Hocus-pocus-praktijken bij PDM

De affaire bij PDM schildert voor het eerst een dopingpraktijk tot in de details. Bertus Fok (63) was drie jaar de verzorger van PDM. Hij ergerde zich steeds meer aan de medische begeleiding. Voor de komst van dokter Sanders kreeg hij ontslag.

BIDDINGHUIZEN, 28 NOV.Dopinggebruik is zo oud als de wielersport zelf. In 1967 overleed Tommy Simpson bij de beklimming van de Mont Ventoux. Een combinatie van alcohol en drugs werd de Britse oud-wereldkampioen fataal. Televisiekijkers waren geschokt toen ze Simpson gedrogeerd langs de kant van de weg zagen liggen. Een gedenksteen op de Ventoux is een blijvende herinnering aan deze zwarte dag in de wielerhistorie.

Wim van Est, de eerste Nederlandse gele-truidrager in de Tour de France, gaf later openlijk toe dat hij grote hoeveelheden amfetamine slikte. Van Est fietste in de jaren vijftig, toen er nog geen dopingcontroles waren. “Je kon aan zijn ogen zien dat hij gebruikte”, zegt verzorger Bertus Fok. “Hij keek heel erg verwilderd om zich heen en dat kwam echt niet van de suikerklontjes.”

Fok heeft de medische ontwikkeling in de wielersport van nabij gevolgd. De verschillende producten vielen van de lijven af te lezen. “In de jaren vijftig en zestig had je magere rennertjes. Die pakten amfetamine. Daarna kreeg je de 'dikkoppen', die hormonen kregen toegediend. Tegenwoordig heb je de groeihormonen, dat is levensgevaarlijk spul. In plaats van vet komen er spieren.”

De verzorger heeft twintig jaar in het vak gezeten. Hij volgde vijftien keer de Tour de France. Hij begon zijn loopbaan bij de wielerploegen van Peter Post. In 1987 kreeg hij een lucratieve aanbieding van Manfred Krikke, een Brabantse zakenman die met sponsor PDM (video- en cassettebanden) een nieuwe wielerploeg formeerde. Fok spreekt heel positief over de eerste jaren bij zijn nieuwe manager. “Wij hadden een enorme uitstraling in het peloton. Alles was perfect georganiseerd. En de resultaten mochten er ook wezen.”

Fok was aanvankelijk onder de indruk van de verbale kwaliteiten van zijn manager. Krikke kwam weliswaar niet uit de wielersport, hij verkocht zijn product als een professional. De beroepsernst van Krikke had ook gevolgen voor de medische begeleiding. Om de prestaties te bevorderen, kwam de manager met Amerikaanse vakliteratuur op de proppen. “Hij geloofde in wondermiddelen, maar die bestaan helemaal niet”, zegt Fok.

De vaste verzorgers van PDM moesten niet alleen masseren, ze kregen een steeds grotere verantwoordelijkheid. En Fok kreeg steeds meer zijn bedenkingen. Krikke maakte altijd een onderscheid tussen doping-gebruik en doping-affaires. Zolang de renners niet positief werden bevonden, konden de begeleiders experimenteren met medicamenten. Ethiek stond niet hoog in het vaandel van PDM, gaf Krikke toe. Hij verschafte zijn renners producten die “op of over het randje waren”.

Volgens Fok ging het Krikke om uiterlijk vertoon. Hoe groter de medische ploeg, hoe beter. “We kregen eerst een hocus-pocus-juffrouw die de renners met allerlei elektrische draden in slaap probeerde te krijgen. Als sommige jongens al sliepen, maakte zij hen weer wakker om ze vervolgens opnieuw in slaap te brengen. Te gek voor woorden natuurlijk. Soms werden de jongens midden in de nacht wakker en dan maakten ze mij wakker voor een slaappil. Witheet was ik dan.” In de loop der jaren kwamen er steeds meer vreemde gezichten bij PDM. “Eerst een fysiotherapeut, toen een manueel therapeut en daarna een Zweedse acupuncturiste die de hagel uit het been van Greg Lemond moest halen. Hij had kort daarvoor een ongeluk met jagen gehad. Maar die juffrouw ging na twee dagen weg en vroeg of ik de derde dag voor mijn rekening wilde nemen. Moet je nagaan: een simpele soigneur die met naalden in het been van de wereldkampioen gaat lopen wroeten.”

In de Tour de France van 1989 kregen Fok en Krikke steeds meer problemen met elkaar. Op de slotdag in Parijs barstte de bom. “Ik raakte helemaal door het dolle heen tijdens het slotbanket met champagne. Ik heb Krikke voor rotte vis uitgemaakt en dan weet je wat de gevolgen zijn. Tijdens de rechtszaak heb ik mijn ontslag met succes aangevochten, maar ik ik kreeg mijn baantje natuurlijk niet meer terug.”

Fok trad vooral in zijn beginperiode bij Raleigh en Panasonic regelmatig als veredelde arts op, hoewel hij niet de bevoegheid had om bijvoorbeeld te injecteren. “Ik ben een selfmade man. Ik haalde alles uit de boeken. Ik heb naar eer en geweten vitamines verstrekt. Een tabletje of een klein prikje, dat maakte allemaal niet uit. Ik draaide mijn hand niet om voor een spuitje. In Nederland schrikt iedereen van een spuit in de bil. In het buitenland is dat een heel ander verhaal.”

Fok noemt zichzelf geen kwakzalver, maar hij heeft “genoeg paljassen meegemaakt in het peloton”. “De ene dag waren ze fietsenmaker, de andere dag werden ze soigneur. Dat vak heeft nu eenmaal meer aanzien. Als je het tenminste een vak wilt noemen.” Een ander probleem noemt hij de dopingcontroles, die voor de buitenwereld niet te begrijpen zijn. “Er zijn bepaalde stoffen die vandaag toegestaan zijn en morgen op de verboden lijst staan. De controles zijn gewoon een loterij, want alleen de nummers ééen tot en met drie moeten plassen. De nummer vier gaat lachend naar huis.”

Volgens Fok is het logisch dat een sporter tijdens een zware inspanning extra middelen krijgt aangeboden. “Een stuk biefstuk is niet voldoende om de Tourmalet te beklimmen. Vergelijk het een zakenman die vijf uur per dag moet vergaderen. Hij heeft ook niet genoeg aan een kop koffie. Rust is het allerbelangrijkste voor een renner. Ik zeg altijd: de Tour de France win je in bed.”