Beesten zijn tenminste betrouwbaar

AMSTERDAM, 28 NOV. Het beeld dat het langst blijft hangen van Peaux de chagrin is dat van twee poezen in een poezenmand. De ene leeft en wil spelen, de andere is dood en opgezet. De levende poes rolt, spint, slaat met haar pootje, maar de dode blijft onbewogen met haar glazen ogen. “Ga jij maar bij je broertje liggen”, heeft de eigenares van beide katten even eerder gezegd.

Peaux de chagrin van de Belg Richard Olivier, gisteren voor het eerst te zien op het InterNational Documentary Festival Amsterdam, lijkt aanvankelijk 'gewoon' een film over mensen met een bizar beroep: taxidermie, oftewel het opzetten van dieren, een vakgebied dat zicht uitstrekt van katten tot neushoorns. Eén van hen vertelt waarom hij een hekel heeft aan honden: de eigenaren ervan komen altijd met een foto van hun lieveling aanzetten en willen dan dat zijn oortjes weer precies zo komen te hangen als op het kiekje. Geen ruimte voor artistieke vrijheid dus, zoals bij het werken voor musea.

Maar gaandeweg verschuift de aandacht van de opzetters en hun problemen naar de eigenaars van de beesten en hun beweegredenen. We zien twee oudere, vrijgezelle zusters in een huiskamer omringd door hun acht - zeven honden en één kat - opgezette huisdieren, de twee allerliefste op hun schoot. Eenmaal in de week krijgen de verscheiden levensgezellen een behandeling met föhn en kam. Aan de muur hangt een zwart-wit foto van een mooie vrouw, een van de zussen toen zij jong was. Ze is nooit intiem geweest met een man, vertelt ze. “Beesten zijn tenminste betrouwbaar.” Halverwege bekruipt je de vraag: is dit nog om te lachen of is het om te huilen? Ten slotte zou je het laatste bijna doen. Maar dat is nadat in beeld is gebracht hoe een van de twee zusters 's avonds haar opgezette lievelingshond mee naar bed neemt. En nadat zij, het dode dier op haar schoot aaiend, antwoord heeft gegeven op de vraag of zij, als de wet dat toestond, ook haar overleden moeder zou hebben laten opzetten. Zonder aarzelen, ja.

Verder ging gisteren in Amsterdam een Nederlandse documentaire in première die deel uit maakt van het competitieprogramma: In het huis van mijn vadervan de Marrokaans-Nederlandse Fatima Jebli Ouazzani over het voorschrift voor Marokkaanse vrouwen dat zij als maagd het huwelijk in dienen te gaan. Ouazzani (37) die niet aan die eis voldeed, met haar vader brak, en op jonge leeftijd het ouderlijk huis verliet, speelt zelf een van de twee hoofdrollen in de documentaire. De andere is voor Naima, een in Nederland opgegroeid meisje dat gevolgd wordt tijdens de voorbereidingen op haar huwelijk in Marroko.

Een gyneacoloog legt droog uit dat de meeste vrouwen helemaal geen bloed verliezen tijdens hun eerste geslachtgemeenschap, zoals de traditie wil. “Het maagdenvlies is vaak niet meer dan een maagdenrandje.” Sommige vrouwen stoppen daarom brandnetels in hun vagina, zodat de slijmvliezen zwellen en er toch bloed wordt verloren tijdens de daad.

Hoe diepgeworteld de traditie is, blijkt uit de woorden van Naima, die trots is op het feit dat zij nog maagd is. Ze is ogenschijnlijk zo Westers als wat, maar heeft dubbele gevoelens: “Als ik niet bloed, dan zie ik wel wat er gebeurt”, zegt ze voordat ze op het vliegtuig naar Marokko stapt. “Ik maak me daar geen zorgen over want ik denk dat ik wel ga bloeden.”

Zal zij dat doen? En zal de regisseur/hoofdpersoon de verbroken relatie met haar vader herstellen? Die twee vragen houden de aandacht vast in In het huis van mijn vader. De werkelijke gebeurtenissen van beide verhaallijnen, zijn doorweven met gespeelde scènes uit de jeugd van de maakster, die soms soms naar al te dramatische middelen grijpt.

Nadat de echtgenoot van Naima zijn nieuwe vrouw over de drempel heeft gedragen om de huwelijksnacht in te gaan - daarvan zijn we geen getuige - volgen beelden van een al eerder opgevoerde waarzegster die met haar tong een scherp mes likt. Dat is onnodig, want de werkelijkheid zelf is dramatisch genoeg.

Een andere documentaire die meedingt naar de Joris Ivens Award en gisteren te zien was is Vision Man van de Australiër William Long, waarin een 87-jarige eskimo zijn levensverhaal vertelt. Net als de film Zero Kelvin bevat deze documentaire een overdaad aan mooie beelden van Groenlandse landschappen. En net als in die film duidelijk werd, onderstreept de eskimo van welk levensbelang honden zijn in de Poolcirkel. “Honden geven me mobiliteit, ik geef ze eten. Samen vinden we het”, vertelt de oude jager. Eén hond heeft nu nog maar. “Ik noem hem alcohol. Omdat ik van hem hou.”

    • Jeroen van der Kris