'Nederlandse jeugd echoot zelfgenoegzaamheid'

De Nederlandse jeugd denkt negatiever over buurlanden dan twee jaar geleden, zo bleek uit het gisteren verschenen onderzoek 'Burenverdriet'.

AMSTERDAM, 28 NOV. Verbaasd is ze niet, over de toenemende aversie van middelbare scholieren tegen buurlanden. Volgens C. Bijen, bestuurslid van de internationale studentenvereniging AIESEC, dénken Nederlandse jongeren dat ze tolerant en 'internationaal' zijn, maar valt dat in de praktijk tegen. Elk jaar organiseert AIESEC vele buitenlandse stages en elk jaar komen er vele teleurgestelde Nederlanders terug. “Ze denken dat ze alles beter weten, dat ze iets kunnen veranderen, in welk land dan ook. Dat lukt niet en dan balen ze”, aldus Bijen.

Nederlandse scholieren hebben een slechter beeld van Frankrijk en België dan twee jaar geleden, zo bleek gisteren uit het onderzoek Burenverdriet van het Instituut Clingendael. In 1995 constateerde Clingendael dat 55 procent van de ondervraagden een positieve houding had ten opzichte van Frankrijk; nu is dat 44 procent. Het land dat bij jongeren de meeste weerstand oproept is Duitsland, evenals in 1995 en 1993. Uit Burenverdriet blijkt ook dat ze alle afzonderlijke Europese landen negatiever beoordelen dan twee jaar geleden.

Vier jaar is te kort om van een trend te spreken, oordeelt de Utrechtse hoogleraar jeugdstudies W. Meeus. Dus of jongeren steeds negatiever denken over buurlanden is onduidelijk, volgens hem. “Maar als we even van deze resultaten uitgaan, dan zijn er over Frankrijk en België verklaringen te bedenken: zowel de kritiek van Chirac op ons drugsbeleid als de affaire-Dutroux, zijn onderwerpen die jongeren raken.” Nederlandse jongeren hebben een liberale houding over drugs, ze denken 'dat maak ik zelf wel uit, wat denkt die bemoeizuchtige Chirac wel niet?', zegt Meeus. En de Belgische affaire-Dutroux legt een verschijnsel bloot waar jongeren altijd een hekel aan hebben: machtsmisbruik door volwassenen.

Toch vallen Nederlandse jongeren vergeleken met andere nationaliteiten doorgaans op door hun openheid voor andere culturen, zegt Meeus. Enigszins verbaasd is hij dus wel over de resultaten van Burenverdriet.

Zo niet de historicus H. von der Dunk. Eigenlijk zijn jongeren net zo arrogant en dikhuidig als volwassen Nederlanders, vindt hij. “Wij vinden onszelf zo aardig, zo prachtig. Nederland heeft een vergaande Oostindische doofheid voor kritische geluiden van buiten.” De politionele acties in Indonesië, affaire-Srebrenica en recent de arrestaties tijdens de Eurotop vindt Von der Dunk voorbeelden van kwesties die Nederland verdringt en waar geen echte nationale discussie over ontstaat. “Die zelfgenoegzaamheid werkt door naar de jeugd. Want een scholier is net een echoput: wat je er ingooit komt er weer uit.”

Het negatieve beeld dat de jeugd heeft van Duitsers, verbaast Von der Dunk evenmin. Het is en blijft diepgeworteld, zegt hij, door de Tweede Wereldoorlog. Bovendien speelt volgens hem het Calimero-effect een rol: Duitsland is het grote buurland waar we ons graag tegen afzetten. Bezorgd is hij wel. Zo zou het fataal zijn als er een generatie opgroeit die geen Duits spreekt. “Dat lijkt me niet goed voor de economische relatie. Dit jaar meldden zich twaalf studenten voor Duits in Utrecht, even weinig als Chinees.” Net als na het onderzoek in 1993 pleit hij voor meer onderwijs over de Bondsrepubliek. “Duitsland heeft een keurige democratie gekregen, maar dat is voor geschiedenisleraren natuurlijk saai om te vertellen.”

Volgens stage-organisator Bijen van AIESEC komt de algemene afkeer van Nederlandse jongeren tegen buurlanden ook door het gemak waarmee ze tegenwoordig naar Brazilië of Singapore vliegen en met de hele wereld communiceren via Internet. “Daardoor is de belangstelling en het respect voor buurlanden afgenomen”, aldus Bijen.

    • Herman Staal
    • Frederiek Weeda