Honderd knappe koppen

John Simmons: Tophonderd van wetenschappers. Vertaald door Ben Paul. Het Spectrum, 504 blz. ƒ 49,90

Bij de boekhandels ligt een reeks boeken op de schappen, waarvan de titel onveranderlijk begint met Bluff Your Way Into... De auteurs in die reeks, vaak afkomstig uit het vakgebied waarover ze schrijven en soms niet geheel vrij van de lichte soort van rancuneuze ironie die een mislukte academische carrière doet vermoeden, brengen hun lezers binnen kort bestek een tweetal strategieën bij hoe je een discussiepartner kunt overbluffen.

De eerste werkwijze kijken ze af van de personen over wie hun boek handelt. Zo bleek dat Bertrand Russell, zodra hem een moeilijke vraag gesteld werd, vervaarlijk begon te hummen terwijl hij met woeste gebaren zijn pijp uitklopte, mompelend: 'That is a damned good question'. De bedoeling van zo'n antwoord is dat de vragensteller zich in zijn ijdelheid gestreeld voelt, geïmponeerd is, waarop hij geacht wordt te vergeten wat de vraag ook al weer was. Als tweede aanpak raden de auteurs hun lezers aan om te pas en te onpas te strooien met correlaties, ook als die twee volkomen van elkaar onafhankelijke gebeurtenissen behelzen.

Van een heel ander kaliber is het boek Tophonderd van wetenschappers, geschreven door de Amerikaanse socioloog en biometrist John Simmons. Toch wemelt het in Simmons boek van de citaten, anekdotes, slogans en het hele arsenaal van middelen die, strikt genomen, strikt verboden zijn in een wetenschappelijke publicatie. Simmons heeft lak aan iedere objectieve regelgeving. Hem stonden dan ook andere doelstellingen voor ogen bij het schrijven van deze reusachtige pil wetenswaardigheden.

Op de eerste plaats schreef Simmons zijn boek, waarin een honderdtal korte biografische stukjes zijn opgenomen over het leven en werk van beroemde wetenschappers, omdat hij het leuk vond. Een diepere, wetenschappelijke pretentie zit er niet achter. Voortvarend sleept Simmons zijn lezers van de ene anekdote naar de andere mee. Een voorbeeld. Toen een wetenschapsjournalist een vraaggesprek hield met de Deense fysicus Niels Bohr, op diens boerderij, viel hem op dat er een hoefijzer boven de schuurdeur hing. 'Maar', merkte hij op, 'meneer Bohr, een groot fysicus zoals u gelooft toch niet dat zo'n hoefijzer geluk brengt.' 'Uiteraard niet', zei Bohr, 'maar ik heb me laten vertellen dat het wel werkt, zelfs voor mensen die er niet in geloven.'

Maar Simmons neemt de wetenschap wel serieus. Misschien wel ietsje te. Enigszins ergerlijk vlakt hij zijn eigen verdiensten voortdurend weg, alsof hij zich steeds aan het meten is aan de grootsheid van de wetenschappers waarover hij schrijft. Na lezing van de eerste twee bladzijden is het de lezer al volstrekt duidelijk dat hij niets moet hebben van alles wat riekt naar postmodernisme. De reden hiervoor is simpel. Simmons is een gelovige in het Project van de Verlichting. Met instemming haalt hij de woorden van de wetenschapshistoricus George Sarton aan. 'Vroeger of later zal de wetenschap ook die andere gebieden veroveren en haar licht werpen op al die duistere plaatsen waar bijgeloof en onwetendheid nog steeds de boventoon voeren.' 'Jammer genoeg', verzucht Simmons, 'is het nog lang niet zover.'

Wetenschap, aldus Simmons, heeft in onze moderne samenleving nog steeds een bevrijdende rol te vervullen, als bezielende en sturende factor in het denken van mensen. Zijn boek getuigt daarvan. 'Als genialiteit op enigerlei wijze genetisch bepaald is', dan toont de Tophonderd van wetenschappers aan dat de beste wijze om dit in de kiem te smoren bestaat uit de sleur van armoede of de nabijheid van een 'labiele, haatdragende ouder'. Kortom, het is de taak van de wetenschap om, door betere omstandigheden te creëren, wetenschap mogelijk te maken.

Simmons wil daarbij zijn lezers overtuigen. Hij doet een geslaagde poging door in ieder hoofdstuk - ongeacht of het nu over Freud, Kekulé, Darwin, Einstein, Bernard of Antonie van Leeuwenhoek gaat - te laten zien op welke wijze de ideeën van deze wetenschappers het denken en leven van de lezer beïnvloeden. Het consequent hanteren van deze strategie maakt Tophonderd van wetenschappers tot een boek dat tot lezen uitnodigt. Enerzijds kan de leek het boek gebruiken als naslagwerk, waarbij de lezer als vanzelf van het ene naar het andere hoofdstuk gezogen wordt, anderzijds kan Simmons' boek dienen als opstapje naar het echte werk.

Indien het boek een minpunt bevat, is dat grotendeels terug te voeren op een kwestie van smaak. Je kunt je namelijk afvragen wat een figuur als Sigmund Freud (6) te zoeken heeft in het gezelschap van Max Planck (25) of Euclides (59). Of waarom William James, de grondlegger van de psychologie als wetenschap, in het rijtje ontbreekt? Simmons' gezonde verstand ondervangt de kritiek hierop overigens. Hij houdt zeer goed voor ogen dat alles wat een wetenschapper over de wetenschap vertelt, tot op grote hoogte absoluut willekeurig is. Iemand die iets anders zegt dan dat, bluft.