Katholieke kerk steeds meer zaak van vrijwilligers

NIJMEGEN, 28 NOV. De katholieke kerk in Nederland wordt in toenemende mate een vrijwilligersorganisatie.

Elke parochie heeft gemiddeld de beschikking over honderdzeventig vrijwilligers, die gezamenlijk het werk doen van dertien fulltime-krachten. Dat blijkt uit een onderzoek van het Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut (Kaski). De uitkomsten werden vandaag op een congres in Nijmegen gepresenteerd.

Vrijwilligers worden steeds belangrijker voor de katholieke kerk, zo concludeert het Kaski. Momenteel zijn er naar schatting 285.000 vrijwilligers die zich voor de kerk inzetten, omgerekend zo'n honderdzeventig per parochie. Elk van hen werkt drie uur per week in de kerk, en verricht daar voornamelijk “uitvoerend” en “voorwaardescheppend werk”. De inhoudelijke inbreng is beperkt, zo blijkt uit het onderzoek: de pastor staat nog steeds centraal en wordt beschouwd als “geestelijk leider”. Slechts dertien procent van de vrijwilligers houdt zich ook bezig met inhoudelijke zaken als catechese, diaconie en pastoraat.

Het onderzoek onder vrijwilligers is het derde op rij. Ook in 1977 en 1987 heeft het Kaski, dat vandaag in Nijmegen zijn vijftigjarig bestaan viert, bekeken in welke mate vrijwilligers in de parochies actief zijn. In vergelijking met tien jaar geleden wordt er per vrijwilliger langer gewerkt.

Dat moet ook wel, want het aantal vrijwilligers nam in absolute getallen fors af: van 330.000 in 1987 naar 285.000 nu. Uit het onderzoek blijkt dat zestig procent vrouw is, dat de leeftijd hoog is - ook in vergelijking met tien jaar geleden. Dit komt, aldus het Kaski, omdat parochiële vrijwilligers “heel trouw zijn en lang actief blijven in de parochie”.

In tegenstelling tot de twee voorgaande onderzoeken, heeft het instituut dit keer ook de vrijwilligers zelf ondervraagd. Behalve honderd pastores heeft het Kaski 1.650 parochiële vrijwilligers geïnterviewd. Uit de antwoorden kwam naar voren dat het werk voornamelijk wordt gedaan vanuit ideële motieven. Men vindt dat men zich als christen moet inzetten voor kerk en samenleving, en dat men verantwoordelijk is voor de parochie. Ook sociale contacten werden belangrijk geacht.

De vrijwilligers zijn trouwe kerkgangers: ruim de helft van hen gaat elke week naar de kerk, ruim een kwart elke twee weken. Gemiddeld is ruim eenderde van de aanwezigen van een kerkdienst vrijwilliger. Deze cijfers, zo meent het Kaski, vormen een bevestiging van de trend waarin de traditionele volkskerk langzaam plaats maakt voor “een godsdienstige beweging met een actief kerklidmaatschap”.

Ook in de komende jaren, verwachten de onderzoekers, zal die ontwikkeling doorzetten. De vrijwilliger stelt zich vandaag de dag nog bescheiden op en laat zich leiden door de pastor, die gezien wordt als de “verbindende schakel in de parochie”.

Maar de pastores vragen zelf al om meer initiatief, invloed en deskundige, inhoudelijke inbreng. De vrijwilligers zullen het parochiële werk in de katholieke kerk meer gaan dragen, “met de pastor in de rol van inspirator en human resource (personeels-) manager” op de achtergrond.