'Gelukkig zijn de hoertjes nog in leven'

ROME, 28 NOV. Een rubberboot met 27 Albanezen slaat lek, drijft vier dagen en vier nachten op zee terwijl de ene na de andere opvarende doodgaat, en wordt dan eindelijk opgepikt met nog elf mensen in leven. Maar wat is de belangrijkste vraag voor de misdadigers die deze illegale immigratiepoging in Italië hebben georganiseerd: zijn de hoertjes nog in leven?

De Italiaanse politie heeft de gekuiste transcriptie vrijgegeven van een afgeluisterd telefoongesprek tussen twee Albanezen. “Vervloekt. Er is een kind dood”, zegt de ene spreker over zijn zaktelefoon, terwijl hij vertelt over het meisje van vijf dat in de armen van haar moeder is gestorven. Maar zijn gesprekspartner heeft geen tijd voor drama's. Hij komt snel ter zake. “Ja, akkoord, maar de vrouwen, de prostituees, zijn die gered”, vraagt hij. Het antwoord is koel: “Gelukkig hebben die het gered. De mannen niet.”

Het afgeluisterde gesprek illustreert waar het in de overtochten tussen Albanië en Zuid-Italië om gaat: mensen als koopwaar. Mensen zijn pakketjes die tegen betaling worden overgevaren, net als de drugs, sigaretten en wapens die worden gesmokkeld. Veel van de vrouwen zijn al bij voorbaat bestemd voor de prostitutie, soms zonder dat ze dat zelf in de gaten hebben. Albanese bendes in Italië kopen de vrouwen voor bedragen die kunnen oplopen tot twintigduizend gulden. De handel in vrouwen is de laatste maanden toegenomen, volgens de justitie omdat de drugssmokkel wegens verzadiging van de markt veel minder oplevert.

Voor de twee afgeluisterde Albanezen is de ramp met de rubberboot simpelweg pech. Meer niet. “Die boot was al te lang in gebruik. Hij heeft al 200 miljoen opgeleverd. We hebben een grotere nodig.”

    • Marc Leijendekker