Architect van een ijsberg; Gesprek met Colin St John, verguisd ontwerper van de British Library

Prins Charles noemde de nieuwe British Library 'een vergaderzaal voor de geheime politie', het gebouw werd ook getypeerd als 'gedrocht' en 'een klont knoeiwerk'. Na een lijdensweg van 35 jaar ging deze week de grote leeszaal van de British Library in Londen open. Architect Colin St John Wilson zoekt eerherstel.

Hij geldt als de meest verguisde bouwkundige van Groot-Brittannië. “Architect van de Grootste Britse Catastrofe”. Zo omschrijft hij zichzelf. Met zelfspot. Niet zonder bitterheid.

Toch voelt Colin St John Wilson zich bevoorrecht. Omdat hij de British Library heeft mogen scheppen. “Het enige grote monument dat deze eeuw in het Verenigd Koninkrijk gebouwd is.” Alleen een kathedraal had hij nog liever ontworpen. Maar ook een bibliotheek beschouwt hij als 'een heilig gebouw'.

Nooit had hij, bij het begin van het project in 1962, kunnen vermoeden dat de totstandkoming van de British Library meer tijd zou vergen dan de bouw van St Paul's cathedral. Dat de opdracht, die het begin van een schitterende internationale carrière leek te markeren, zijn levenswerk zou worden. Een mausoleum voor hemzelf.

Alsof er al die jaren een vloek heeft gerust op de bibliotheek: zoveel plagen hebben het project getroffen. Protestacties, een wisseling van locatie, financieel wanbeheer, een stortvloed van constructiefouten. En, het allerergst volgens Wilson: “een grillig, destructief, demoraliserend overheidsbeleid”. Al die ellende heeft ertoe geleid dat de bouw meer dan vier keer zo lang duurde als aanvankelijk gepland was. Dat de kosten konden stijgen tot 511 miljoen pond, circa 1,7 miljard gulden, bijna vijf keer zoveel als voorzien, terwijl het project steeds verder gesnoeid werd. De British Library biedt maar plaats aan 1206 lezers, niet aan de 3440 waarvan Wilson nog uitging in zijn eerste ontwerpen. Ook de opslagcapaciteit werd gehalveerd tot 12 miljoen boeken, wat in het jaar 2000 al niet meer toereikend zal zijn.

Steeds weer nieuwe tegenslagen, kostenoverschrijdingen en blunders maakten de bibliotheek tot mikpunt van spot. Het rode bakstenen 'gedrocht' dat langzaam, uiterst langzaam, verrees naast het goddelijke, neogotische St Pancras Station in London, werd nationale pispaal. Alle zelfhaat van de Engelsen leek zich te concentreren op de boekentempel van Wilson.

Schimpscheut

Pijnlijk volledig, bijna masochistisch, somt hij de vernederingen op waaraan zijn creatie werd onderworpen. Prins Charles die in 1982 de eerste steen had gelegd, deed het gebouw af als 'een vergaderzaal voor een academie van de geheime politie'. Die schimpscheut was onderdeel van zijn kruistocht tegen het post-modernisme en tegen het bouwen zonder eerbied voor traditie en omgeving. Juist omdat Wilson de kritiek van de kroonprins grotendeels deelde, vindt hij het navrant dat de British Library tot cultureel schrikbeeld gebombardeerd werd. Met zijn lippen op elkaar geperst zegt hij dat prins Charles zijn kanon op het verkeerde doelwit gericht heeft. Hij verwijt de kroonprins dat hij zijn vernietigend oordeel uitsluitend op het uiterlijk van een pand in aanbouw heeft gebaseerd.

Met zijn tirade zette de kroonprins de trend. Daarna deden politici en pers hun best om elkaar in diskwalificaties te overtreffen. Kunstcriticus Jonathan Meades noemde het gebouw 'een klont knoeiwerk op kosmische schaal'. De conservatieve staatssecretaris David Mellor verklaarde in een radio-interview dat met de British Library niks mis was. “Behalve een architect die niet deugt”. En de Labour-voorzitter van de Lagerhuiscommissie voor Cultuurzaken, Gerald Kaufman, fulmineerde over 'een nationaal schandaal', 'één van de lelijkste gebouwen ter wereld' en 'een toren van Babel, gezien door een speelgoed-kaleidoscoop'.

Deze rituele slachting heeft de architect niet gebroken, wel zwaar beschadigd. Zeker zakelijk. Hij heeft zijn architectenbureau moeten ontbinden, nu de bibliotheek bijna klaar is. Andere grote opdrachten heeft hij nooit ontvangen. Zijn vrouw en collega, die een groot aantal detailontwerpen voor de boekentempel maakte, is een eigen bureau onder haar meisjesnaam begonnen. “Om zich aan de kwade reuk van mijn naam te onttrekken”, zegt Wilson. “Ik hoop dat ze af en toe wat werk voor mij heeft.”

Optimist

Van 1975 tot 1989 was hij hoogleraar Bouwkunde aan Cambridge University waar hij nog steeds emeritus hoogleraar is. Een benoeming aan Yale University in de Verenigde Staten heeft hij indertijd laten schieten. “Omdat ik de bibliotheek niet in de steek kon laten.” Anders dan internationaal vermaarde Britse collega's als Norman Foster en Richard Rogers heeft hij nooit een koninklijke onderscheiding gekregen. Zijn grootste faam verwierf hij nog met schilderijen die momenteel in Cambridge worden geëxposeerd. “Een geboren optimist die eraan is gewend geraakt het ergste te verwachten.” Zo karakteriseert hij zichzelf.

Tijdens zijn 'dertigjarige oorlog' heeft hij zich met enige regelmaat miskend gevoeld, gefrustreerd, onrechtvaardig behandeld, ten prooi aan blinde willekeur. Ook aan de zoete pijn van zelfmeelij wist hij niet steeds te ontsnappen, al duurde dat nooit lang. Zijn vrouw heeft een gruwelijke hekel aan 'gezeur'.

Hoe hij het heeft volgehouden? Al die bureaucratie? Al die tegenwerking? Al die beledigingen? Dertig jaar lang? Als om zich te verontschuldigen voor zijn geduld en doorzettingsvermogen, verzucht hij dat hij vaak tot wanhoop werd gedreven. Zoals in de jaren tachtig, toen de Conservatieve regering slechts mondjesmaat geld beschikbaar stelde en elke deelfase van het project afzonderlijk goedgekeurd moest worden. “Het was altijd hollen of stilstaan. Wat een verkwisting. Zo vreselijk inefficiënt.”

Zoals ook aan het begin van de jaren negentig, toen de toenmalige staatssecretaris William Waldegrave met het idee kwam om het pand in aanbouw tot boekwinkel of een parkeergarage te bombarderen. In diezelfde onheilsperiode besloot de regering ook dat de zogeheten 'één procent-regeling' niet voor de British Library zou gelden, waardoor de bibliotheek geen overheidsmiddelen voor kunst krijgt. “Een waanzinnig geval van cultuurbarbarisme”, vindt Wilson. “Ook stelden John Major en zijn zooitje bij de laatste financiering van de nieuwbouw als voorwaarde dat de grond wordt verkocht die voor vervolgfasen gereserveerd was. Alsof je afstand doet van je eerste-geboorte-recht.”

Toch heeft Colin St John Wilson nooit serieus overwogen om de opdracht terug te geven. Dat past niet bij zijn karakter. Hij omschrijft zichzelf als een doorzetter en halsstarrig. Die eigenschappen hielpen hem in zijn jeugd om het stotteren te overwinnen. Alleen als hij boos of ontroerd is hapert zijn spraak nog.

Bisschop

Hij aardt naar zijn eigenzinnige vader, zegt Wilson. Die roeide ook steeds tegen de stroom in. Ook zijn vader gold als leider van onmogelijke missies, even impopulair als groots en meeslepend. En ook hij werd belasterd en gehoond.

Bisschop van Chelmsford was zijn vader, maar ze noemden hem 'Bolshie Bishop', bolsjewistische bisschop. Of 'Red Rev', de rooie predikant. In het Hogerhuis keerde hij zich tegen Franco en tegen de atoombom. Achter zijn rug maakten ze hem uit voor dorpsgek, maar dat heeft hem nooit belet om door te gaan met de campagnes waarin hij geloofde. Zo is ook zijn zoon steeds trouw gebleven aan zijn werk. “Ik geloof dat iedereen een doel heeft in het leven”, zegt Wilson. “Dat iedereen een opdracht te vervullen heeft.”

Wat hem ook heeft geholpen om spot en slaag te doorstaan is 'een zwak voor absurde humor' en 'een zekere mate van historisch besef'. Troostrijk én onthullend vindt hij het dat het veel van zijn beroemde voorgangers niet beter is vergaan. “Dit land heeft een traditie in het publiekelijk tuchtigen van architecten.” Hij komt met het verhaal van Christopher Wren, ontwerper van de kathedraal van St Paul, die tien jaar lang een halvering van zijn salaris moest accepteren en voor het eind van de bouw werd ontslagen. Hij vertelt over de hoon waarmee Charles Barry, de architect van het paleis van Westminster, het neogotische parlementsgebouw, werd overladen. De enige passende beloning voor Barry, verklaarde destijds premier Disraeli, is het snijdende touw van een strop.

Misschien oordeelt de geschiedenis over de meesterproef van Wilson ook welwillender dan zijn meedogenloze tijdgenoten. Maar Wilson wil daarop niet wachten. Hij hunkerde naar afgelopen maandag, het moment dat de schitterende houten deuren van de grote leeszaal voor de bibliotheekbezoekers opengegooid werden. “Eindelijk zullen de mensen zelf kunnen begrijpen wat het gebouw wil zijn en hoe het wil functioneren.” Hij snakt naar eerherstel, niet eens voor zichzelf, maar voor het pand.

Wilson heeft de bibliotheek ontworpen 'van binnen naar buiten'. En daarom, vindt hij, kan je het pand niet verwerpen zolang je het interieur niet verkend hebt. Zoals je ook een boek niet mag beoordelen naar de kaft.

Een aantal bevriende kunstenaars is op verzoek van Wilson naar de bibliotheek komen kijken, onder wie R.B. Kitaj, de schilder die Groot-Brittannië om zijn beulse kunstkritiek ontvlucht is. Ze zeiden dat ze de buitenkant pas begrepen nadat ze binnen hadden rondgelopen. “Van buiten oogt de bibliotheek gesloten”, bevestigt Wilson. “Van binnen komt ze pas tot bloei.”

Hij hoopt dat het gebouw zichzelf zal bewijzen, dat de bezoekers niet aan het intrinsieke nut en de nauwelijks verhulde sensualiteit kunnen ontkomen. Met instemming citeert hij het motto van Wittgenstein dat hem bij de bouw steeds als leidraad heeft gediend: “In het gebruik ligt de betekenis.”

Als Wilson een rondleiding geeft, ontpopt hij zich tot een mengsel van wervelwind en vuurwerk. De 75-jarige architect is bijna niet bij te houden, zo beent hij in zijn zwarte corduroy pak over de binnenplaats. Ook zijn woordenvloed is niet te stelpen, terwijl zijn beeldhouwershanden wurgen en kneden, en zijn ogen schitteren van enthousiasme. Alleen om het leer van een trapleuning te strelen of het koele marmer van een bank, blijft hij soms staan. Hij straalt uit wat hij later ook deemoedig zal bekennen: “Ik houd ontzettend veel van dit gebouw.”

Individuen

Gebruikers van de bibliotheek mogen zich niet geïntimideerd of overweldigd voelen, vindt Wilson. Hij heeft het publiek niet als massa willen behandelen maar als een verzameling individuen, omdat bibliotheekbezoek, net als het lezen, een persoonlijke bedevaart moet zijn.

Om de persoonlijke behandeling te benadrukken is het bibliotheekcomplex alleen bereikbaar via een smalle, gebeeldhouwde toegangspoort die bestaat uit bronzen letters. De binnenplaats die zich daarachter ontvouwt, geeft de bezoeker de kans om zich van de stadse onrust te bevrijden. Ze biedt uitzicht op een op het eerste oog ontoegankelijk, ondoorgrondelijk rood bakstenen gebouw. Daarachter verrijzen de weelderige contouren van Gilbert Scott's beroemde Midland Hotel dat eind vorige eeuw uit dezelfde rode baksteen is opgetrokken.

Wilson zegt dat hij met het ontwerp van de bibliotheek heeft aangehaakt bij een traditie van humanistische, organische architectuur waarvan Scott een exponent was en John Ruskin de woordvoerder. “De enige periode in de geschiedenis dat het Verenigd Koninkrijk een originele bijdrage aan de bouwkunst geleverd heeft.” Het meest verwant voelt Wilson zich met architecten als Alvar Aalto, Hans Scharoun en Erik Gunnar Asplund, die deze traditie verder ontwikkelden en aan het eind van de jaren twintig een 'verzetsbeweging' vormden, een alternatief voor het 'dogmatisme' van Le Corbusier. Net als Aalto, zijn grote Finse voorbeeld, vindt Wilson dat “de mens in de architectuur centraal moet staan” en dat een gebouw “de mensen met hun omgeving moet verenigen”.

De hal van de British Library is van een ontroerende schoonheid. Verrassend intiem door het verlaagde plafond, de hangende lampen en de organische vormen. Uiterst overzichtelijk en bijzonder functioneel. Links: de menswetenschappen. Rechts: de exacte wetenschappen. Rechtdoor: het restaurant. En midden in het hart: de King's Library, de kostelijke collectie van koning George de Derde, die door zijn zoon aan de natie is geschonken. Zestigduizend bundels in een gigantische glazen toren. Sculptuur en symbool voor de bibliotheek tegelijkertijd.

De toren rust in een schacht van glimmend, zwart marmer. Om de illusie van peilloze diepte te wekken, zegt Wilson, “om aan te geven dat het gebouw een ijsberg is.” Onder de grond bevinden zich de vier verdiepingen met 300 kilometer boeken: “Waar goede wijn en boeken het best behouden blijven.” Daarmee levert Wilson een nauwelijks verhuld commentaar op de Bibliothèque Nationale de France die vorig jaar is geopend. De 'omgekeerde tafel' met zijn vier glazen torens waar een groot deel van de boeken ligt opgeslagen. “Pathetisch”, noemt hij het ontwerp van Dominique Perrault.

Zoals wanneer je met een boot de haven binnenvaart, zo moet de bezoeker zich voelen als hij een openbare ruimte in stapt, vindt Wilson. Omsloten. En toch met voldoende vrijheid van bewegen. Op zijn gemak.

Maar de British Library biedt meer. Waar je ook loopt in dit paleis van de boeken dat eerder gegroeid lijkt dan gebouwd: steeds wisselende perspectieven. Verrassende doorkijkjes. Briljante vondsten. En schitterende details. Aan de lijdensweg van Wilson lijkt een einde gekomen. De British Library was het lange wachten waard.

    • Dick Wittenberg