Levenslustig publiek bij lusteloos Oasis in morsige veehal; De waardering voor iets hogers

Concert: Oasis. Gehoord: 27/11, Brabanthallen, Den Bosch.

De liedjes moesten het doen, en het publiek. Niet de band, niet de zaal, niet de show. Want bij het concert van de Engelse popgroep Oasis waren dat juist de punten die in hun nadeel spraken. De zaal was een grote morsige sfeerloze veehal met een akoestiek van niks. De band straalde weinig bezielends uit en speelde niet opzienbarend. Het decor en de lichten waren bij vlagen aardig maar niet indrukwekkend.

Toch zag je zwaaiende, meezingende, opgetogen, levenslustige mensen om je heen, die door de muziek eventjes uit hun dagelijkse zorgen leken te worden getild. De opwekkende kracht van de vaak briljante songs van Oasis, die sterke melodieën combineren met een onweerstaanbaar zelfvertrouwen, was duidelijk te zien.

Het gekke was dat de band er zelf weinig lol in leek te hebben. De muzikanten stonden er als zoutzakken bij. Zelfs zanger Liam Gallagher, die het charismatische middelpunt zou moeten zijn, lummelde maar wat rond op het podium: hij ging eens op zijn hurken zitten, keek wat om zich heen, liep 's naar de zijkant en terug, en nam dan zijn vaste pose achter de microfoon weer aan, handen op de rug. Hij en zijn broer, leadgitarist Noel Gallagher, zeiden soms iets tegen het publiek maar ze spraken te zacht en te snel om verstaanbaar te kunnen zijn. Toen Liam bij het liedje 'Some Might Say' zo nu en dan wegliep van de microfoon en zijn broer de zang liet opvangen, vreesden velen een herhaling van het concert in Utrecht in januari '96, toen Liam het wegens keelproblemen al snel voor gezien hield en Noel de rest van het korte optreden zong.

Het viel mee deze keer. Liam bleef tot het eind van het optreden op het podium, en zong goed. Noel voegde er speelse improvisaties aan toe en speelde veel solo's, die soms te lang doorgingen maar op andere momenten als variaties op de melodie van het liedje goed uitpakten. De bijdragen van de bassist en tweede gitarist, die onopvallend naast elkaar stonden, zich nauwelijks verroerend, waren bijna niet te horen. Het spel was vaak rommelig, en op een gegeven moment saai, zoals tijdens het door Noel gezongen matige nummer 'Magic Pie'.

Maar aan het eind, teruggeroepen door een enthousiaste menigte, leek Oasis toch nog even de geest te krijgen. Een fraai meeslepende versie van publieksfavoriet 'Champagne Supernova' leek na een uur en drie kwartier het voor de hand liggende eind, maar de groep zette verrassend nog een nummer in, de b-kant 'Acquiesce', een van Oasis' beste songs. Het geloof in iets hogers - liefde, onbaatzuchtigheid, niet zozeer religie - dat uit dat nummer spreekt was wat het publiek zo waardeerde in de liedjes die het heft gisteravond in handen namen.

    • Sietse Meijer