'Kwaliteit staat voorop'; Minister positief over uitzendleraar

DEN HAAG, 28 NOV. Minister Ritzen (Onderwijs) staat positief tegenover het inzetten van uitzendkrachten in het onderwijs. De kwaliteit van de uitzendkrachten moet echter wel dezelfde zijn als die van de vaste krachten.

Dat liet de minister gisteren weten in overleg met de Tweede Kamer. Ritzen zei dat er geen sprake kan zijn van een gedoogbeleid. “Het is ja of nee, en anders niet.” Hij zei dat “uitzendarbeid wel ingepast moet worden binnen een personeelsbeleid dat recht doet aan het lerarenberoep. Er mogen geen tweederangsleraren ontstaan”.

De Kamer bleef verdeeld over de uitzendleraren. Lambrechts (D66) zie het “als ouder niet prettig” te vinden als er drie keer per jaar een andere leraar voor de klas kwam. “Dan heb je toch het idee dat het ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs.”

VVD'er Pastoors meende echter dat er ook in het onderwijs ruimte moet zijn voor flexibiliteit. “Ik zie niet in waarom een uitzendleraar per definitie slechter zou zijn dan een vaste kracht. Als de selectiecriteria zorgvuldig gehanteerd worden, juich ik het inzetten van uitzendkrachten zelfs toe.

De Kamer sprak gisteren ook over de USZO, de instantie die zorg draagt voor de uitkeringen voor onderwijs- en overheidspersoneel. Ritzen zei dat de instelling, die jarenlang grote fouten maakte bij de uitkering van de gelden en in mei van dit jaar het ministerie als klant dreigde te verliezen, “aan de beterende hand” is.

Hoewel de Kamer zei blij te zijn met de vooruitgang, hebben de grote partijen weinig vertrouwen in de uitkomst van een volledige reorganisatie, per augustus volgend jaar.

Ritzen moet daarom iedere drie maanden uitgebreid verslag doen van de vorderingen bij de USZO. De Kamer legde de schuld van het slecht functioneren van de uitkeringsinstantie bij de minister. Volgens CDA-woordvoerder Van der Hoeven heeft het steeds wisselende beleid van het ministerie het voor de USZO onmogelijk gemaakt goed te functioneren. Ritzen ontkende dit met kracht.

De Tweede Kamer is het oneens met Ritzen dat oudere werkloze leraren met een uitkering niets mogen bijverdienen. De eventuele bijverdiensten van de leraren worden nu, net als in andere sectoren, gekort op de uitkering, ook al is die gebaseerd op een parttime baan.

Dat bleek gisteren tijdens een algemeen overleg tussen minister en Kamer over wachtgelden in het onderwijs. Liemburg (PvdA) meende dat de uitkering die zeventig procent van het laatst verdiende inkomen bedraagt, mensen niet motiveert om weer aan de slag te gaan. Vooral voor parttimers daalt het inkomen dusdanig dat zij juist wel de ruimte moeten krijgen iets bij te verdienen.

Alle vier de grote partijen wezen Ritzen op zijn eerdere uitspraak dat niemand onder het minimum mag komen. Dat betekent dat iedere leraar die na zijn 55ste jaar werkloos is geworden, tot zijn pensioen recht heeft op 70 procent van het laatst verdiende salaris.

Ritzen zei echter geen reden te zien de zogenoemde 70 procentregeling aan te passen.