'Kabila is bang voor de bevolking van Kinshasa'

De president van Congo, Laurent-Désiré Kabila, voelt zich niet op zijn gemak in de hoofdstad Kinshasa. Gaat het om een 'communicatieprobleem' met de inwoners van de stad of is er meer aan de hand? KINSHASA, 28 NOV. Hoge bomen in de wijk Gombe van Kinshasa worden kaalgeschoren. Waarom? Inwoners van de Congolese hoofdstad hebben onmiddellijk een antwoord klaar. President Laurent Desiré Kabila rijdt iedere dag door Gombe naar zijn kantoor. Hij vreest voor een gewapende aanval van achter het groen in de bomen. “Kabila is bang voor de bevolking”, concludeert een straatventer. “Nee, dan Mobutu. Dat was een dief maar hij reed tot enkele maanden voor zijn vertrek in een open auto door de stad.”

Congo's nieuwe president heeft geen warme banden opgebouwd met de vier miljoen inwoners van Kinshasa. Mobutu was een magische charmeur, Kabila mist die kwaliteit. Volgens zijn naaste medewerkers wil hij geen persoonlijkheidscultus opbouwen. Maar er is méér aan de hand. Vele Kinois (inwoners van Kinshasa) stellen zich wantrouwig op tegen de nieuwe machthebbers. “Kinshasa is geen gemakkelijke stad voor ons”, erkent een minister, “en Kabila voelt zich hier al helemaal niet op zijn gemak.”

Kabila en zijn ploeg presenteren zichzelf en hun beleid niet aan de van nature sceptische Kinois. “Er bestaat een communicatieprobleem met het volk”, beaamt minister van Gezondheidszorg Jean-Baptiste Sondji. Hij is een van de weinige ministers die al hun hele leven in Kinshasa wonen, de meeste anderen komen uit het oosten, de zuidelijke regio Katanga of uit het buitenland. “Kabila en zijn mannen gedragen zich nog steeds als rebellen”, zegt hij. “Guerrillastrijders zijn per definitie wantrouwig, ze verbergen zich, voor hen geldt veiligheid als alles overheersend. Die mentaliteit gaat verdwijnen als we een waterdicht veiligheidsapparaat hebben opgebouwd.”

Robert Abelava werkt als priester en sociaal werker in de volkswijk Matongé. Hij prijst de beteugeling van de eerder ontembare inflatie door het nieuwe regime. Ook het keurige gedrag van de onlangs opgerichte snelle interventiepolitie krijgt zijn lof. Voor het eerst sinds vele jaren heerst er een zekere orde in het land. Dan volgt de kritiek. “Er staat een muur tussen het volk en Kabila”, begint hij. “De president spreekt de taal van hier niet, het Lingala. Al die soldaten uit het oosten kennen alleen Kiswahili, en dat spreken wij weer niet.” Is zijn kritiek niet voorbarig? “Toegegeven, iedereen verwachtte onmiddellijk een verbetering van zijn lot en die bleef uit. We zijn cynisch geworden over politici.”

In de wijk Limeté, bolwerk van oppositieleider Etienne Tshisekedi, valt opstandiger taal te horen. “We moeten ons opnieuw bevrijden, dit keer van de Rwandese bezetters”, roept een winkelier. De doorslaggevende rol die het Rwandese leger bij de militaire campagne tegen Mobutu speelde en de voortdurende Rwandese aanwezigheid in het land steken velen. De meeste Rwandese soldaten verlieten de hoofdstad en vechten nu in het onrustige oosten van het land. De haat tegen alles wat Tutsi of Rwandees is - in de volksmond bestaat er geen onderscheid - leeft echter voort, en niet alleen in Kinshasa. Enkele Congolese Tutsi's bezetten sleutelposities in het regime en de onbekende legerleider zou ook een Tutsi zijn. Kabila lijkt zich bewust van de omstreden positie van Rwandezen/Tutsi's. Hij probeert naar verluidt een evenwicht aan te brengen door Katangezen meer invloed te geven.

Congolese ontwikkelingswerkers uiten zich optimistisch over Kabila. Onder Mobutu stortte het staatsapparaat ineen en zij gingen werken aan alternatieve structuren. Door gemeenschapsprojecten in de volkswijken proberen zij de meeste basisvoorzieningen door zelfhulp draaiende te houden. Ze organiseren de bewoners bijvoorbeeld om wegen begaanbaar te maken en strijden tegen erosie waardoor woningen tijdens zware regenbuien wegspoelen. Pierre Balala staat tot zijn enkels in de modder in de wijk Buma. “Vive Kabila”, jubelt hij. “De vorige autoriteiten negeerden ons werk. Dit regime stuurt bestuurders om ons aan te moedigen. We kregen zelfs wat geld van ze. Er heerst een nieuwe filosofie, geef Kabila de tijd en het volk zal hem gaan waarderen.”

De radicale oppositie gunt hem die tijd niet. Ze volgt dezelfde tactiek als onder Mobutu: Tshisekedi is de wettige premier want hij werd door de Nationale Conferentie begin jaren 90 gekozen. Nog steeds “regeert” Tshisekedi vanuit zijn achtertuin in Limeté, waar hij iedere week een zitting van zijn kabinet voorzit. Mukendi wa Mulumba is “politiek adviseur van premier Tshisekedi”. Hij praat over arrestaties en martelingen op grote schaal van aanhangers. “De nieuwe machthebbers hanteren dezelfde methodes als Mobutu”, betoogt hij. “Kabila wil een dictatuur vestigen. Hij werkt niet aan nationale verzoening.”

Enkele van Tshisekedi's medewerkers lieten hem in de steek en namen zitting in Kabila's regering. In zijn algemeenheid kan echter worden gesteld dat de politieke klasse van Kinshasa geen plaats kreeg in het nieuwe regime. Minister Sondji behoort tot de politieke klasse van Kinshasa. Hij verklaart zich nu tegen een coalitie met de classe politique van Kinshasa. “Deze politici waren voor het merendeel in alles behalve naam mobutisten. Ze lieten zich omkopen en bedreven politiek voor het geld. Door hun optreden was een vreedzame machtswisseling onmogelijk geworden. Tshisekedi is nu een mythe, hij speelt geen rol meer. Een nieuwe generatie politici komt op en zal de oude klasse definitief wegvagen.”

Het valt moeilijk Tshisekedi's populariteit in de hoofdstad te meten. Activiteiten van politieke partijen zijn per decreet opgeschort. De oppositieleider trekt zich daar weinig van aan maar hij slaagt er niet meer in grote menigtes op de been te krijgen zoals tijdens het toppunt van zijn populariteit begin jaren '90. Er blijven politieke kansen voor hem bestaan zolang Kabila zijn zaakjes niet op orde brengt. Het ontbreekt de president aan eenheid binnen zijn regime. Militair kan hij het nog niet stellen zonder Rwandese en Angolese hulp. De economie stagneert door afwezigheid van buitenlandse hulp en een duidelijk binnenlands beleid. Zonder snelle sociale verbetering kan Kabila's aanzien op een gevaarlijk laag niveau dalen. Tshisekedi verzuimde Mobutu te verslaan. Als een kat in de nacht bespiedt hij zijn nieuwe prooi.

    • Koert Lindijer