De liederlijke potentaat

Autran Dourado: Opera der doden. Vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens. Coppens & Frenks, 249 blz. ƒ 56,90

Bij eerste kennismaking met een auteur ontkom je moeilijk aan vergelijken en lukraak associëren, vooral als het een buitenlandse auteur betreft die vreemde geuren en gewoonten met zich meebrengt. Gaat het om een roman, hybride en breedsprakig genre bij uitstek, dan is die neiging zelfs onvermijdelijk. Een onbekende buitenlandse roman die je gul aan je hart drukt is een zeldzaamheid.

Opera der doden, de eerste Nederlandse vertaling van de Braziliaan Autran Dourado (1926), lijkt een van die zeldzame uitzonderingen. Het begin is heel mooi licht en flitsend. Al dadelijk blijkt dat de wurghand van de duidende roman ons bespaard zal blijven. Met flair, haast jolig, zoemt de verteller in op een huis, nee, op twee huizen, bovenop elkaar, en hij vertelt kort de geschiedenissen van een liederlijke potentaat en zijn fijner besnaarde zoon, hier aanschouwelijk opeengestapeld. Junior, uiteraard geliefder dan Senior, raakte verbitterd door de hoon van de stad als reactie op zijn mislukte maar goed bedoelde carrière als politicus.

Na deze introductie worden het beweeglijke perspectief en het satirische element nagenoeg opgegeven. We worden geacht de belevenissen van de hoofdpersonen voortaan via hun beleving, dus van binnenuit, te ondergaan. Behalve de potentaat en zijn zoon, zijn daar een oude dienstmeid die de tijden overbrugt, Juniors dochter Rosalina, die haar tijd vult met het vervaardigen van kunstbloemen en het terugdenken aan een seksuele ervaring in haar jeugd, en de geijkte buitenstaander in de persoon van José Feliciano. José Feliciano wordt Rosalina's opzichter en dankzij hem kunnen we weer vrij ademen, omdat hij het onwrikbare openbreekt. Om Rosalina en hem, om hun ongelijke relatie, draait het boek uiteindelijk, al schieten flarden verleden door het relaas heen.

José Feliciano is het sterkste personage. Hij lult te veel, zegt hij zelf, maar hij heeft als enige de kracht aan zijn behoeften tegemoet te komen, en hij weerstaat de muur waarop hij stuit bij Rosalina en haar dienstmeid. In een Lady Chatterley-achtig hoofdstuk verovert hij Rosalina ten slotte, maar alleen voor de nachten, want overdag blijft zij ook voor hem gesloten.

Soms zit toch ineens weer beweging in het perspectief. Dan worden de gebeurtenissen als van buitenaf geobserveerd en zijn 'wij' aan het woord, de stadsgenoten die alles zien en er zo onze gedachten over hebben. Wij betreuren de wrok die Rosalina van haar vader heeft geërfd. We maken ons niet al te druk maar we roddelen een beetje, tot ergernis van Rosalina die deze bemoeizucht in de José Feliciano-van-overdag belichaamd ziet. Hij hoort bij de afgeschreven, collectieve vijand.

Allen, 'wij' en de hoofdpersonen, ervaren het leven als een noodlot dat weinig zorgen baart, omdat het niet voorspelbaar is. In de parallellie die Dourado aanbrengt om die willekeur te tonen, sterft het kind van José Feliciano en Rosalina bij zijn geboorte, terwijl zijzelf ooit als door een wonder in leven bleef. Het slothoofdstuk waarin de doodgeboorte aan de orde komt, is schitterend want het bestaat uit pure suggestie. Het is mogelijk dat het kledderige pakje dat José Feliciano op last van zijn mevrouw dient te begraven alleen de nageboorte bevat.

Opera der doden, van 1967, is hier en daar belegen als een streekroman, maar nodigt over de hele linie uit tot geestdrift over de wijze waarop het materiaal is uitgewerkt. Op de keper beschouwd handelt het boek over karakters die botsen, of karakters die juist te verwant zijn om elkaar nader te komen. Spil is Rosalina die haar ene vroege, veelbelovende ervaring niet vermocht te laten bloeien. Dat is precies wat de hoofdpersonen - vader, moeder en zoon - uit Bordewijks Karakter overkwam. Dourado weet dat thema net als Bordewijk eerder op te roepen dan te benoemen, waardoor het zich des te onontkoombaarder ontvouwt. Bij vergelijking wint voor mij Bordewijk, vanwege zijn gebeeldhouwde stijl en compositie waar Dourado wel eens freewheelt, maar vergelijking met een sinds lang dierbare, in je eigen cultuurgoed opgenomen auteur, maakt het een nieuwkomer van verre wel erg moeilijk.

    • Barber van de Pol