is reëel dat er een einde komt aan de binnenlandse strijd in Colombia. Dat zegt Daniel Garcia Penya, die door de Colombiaanse regering van president Ernesto Samper is aangewezen om vredesonderhandelingen met de twee guerrillagroeperingen in het land op te zetten. Hij zoekt in Europa steun voor de oprichting van een internationale commissie die de gesprekken moet begeleiden.

“De guerrillabewegingen zijn minder dogmatisch geworden, terwijl reactionaire groeperingen in het land nu minder afwijzend staan tegenover een aantal sociale maatregelen waarvoor de guerrillagroeperingen strijden”, aldus Garcia Penya. De twee guerrillagroeperingen, het ELN (Nationaal Bevrijdingsleger) en de FARC, voeren al bijna 30 jaar oorlog tegen de regering in Bogotá. Volgens de regering is de tijd rijp om een einde te maken aan de oorlog. In een referendum steunde een meerderheid van de Colombianen vorige maand het initiatief van president Samper onderhandelingen te beginnen. “Deze regering zal de start niet meer meemaken”, zegt Garcia Penya, “Volgend jaar maart worden de parlementsverkiezingen gehouden en in mei de verkiezingen voor een nieuwe president. Binnenkort wordt per decreet een commissie in het leven geroepen die een raamwerk met procedures voor de onderhandelingen moet maken.”

De guerrillabewegingen hebben nog niet volmondig ingestemd met de onderhandelingen. Volgens Garcia Penya is dat het gevolg van de trage besluitvorming bij de groeperingen, die over vele schijven gaat. “De guerrillagroeperingen zijn onderling verdeeld over de onderhandelingen. Er moet veel worden afgestemd.” Wel hebben ze lijstjes ingediend met de belangrijkste inhoudelijke punten waarover gesproken moet worden. Garcia Penya: “Daarop staat bijvoorbeeld hervorming van de landbouw, een bekend strijdpunt van de guerrillastrijders, waarover binnen de regering de meningen verdeeld waren. Toch wordt nu met landbouwhervormingen geëxperimenteerd, met steun zelfs van conservatieve facties die tot voor kort mordicus tegen waren.” Aan de andere kant zijn volgens hem ook de guerrillabewegingen milder geworden in hun standpunten, “die steeds meer gaan lijken op het gedachtegoed van Europese sociaal-democratische partijen.”

Niet te onderhandelen valt er volgens Garcia Penya over de drugskartels. Beide groeperingen tonen zich echter voorstander van de aanpak van de kartels, ondanks de nauwe banden die ze soms met de 'narco's' hebben. “De drugshandel fungeert als smeermiddel voor de oorlog. Drugshandelaren en guerrilleros opereren in hetzelfde gebied. De drugshandelaren halen voor de guerrillabewegingen wapens en de bewegingen doen daar weer wat voor terug. Er zijn banden, maar er is geen nauwe samenwerking. Integendeel zelfs. Soms heft een guerrillagroep een 'revolutionaire belasting' op een plantage of een airstrip in de jungle die gebruikt wordt voor illegale vluchten.”

Garcia Penya zegt in Europa “veel belangstelling” te hebben ontvangen voor de onderhandelingen die de Colombiaanse regering wil beginnen. “Meer dan ik vermoedde zijn de Europeanen begaan met het land.”