De postacademische kunst van het verkopen

De Rijksacademie in Amsterdam is een van de drie instituten in Nederland waar afgestudeerde kunststudenten zich verder kunnen bekwamen. Komend weekeinde zijn de ateliers van de Rijksacademie open. Vierenzestig studenten hengelen naar aandacht.

Open Ateliers, Rijksacademie, Sarphatistraat 470 Amsterdam. Vrijdag 28 t/m zondag 30 november. 12-19u.

AMSTERDAM, 28 NOV. De Open Ateliers van de Rijksacademie zijn een soort kunstbeurs waar je niks kunt kopen. Niet dáár tenminste: de bezoeker trekt van atelier naar atelier en van kunstenaar naar kunstenaar die allemaal hopen 'ontdekt' te worden. Voor de meesten betekent dat dat iemand ze een tentoonstelling aanbiedt of wil praten over samenwerking - een galerie bijvoorbeeld, en dan komt het met de verkoop ook wel goed. Maar daarvoor moeten al die 64 kunstenaars van de Rijksacademie eerst aandacht trekken en dus hebben ze allemaal hun atelier netjes opgeruimd en ingericht als mini-expositieruimte waarin ze hun films, beelden, tekeningen en foto's tentoonstellen - een staalkaart van hun kunnen op soms niet meer dan 20 vierkante meter.

Voor sommigen is dat hengelen naar aandacht niet meer nodig. Jeroen Eisinga, Fiona Tan, Edwin Zwakman en Fang Lijun hebben bijvoorbeeld al in het Amsterdamse Stedelijk Museum geëxposeerd, de Zuifafrikaan Moshekwa Langa deed al mee aan de Biënnale van Johannesburg. Hij valt ook op de Open Ateliers op met een groot werk op de binnenplaats van de Rijksacademie, dat bestaat uit enorme bollen wol in tientallen kleuren die hij in grillige patronen over de stoeptegels heeft uitgerold. Om deze sculptuur niet te laten verwaaien houdt Langa de zaak bij elkaar met glasplaten en golfballen - het ziet er grappig en poëtisch uit.

Samen met de Jan van Eijck-academie en Maastricht en De Ateliers in Amsterdam is de Rijksacademie een van de 'post-academiale' opleidingen in Nederland. Dat betekent in de praktijk dat jonge talenten die zich op de 'gewone' academies al hebben bewezen zich verder kunnen ontwikkelen. Tegelijk worden ze voorbereid op de 'harde wereld' van het zelfstandige kunstenaarsschap - ze leren ook zichzelf te verkopen. Op de Open Ateliers (niet alleen dit jaar) blijkt dat dit laatste nogal eens de overhand krijgt: studenten worden zo handig in het gelikt presenteren van hun werk dat de inhoud er bij inschiet. Dat zie je bijvoorbeeld bij het werk van de Engelse Claire Todd, door de Rijksacademie zelf naar voren geschoven als een van de grote talenten. Zij presenteert haar installatie in een half donkere kelder: kleutergrote mensfiguurtjes met rode, plastic vossenkoppen die een nachtelijke straatscène uitbeelden - ze hangen wat, of vechten. Hoe verleidelijk dit werk ook is, het is vooral handig - een flinke scheut Juan Muñoz, de plastic koppen van het kunstenaarscollectief Plumcake en dat uitgelicht door een leerling van Robert Wilson. Veel eigens kon ik er niet in ontdekken, maar we zullen vast nog wel veel van haar horen.

Dan liever de merkwaardige beelden van Todds landgenoot Mark Hosking, die er uitzien als historische landbouwmachines, strak gelakt en onbruikbaar. Hun 'oorspronkelijke doel' wordt niet duidelijk, maar juist dat maakt ze intrigerend - in eentje meende ik in ieder geval een Duchampiaans flessenrek te ontdekken.

Ook de katgrote gipsen insecten van de Fransman Emmanuel Ropers zagen er mooi uit, net als de ingewikkelde staketsels met 'mini-viewmasters' van Walter van Broekhuizen en het atelier van de uit Benin afkomstige Meshac Gaba. Hij heeft een merkwaardige fascinatie voor geld: hij exposeert onder andere een tafel met op de bovenste plank veelkleurige bankbiljetten uit verschillende werelddelen, daaronder liggen nagemaakte 'goudklompjes', als commentaar op hun twijfelachtige waarde. Goed is ook zijn installatie van rode afgietsels, schijnbaar achteloos in een hoek gekwakt, waar een Nederlands tientje onderuit steekt. Het ligt bij je voet of het er niet bijhoort en je wilt het oprapen, tot je je realiseert dat het een onderdeel van de installatie is. Benieuwd of dít biljet de Open Ateliers overleeft.

    • Hans den Hartog Jager