Beelaerts van Blokland verlaat openbaar bestuur; 'Procedures zijn doorgeschoten'

Na bijna 35 jaar binnenlands bestuur zwaait jhr. drs. P.A.C. Beelaerts van Blokland af. “Respect tussen bestuurslagen is een groot goed.”

UTRECHT, 28 NOV. Dertig jaar discussie over bestuurlijke vernieuwing zijn niet voor niets geweest, meent de Utrechtse commissaris van de koningin jhr. drs. P.A.C. Beelaerts van Blokland. Weliswaar is de Thorbeckiaanse indeling van gemeenten, provincies en rijk intact gebleven, maar er is iets veranderd. “De gemeenten zijn sterker geworden.”

In 1963 begon Beelaerts zijn bestuurlijke carrière als burgemeester van het Zeeuwse Wolphaartsdijk en op 2 december neemt hij afscheid als commissaris van de koningin in Utrecht. Alle discussies over een reorganisatie van het binnenlands bestuur heeft hij meegemaakt, onder meer als burgemeester van Amstelveen, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en burgemeester van Apeldoorn. Het resultaat is dat de provincie Utrecht ondanks bedreigingen ongeschonden is gebleven, maar dat Wolphaartsdijk haar zelfstandigheid heeft verloren en is opgegaan in de gemeente Goes.

Als voorzitter van het Interprovinciaal Overleg heeft Beelaerts een belangrijke rol gespeeld in de overlevingsstrijd die de provincies geruime tijd moesten voeren. Er is sprake geweest van landsdelen of kwartieren die verschillende provincies zouden omvatten en tegelijkertijd probeerden de grote steden via de vorming van stadsprovincies meer armslag te veroveren. Dit was vooral voor Utrecht, in oppervlak de kleinste provincie, een bedreiging. Immers als de stad Utrecht met de omringende gemeenten een stadsprovincie had gevormd zou er voor Gedeputeerde Staten niets meer zijn overgebleven om te besturen.

Voor Beelaerts was dat niet zijn grootste vrees. “Met die stadprovincies zouden we 20 tot 25 provincies hebben gekregen. Ons land is in ieder geval niet gebaat bij kleinere provincies. Dat gaat dwars in tegen iedere ontwikkeling in Europa. Bovendien krijg je meer centralisatie op ambtelijke basis. Want een minister kan dan wel in politieke zin worden aangesproken op allerlei kleinschalige ontwikkelingen, maar hij zal daar niet om aftreden. Je ziet nu al dat ministers minder hun verantwoordelijkheid nemen, waarbij ik overigens geen waarde-oordeel uitspreek. Maar ik wil niet dat dat versterkt wordt.”

Eigenlijk heeft zijn provincie de ideale schaal. “Uit praktische ervaring merk ik dat een provincie als Utrecht, met iets meer dan een miljoen inwoners, voor het politiek bestuur overzichtelijk is.”

Deze week hebben Gedeputeerde Staten definitief besloten dat Vleuten-De Meern wordt samengevoegd met de stad Utrecht. In politieke kring wordt dit beschouwd als het offer dat de stad geboden moet worden in ruil voor het opgeven van de stadsprovincie. Bovendien kan nu de bouw van Leidsche Rijn, de grootste stadsuitbreiding in de geschiedenis van Nederland, onder één bestuurlijk regime gebeuren.

De bouw van Leidsche Rijn stuitte aanvankelijk op bezwaren van de provincie. In de stad Utrecht zag men dit als een zoveelste manoeuvre om de stad klein te houden. Geheel ten onrechte, zegt Beelaerts. “Als ex-minister wist ik, als een van de weinigen, wat er speelde. Ik wist dat je bij het begin goede afspraken moet maken. Er zaten toen mensen aan tafel die alleen maar op papier een project rond wilden krijgen. Daardoor leek het alsof wij niet op één lijn zaten. Maar het loopt nu als een trein.”

Toch is de financiering van Leidsche Rijn nog niet geheel rond, nu het kabinet een pas op de plaats maakt inzake de openbaar-vervoersontsluiting. Voor de commissaris bewijst dit dat de provincie in de aanvangsfase terecht een voorzichtige koers heeft gevaren. “Dat financiële gat is mij nog een zorg. Het is een benauwenis die we altijd gehad hebben.”

Er is een grens aan het vergroten van gemeenten, denkt Beelaerts, want voor het provinciaal bestuur wordt het er niet gemakkelijker op. “In theorie kan een kleine provincie drie grote gemeenten tellen, maar dan wordt de coördinatie zwaarder. Ik ben voorzitter geweest van het streeklichaam Alblasserwaard en Vijfheerenlanden met 35 gemeenten. Daar zag je dat de grote en de kleine gemeenten elkaar in evenwicht hielden.”

Beelaerts is groot voorstander van meer bevoegdheden voor provincies, zodat knopen eerder kunnen worden doorgehakt. Dat betekent niet dat de provincie op de stoel van de lagere overheid moet gaan zitten. “Ik vind het respect tussen de bestuurslagen een groot goed. Het moet niet zó zijn, dat als iets te langzaam gaat, we het wel even zelf zullen doen. Dat is rampzalig, want dan merk je dat er de eerste tien jaar niets van terechtkomt. We proberen nu alles met consensus te bereiken, maar dat wekt geen voortvarende indruk.”

Ook zou er iets moeten veranderen aan de tijdrovende beroepsprocedures. “Tijd is macht”, constateert de commissaris en noemt als voorbeeld een onwillige autosloper in Soest die op vindingrijke wijze al jarenlang sluiting van zijn bedrijf weet te voorkomen. “De burger speelt nu haasje-over. Als hij zonder succes bij de overheid heeft geklaagd, kan hij naar de rechter en daarna nog in hoger beroep. We zijn echt heel ver doorgeslagen in Nederland.”

Is zo'n stroperige procedure niet onvermijdelijk in een dichtbevolkt land als Nederland? “Mijn bezwaar is niet zozeer dat haasje-over. Dat mag. Maar je moet het aan een termijn binden, anders wordt men er ziek van. We zullen onze denkkracht moeten gebruiken om dat proces te herijken.”

    • Bert Determeijer