George Pehlivanian dirigeert Mahler in Den Haag; 'Levenservaring is onontbeerlijk'

Dit weekeinde dirigeert de 33-jarige Amerikaanse dirigent George Pehlivanian het Residentie Orkest in een Mahler-concert met een eigentijds voorprogramma. De vaste gastdirigent van het orkest acht zich nu pas rijp voor Mahler. “Vroeger was ik een jonge hengst.”

Concerten: 29/11, 20u15 en 30/11, 14u15. Dr. Anton Philipszaal, Den Haag m.m.v. Stephen Hough (piano) en Barbara Hannigan (sopraan).

DEN HAAG, 28 NOV. “Wat ik heb te zeggen, zeg ik met gebaren. Met mijn lichaam, met mijn ogen, met mijn ziel: Body language.” Tijdens repetities beperkt de vaste gastdirigent van het Residentie Orkest, George Pehlivanian, de verbale communicatie met zijn musici tot het hoogst noodzakelijke. “The whole movement, please... Dolce!... Thank you.” Op de lessenaars staat Mahlers Vierde symfonie. Pehlivanian zal dit werk, dat omstreeks de eeuwwisseling ontstond, komend weekeinde twee maal dirigeren in combinatie met het nagenoeg onbekende, maar briljante Vierde pianoconcert uit 1908 van de Pools-Duitse componist en pianist Franz Xaver Scharwenka. Daarmee heeft dit Mahler-concert een intrigerend en eigentijds voorprogramma met de Amerikaanse pianist Stephen Hough als solist.

Een huppeldans, armen wijduit, een luid gezongen tegenstem. Pehlivanians stijl van dirigeren is meer dan uitbundig. “Ik móet de hartenklop van de muziek voelen”, zegt hij na afloop. Het Residentie Orkest heeft twee opmerkelijke dirigenten aan zich weten te binden. Chefdirigent is sinds 1992 de eigenzinnige Rus Evgenii Sveltlanov - jaargang 1928. Vaste gastdirigent is sinds vorig seizoen de Amerikaan George Pehlivanian - jaargang 1964. Gebroederlijk sieren zij de cover van de seizoensbrochure van het orkest, maar in werkelijkheid hebben zij elkaar nimmer ontmoet. “We weten van elkaars bestaan. We respecteren elkaar, maar dat is dan ook is alles”, zo vat Pehlivanian hun relatie samen.

Met andere dirigenten onderhoudt hij een intensiever contact, zijn voormalige docenten in het bijzonder. De in Beiroet geboren Pehlivanian werd door Lorin Maazel gestimuleerd om een carrière als violist te verruilen voor die van dirigent. Pehlivanian bekwaamde zich daarna verder bij Ferdinand Leitner (“ik was een jonge hengst; hij bracht me discipline bij”) en Pierre Boulez, die tot op de dag van vandaag een grote invloed is. In het hedendaagse repertoire spiegelt Pehlivanian zich nog voortdurend aan Boulez. “Hij bracht me een mathematische wijze van denken bij, leerde me de precisie.” Als eerste Amerikaan won Pehlivanian vervolgens de Grote Prijs van het prestigieuze dirigentenconcours in Besançon, een onderscheiding die een internationale doorbraak forceerde. Bij het Residentie Orkest debuteerde hij in 1995, waarna hij onmiddellijk werd aangezocht om gastdirigent te worden. Daarmee trad Pehlivanian nadrukkelijk in de voetsporen van zijn docenten: Leitner was er van 1976 tot 1980 chefdirigent; de banden van Den Haag met Boulez dateren vanaf het begin van diens carrière.

Dat de in Parijs wonende Pehlivanian dit seizoen slechts viereneenhalve week met het orkest werkt, is een gevolg van deze plotselinge benoeming. Zijn agenda stond al voor een belangrijk gedeelte vol gepland. Volgend jaar zal Pehlivanian echter dominant aanwezig zijn. Om zijn derde seizoen bij het orkest kracht bij te zetten, zal hij komend seizoen als thema enkele van de beroemdste 'derde symfonieën' dirigeren: de Rheinische van Schumann, de Eroica van Beethoven, de Derde van Rachmaninov en de Derde van Brahms. Verder staan Stravinsky's Sacre du Printemps op de agenda en de Symphonie fantastique van Berlioz. Hij zal er verder de opera Raiders to the sea van Ralph Vaughan Williams dirigeren en twee weken in de studio doorbrengen, waar het Residentie Orkest met pianist Louis Lortie alle werken voor piano en orkest van Liszt zal vastleggen.

Ieder jaar wil Pehlivanian bovendien een symfonie van Mahler aan zijn repertoire toevoegen. “Ik heb daarmee vijf jaar gewacht. Technisch was ik er op mijn 27ste al rijp voor, toen ik met de Vierde het concours won. Maar levenservaring is onontbeerlijk om de diepten van Mahlers zielenleven te doorgronden. Om Mahler te begrijpen moet je jezelf kennen. Ik heb twee krachten in mijn ziel. De ene kant van mijn persoonlijkheid is energiek, charismatisch en extravert. Ik hou ervan emotie te tonen, expressie, kracht en energie. Aan de andere kant ben ik sensitief, delicaat, fragiel. Zo leef ik, zo voel ik, zo dirigeer ik. Deze extremen komen goed van pas bij de muziek van Mahler. Als de hoeveelheid geluid niet gelimiteerd zou zijn door de bezetting, zou ik nóg luider willen gaan dan nu mogelijk is. Daartegenover staan momenten waarop je je adem inhoudt en je amper durft te bewegen.”

    • Emile Wennekes