Lolligheid in een oude vertrekhal

Voorstelling: Golden Palace, regie: Ingrid Kuijpers, spel: Wim Bouwens, David Eeles, Monique Kuijpers, Nanette Kuijpers, Trudie Lute en Rense Royaards. Gezien: 25/11, Open Haven Museum, Amsterdam. Aldaar t/m 29/11 en 2 t/m 6/12. Inl.: (020) 419 45 42.

Terwijl de neonreclame boven de gesloten bar doorlopend de rits 'Golden Palace', 'welkom', 'de koffie is klaar' en 'dagsoep: kippe' voorbij laat rollen, wordt ter afsluiting nogmaals het themanummer van de voorstelling gezongen. “Anyone who ever loved, would take me in his arms...” Het is duidelijk waar de zes personages in Golden Palace van Ingrid Kuijpers gedurende anderhalf uur naar op zoek zijn geweest. Pas nu, op het moment dat de gewone verlichting is vervangen door theaterbelichting, komt de evergreen van Bacharach zonder gêne recht uit hun hart. Daar is heel wat eenzaam gestuntel aan vooraf gegaan.

Golden Palace speelt zich af in de Kompashal, de voormalige vertrekhal van de Koninklijke Nederlandse Stoombootmaatschappij (KNSM) in Amsterdam. Deze wachtruimte werd in 1956 ontworpen, met alle mozaïek, langwerpige lampen en pastelkleuren vandien. De rotanzitjes zijn verdwenen, evenals de sfeer van rust, veiligheid en verzorging die de KNSM haar klanten wilde geven. De zes individuen die de ruimte nu bevolken zijn geen intimi, die letterlijk afscheid komen nemen of wachten op de volgende boot. Hoogstens wachten zij op geluk en nemen zij in de loop van het stuk afscheid van hun eigen onvermogen, maar deze inhoudelijke koppeling aan de ruimte is vrij gezocht.

De drie mannen en drie vrouwen oefenen samen met een pianist (Kees van Zantwijk) verschillende acts. Gesproken wordt er nauwelijks, bewogen des te meer en veel loopt mis. Een nonchalante sprong op een barkruk, een gevoelig dansje met wapperende sjaaltjes en een gekwelde blues-choreografie zijn niet zo makkelijk als echte showbizz en kunst doen geloven. Zeker niet voor types die al moeite hebben te vragen waar de soep toch blijft. Ook niet wanneer de een de ander belachelijk maakt om zelf de ster te kunnen zijn.

De personages zijn in alles wat ze doen karikaturen. Deze typetjes-speelstijl leunt sterk op de mimekwaliteiten van de acteurs en op uitvergroting. Daarbij vormt de onhandigheid van de personages de invalshoek. Hierdoor krijgen bijna alle situaties een kolderieke draai. Niets is zo gênant als om een introvert iemand geforceerd uit z'n bol te zien gaan. Het is ook lachwekkend, maar niet keer op keer.

Wat dat betreft is Kuijpers te weinig subtiel en slaat de balans erg vaak door naar de lollige kant. De ontwikkeling ligt voornamelijk in 'van gek naar steeds gekker', tot een orgastische paringsdans en een semi-gijzeling aan toe. De gestileerde scènes laten meer te raden over en zijn daardoor boeiender. Het gezamenlijk op een rijtje woordeloos bestellen van en roeren in een kop koffie is een voorbeeld. Net zoals de bevroren pose tijdens 'de soep' op een dramatische pianocompositie van Skrjabin.

    • Mirjam van der Linden