KNMI beticht van misbruik sterke positie

DEN HAAG, 28 NOV. Minister Wijers (Economische Zaken) bespreekt vandaag met zijn collega Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) de wenselijkheid van een onderzoek naar het marktgedrag van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.

Wijers zei gisteren in een vergadering met de Vaste commissies voor Economische zaken en Justitie in de Tweede Kamer “erg geschrokken” te zijn over informatie die zijn partijgenote mr. Marijn de Koning over het KNMI aandroeg. Daaruit zou blijken dat het KNMI misbruik maakt van zijn positie als semi-overheidsbedrijf en openbare dienstverlener tegenover particuliere weerstations. De Koning deed namens de vier grootste fracties in de Kamer (PvdA, VVD, D66 en CDA) het verzoek om het KNMI zo snel mogelijk te betrekken in het onderzoek dat de regering bij diverse bedrijfstakken en semi-publieke diensten laat uitvoeren naar marktwerking en deregulering.

Volgens het D66-Kamerlid laat het KNMI concurrent Meteo Consult 180.000 gulden per jaar betalen voor radarbeelden van neerslag, en wordt deze informatie vervolgens op Internet gezet waar ze gratis toegankelijk is voor iedereen. Verder maakt het KNMI gebruik van gekopieerde informatie die Meteo Consult verspreidt over gladheidsbestrijding in het land, waardoor dit bedrijf klanten worden afgepakt. Het KNMI voert “een volstrekt onduidelijke boekhouding”, waardoor controle vrijwel onmogelijk is, aldus De Koning. Wanneer Meteo Consult klachten over het KNMI deponeert bij het departement van de verantwoordelijke minister (Jorritsma) “ligt er binnen drie minuten een fax bij de directeur van het KNMI”. Woordvoerder Harry Geurts van het KNMI zegt dat het instituut geen commentaar geeft tot minister Jorritsma de opmerkingen en vragen uit de Kamer heeft beantwoord. Volgens directeur Harry Otten van Meteo Consult lijdt zijn bedrijf jaarlijks een schade van 3 à 4 ton als gevolg van “prijsdumping” en “oneerlijke concurrentie” door het KNMI. Daarbij gaat het om “zeer lage” tarieven die het instituut berekent voor radiopraatjes van medewerkers en voor informatie over gladheidsbewaking. Otten: “Wat ons het meest steekt is dat het KNMI geen strikte scheiding hanteert tussen zijn commerciële afdeling en de afdeling die publieke taken vervult. Ze stellen mensen uit de publieke afdeling beschikbaar voor commerciële weerinformatie. Daarbij berekenen ze slechts een tarief voor de tijd dat deze mensen fysiek voor de media optreden. Maar een goede voorbereiding en het selecteren van beelden en kaartmateriaal vergen veel meer tijd.”

Minister Wijers reageerde in de commissievergadering ook op de rol die energiedistributiebedrijven spelen als ze commerciële activiteiten ondernemen die niet aan de energielevering zijn gerelateerd, zoals kabel-tv, telecommunicatie, afvalverwerking en deelnemingen in Sport7 en het voetbalstadion Gelredome van Vitesse (NUON in Arnhem). Volgens een rapportage van Andersen Consulting halen de betrokken bedrijven nu slechts 3 procent van hun omzet buiten de energiesfeer, maar zal dit aandeel stijgen. Bovendien, zo betoogde het Kamerlid Van Walsum (D66), gaat het hier wel om veel geld omdat de omzetten van de distributiebedrijven hoog zijn. De Kamer en minister Wijers onderschrijven de conclusie van Andersen Consulting dat betere risicoberekening en een garantieregeling nodig zijn. Daarmee moet worden voorkomen dat verliezen op niet-energiegerelateerde activiteiten worden afgewenteld op de kleinverbruiker van energie, die geen andere leverancier van elektriciteit en gas kan kiezen.

De minister wil “geen heksenjacht” op de energiebedrijven. Goed gefundeerde investeringen buiten de energiesector verbiedt hij niet, wel schenkt hij “kritische aandacht” aan het verschijnsel. Wijers wees op de verantwoordelijkheid die bestuurders en commissarissen hebben om gedegen toezicht uit te oefenen. “Als een investering mij toch zorgen baart, zal ik de eerste zijn om in te grijpen, want ik ben verantwoordelijk voor de bescherming van de kleinverbruikers.”

Niet uitgesloten is dat de energiebedrijven in de toekomst met meer 'dranghekken' te maken krijgen, want de minister laat onderzoek doen naar het functioneren van zogenoemde multi-utility-companies in het buitenland: bedrijven die nutsvoorzieningen combineren met de levering van andere diensten.