De loonkosten zijn catastrofaal

Bondskanselier Helmut Kohl vindt Duitsland een recreatiepark: studenten studeren het langst; werknemers werken het kortst in Europa, verdienen het hoogste loon en hebben de meeste vakanties. De Duitsers willen dat graag zo houden, maar dat wordt hun niet gegund. Terwijl de economie aantrekt blijft herstel van de arbeidsmarkt uit. Met ruim 4,5 miljoen heeft de werkloosheid in de Bondsrepubliek een naoorlogs record bereikt. Hoe moet Duitsland worden vlotgetrokken? Twee vraaggesprekken.

Voor de Duitse werkgevers: Dieter Hundt

'Of de Duitse economie ziek is?'' Deze constatering gaat Dieter Hundt, voorzitter van de Duitse werkgeversvereniging, te ver. De Bondsrepubliek slankt af, en dat is nodig ook.

Hundt, 59 jaar, buigt voorover. Zijn kantoor in Bonn is donker en verlaten. Hundt heeft er al een werkdag opzitten. Hij is niet alleen voorzitter van de invloedrijke Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände (BDA), vergelijkbaar met het VNO/NCW in Nederland. Hundt is ook directeur en mede-eigenaar van Allgaier-Werke (1200 man personeel) in het Zuid-Duitse Uhingen, een toeleverancier voor de autobranche. Ook de omstreden A-klasse van Mercedes zit in het pakket. Grote delen van het fijn-metalen frame komen uit Uhingen.

“In het Duitse bedrijfsleven hebben de laatste jaren geweldige veranderingen plaatsgevonden als antwoord op de globalisering. Er is gerationaliseerd, geautomatiseerd, en er vindt meer teamwerk plaats. De prijs was hoog: veel arbeidskrachten werden overbodig.”

“In de loonpolitiek zijn veranderingen gaande die in dit land tien jaar geleden onvoorstelbaar waren. De flexibele regeling van werktijden is in veel branches ver gevorderd. Met nieuwe afspraken voor deeltijdpensioen kunnen werknemers eerder ophouden, maar ook tot 65 jaar doorwerken.”

“Voor het eerst zijn de loonafspraken in sectoren als de bouw, de textiel en de chemie gematigd. Salarissen stijgen 1,5 procent, terwijl de productiviteit op 3,5 procent wordt geschat. Hierdoor kan de industrie dit jaar op de wereldmarkt weer aandeel terugwinnen, dat het was kwijtgeraakt.”, stelt Hundt vast. Hij is een consensusman en kijkt graag naar Nederland, waar al vele jaren in harmonie wordt gematigd.

Er wordt in Duitsland dus enige vooruitgang geboekt, maar het is nog lang niet genoeg, meent Hundt. Hij is nu een jaar werkgeversvoorzitter en laat geen gelegenheid voorbijgaan om op Duitse misstanden te wijzen: te hoge loonkosten, te hoge belastingen, te veel staatsbemoeienis, een rigide CAO-stelsel en gebrekkige kwalificatie van scholieren, die zich aanmelden voor een 'leerlingenbaan'.

“Rekenen, schrijven, lezen; ik kan sollicitatiebrieven van jonge mensen in mijn eigen bedrijf laten zien die om te huilen zijn. Het niveau van de opleiding van veel jongeren is beklagenswaardig. Dat noem ik pas alarmerend”, zegt Hundt. Jaarlijks verschaft het bedrijfsleven zo'n 600.000 leerlingenbanen: dit is het beroemde Duitse 'duale stelsel', waarbij schoolverlaters naast hun werk twee dagen per week naar een beroepsschool gaan. Maar vele leerlingenplaatsen in bedrijven kunnen volgens Hundt niet worden bezet omdat de gewenste opleiding ontbreekt. “Hier moet dringend iets aan gedaan worden anders worden nog meer jongeren werkloos.”

De conjunctuur herstelt, het bedrijfsleven floreert en schept vooral banen in het buitenland. Waarom nauwelijks in Duitsland?

“We investeren twintig keer meer in het buitenland dan in eigen land. Dat is een ondragelijke toestand. Er zijn te lang CAO's afgesloten die de laag opgeleiden te duur hebben gemaakt. Eenvoudige werkzaamheden zijn in het buitenland terecht gekomen of weggerationaliseerd.”

“In Duitsland bestaan vele diensten niet eens, omdat de arbeid zo kostbaar is. Dat is een groot verschil met Nederland, dat een dienstensector heeft van 75 procent; bij ons is dat niet meer dan 60 procent. Nederland heeft veel meer diensten die op mensen zijn gericht - in de verzorgende sector, verpleging, boodschappendiensten - daar kunnen we iets van opsteken.”

“Als we de onderste CAO-lonen dertig procent verminderen, komen er honderdduizenden banen bij. Dat idee is hier alleen niet erg populair. Maar we hebben dringend programma's nodig om laag opgeleide werklozen aan de slag te krijgen. Een werkloosheid van 4,5 miljoen is onacceptabel.

Buitenlandse investeerders laten Duitsland links liggen. Dat heeft toch niet alleen met de hoge prijs van arbeid te maken?

“Vorig jaar hebben buitenlandse ondernemingen zelfs kapitaal teruggetrokken. Het gebrek aan belangstelling heeft voor een deel te maken met het starre CAO-stelsel. Dat moet zonder meer worden hervormd zodat bedrijven meer vrijheid krijgen om met de ondernemingsraad afspraken te maken die enkel voor de eigen firma gelden. We hebben in dit land echter sterke vakbonden die hier niet van houden.”

“Nog problematischer zijn de vele ambtelijke regels, de exorbitant hoge belastingen en veel te hoge loonkosten.”

Alle partijen klagen over de loonkosten. Toch wordt niets ondernomen om deze te laten dalen. Sterker nog, ze stijgen.

“Vorig jaar hadden alle partijen - werkgevers, bonden en overheid - in gesprekken [de zogenaamde Kanzlerrunde] met bondskanselier Helmut Kohl besloten de hoge sociale verzekeringskosten terug te brengen tot onder de 40 procent. Nu dreigen deze kosten door een premieverhoging bij de pensioenen te stijgen van 42 naar 43 procent. Dat is catastrofaal voor het investeringsklimaat en de arbeidsmarkt.

“Het grote probleem is dat steeds minder mensen meebetalen aan het sociale stelsel omdat ze hun baan zijn kwijtgeraakt. Daarnaast zijn sinds de hereniging in het verzekeringssysteem premies ondergebracht die er niet thuis horen. Bijvoorbeeld de pensioenuitkeringen voor voormalige Oost-Duitsers, die nooit aan het stelsel hebben meebetaald. Politiek waren dit juiste beslissingen. Maar deze uitkeringen moeten via belastingen worden gefinancierd, niet via premieverhogingen. Nu worden onze werknemers uit de markt geprijsd.”

De regering laat het dus afweten?

“De overheid kan de pensioenuitkeringen verlagen en de 'verzekeringsvreemde' vergoedingen anders financieren. Dat heeft ze gedeeltelijk ook gedaan met de pensioenhervorming. Maar die treedt pas in 1999 in werking omdat de coalitie de burgers voor de verkiezingen geen bevriezing van pensioengelden wil aandoen. Naar mijn idee is dat toch onontkoombaar.”

De vereiste veranderingen duren te lang. Kan het kabinet-Kohl na vijftien jaar niet beter worden afgelost door een rood-groene coalitie van SPD en Groenen?

“De politiek heeft wel íets gedaan om de economie aantrekkelijker te maken. Het ziekengeld is vorig jaar gekort en het verzuim is nu al flink teruggelopen. Het ontslagrecht is versoepeld, het aanstellen van tijdelijke werknemers is makkelijker geworden, de winkeltijden zijn verlengd. Alleen de grote hervormingen, zoals de belastingverlaging en pensioenhervorming, zijn helaas nog niet doorgevoerd. De belastinghervorming was een enorm positief signaal voor het buitenland geweest.

“Een rood-groene coalitie is naar mijn persoonlijke mening geen alternatief dat leidt tot verbetering van de economie. De SPD heeft te veel onveranderde economische opvattingen. De koopkrachttheorie is volstrekt achterhaald. Over de Groenen wil ik het al helemaal niet hebben. Een benzineprijs van 5 mark per liter! Dat heeft voor bedrijven zeker fatale gevolgen.

“Nee, ik ben optimistisch. Met de noodzakelijke hervormingen is een begin gemaakt. Het duurt misschien lang, maar we zullen onze Standort-problemen oplossen. Het Duitse model heeft toekomst, als we ons verder aanpassen.”

    • Michèle de Waard