Anna Maria Tatò, filmbiografe van Marcello Mastroianni; Wat herinner ik mij goed hè

Anna Maria Tatò maakte een film met en over Marcello Mastroianni die bestaat uit monologen van de acteur afgewisseld met filmfragmenten. De cineaste was de maîtresse van Mastroianni, 22 jaar lang, zegt ze zelf.

De korte versie van 'Mi ricordo, si, io mi ricordo' wordt vier keer vertoond tijdens het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), waaronder één keer morgenavond, in het kader van de NRC Handelsbladdag voorafgegaan door een gesprek met Anna Maria Tatò (kaarten alleen voor de hele dag te verkrijgen). Verder: zo 30.11, 16u in Calypso 1; ma 1.12, 16.30u in Alfa 4; wo 3.12 om 19.45u in Alfa 1. Reserveren: tel. 020 62 61 939.

De VPRO-televisie zendt de lange versie van de film uit op zondag 30 november op Nederland 3.

Het boek: Marcello Mastroianni: Ik herinner mij. (Vertaling: Mieke Geuzebroek) Uitg. Forum Amsterdam, 1997, 180 blz. Prijs: ƒ 25,-

Bij de maîtresse van Marcello Mastroianni - de in december vorig jaar overleden, bij zijn leven al legendarische Italiaanse filmacteur - had ik mij een grillige, flamboyante persoonlijkheid voorgesteld. Maar de vrouw die haar huis in een schilderachtig Romeins straatje uitkomt om een interview in het café op de hoek te geven lijkt op het eerste gezicht meer van de huiselijke soort.

Deze vriendelijke dame heet Anna Maria Tatò. Hoe oud ze is wil ze niet zeggen, ook niet nadat ik laf heb uitgelegd dat de Nederlandse pers, in tegenstelling tot die in de latijnse landen, werkt met de angelsaksische standaard voor exactheid en het derhalve gebruikelijk is geïnterviewden naar hun leeftijd te vragen. 'Zeventig' zegt ze met spottende verachting in de stem, maar dat geloof ik niet. “Hoe kunt u dat weten? De doktoren zijn zo knap tegenwoordig, mijn moeder ziet er jonger uit dan ik.”

Anna Maria Tatò is filmmaakster. Tien werken telt haar filmografie, waarvan er negen buiten Italië nauwelijks bekend zijn. Het tiende daarentegen, Mi ricordo, si, io mi ricordo (Ik herinner mij, ja, ik herinner mij), is een doorslaand succes, zowel in de korte versie (98 min.) die het IDFA en de VPRO-televisie vertonen, als in de langere van drie uur en 20 minuten. In beide gevallen gaat het om monologen van Marcello Mastroianni, doorsneden met fragmenten uit de ongeveer 170 films waarin hij heeft gespeeld, en ander archiefmateriaal.

In de monologen vertelt Mastroianni over zijn jeugd, zijn films, zijn acteurschap en andere onderwerpen die hem aan het hart liggen. Ze zijn opgenomen tegen de achtergrond van Portugese landschappen: de film is - met één 35-mm-camera - gedraaid terwijl Mastroianni in september vorig jaar in Portugal was voor de opnamen van Manoel de Oliveira's Reis naar het begin van de wereld, die zijn laatste film werd. Op 19 december stierf hij, 72 jaar oud, in Parijs.

Die laatste speelfilm mag worden bijgezet in de lange, door Mastroianni zelf met de nodige ironie behandelde rij mislukte of slechte films waaraan hij zijn medewerking heeft verleend - naast natuurlijk vele meesterwerken. Tatò's Mi ricordo, si, io mi ricordo wordt echter algemeen bewonderd en toegejuicht. Het kost moeite de filmmaakster nog thuis in Rome te treffen, want ze reist met haar Mastroianni-films de wereld rond, van festival naar festival: nog maar net terug uit Brazilië en Japan, of de koffers staan alweer gepakt voor Argentinië. “Ik word er een beetje weemoedig van”, vertelt Tatò. “Het is of ik met Marcello nog steeds de wereld over reis, net als in de 22 jaar dat we samen waren”. Ze heeft Marcello leren kennen in 1973, tijdens de opnamen van Marco Ferreri's La grande bouffe, waarvoor ze als persattaché werkte. Sindsdien waren ze, vertelt Tatò, onafscheidelijk en woonden beurtelings samen in Rome en Parijs.

Bewonderaars

Al in 1987 had ze willen beginnen met het filmen van een portret van haar minnaar, toen ze samen in Odessa waren voor de opnamen van Nikita Michalkovs Otsji tsjornije (Zwarte ogen). Het ging echter helemaal mis, nadat Tatò haar camera op de schouder had genomen voor wat mooie opnamen van Mastroianni op de fraaie trappen die elke filmliefhebber kent uit Eisensteins Pantserkruiser Potemkin. Uit alle richtingen stroomden plotseling bewonderaars van de befaamde Italiaanse acteur toe, die de filmmaakster met camera en al onder de voet liepen. Met achterlating van het apparaat vluchtte Tatò terug naar de hotelkamer.

Het zou negen jaar duren voor ze opnieuw een poging waagde: “altijd maar druk, hij en ik, en veel op reis, samen of alleen”. Totdat ze begin vorig jaar samen op video een BBC-documentaire zagen over Orson Welles, waarin deze regisseur imposant over zichzelf vertelde. Toen kwam het oude plan weer bovendrijven en besloten ze, dat het in Portugal zou kunnen. “Ik had wel met twee camera's willen werken”, vertelt Tatò. “Dat is ook handiger bij de montage, om afwisselend shots van dichtbij en veraf te kunnen gebruiken. Maar Marcello wilde de ploeg zo klein mogelijk houden, aangezien anders de mensen van de film van De Oliveira er last van zouden hebben.”

Het minst storend is natuurlijk een kleine videocamera, maar daar voelde Tatò weer niet voor. “Video is televisie en televisie is consumptie van beelden. Daarna verdwijnt zo'n film, hoe goed hij ook is. Maar een 35-millimeterfilm beklijft.”

Mi ricordo, si, io mi ricordo heeft inderdaad alle trekken van een monument. Mastroianni, geschminkt, vertelt op betrekkelijk theatrale wijze over zijn jeugd, zijn samenwerking met regisseurs, over het verschil tussen acteren voor film en voor theater en tal van andere onderwerpen. De film verlangt van zijn toeschouwers eigenlijk dat deze aan Mastroianni's voeten liggen. En daar is ook alle reden voor, want Mastroianni is onmiskenbaar een groot verteller, geestig en origineel. Maar wie een voyeuristisch kijkje in andermans leven zou verwachten komt bedrogen uit, want dat biedt de film allerminst. Tal van denkbare onderwerpen - waaronder het gerenommeerde en gevarieerde liefdesleven van de beroemde acteur bijvoorbeeld - blijven volstrekt onbehandeld.

Is Tatò's film eigenlijk een documentaire? “Noem het docudrama”, zegt de maakster. “Het kan mij zelf niet zoveel schelen hoe de film wordt omschreven. Geen enkele monoloog in de film hebben we overgedaan om hem mooier te maken en er is niet gerepeteerd. Marcello spreekt improviserend, maar ik heb hem voor de monologen wel de onderwerpen aan de hand gedaan, puttend uit wat ik hem in de loop der jaren had horen zeggen.”

Een ander belangrijk element van mise-en-scène zijn de steeds wisselende Portugese locaties waarin Mastroianni het woord neemt. “Die zijn naar mijn mening zeer essentieel in de film. Die plaatsen brengen een zekere afstand teweeg, die Marcello tot associaties aanzet die hij niet zou hebben gemaakt als we de film thuis in Rome of Parijs hadden opgenomen. Hij hield van plaatsen, soms onwaarschijnlijke, waarvan hij zei dat je die nooit zou zien als je er niet moest zijn om een film op te nemen. Zonder die Portugese achtergrond zou de film niet dezelfde kracht gehad hebben.”

Naturel

Toch kun je je een portret voorstellen, waarin wat meer duidelijk wordt over de mens achter de acteur. Nu zie je een groot acteur, maar hij blijft een acteur, die pas in de historische fragmenten die door de film zijn gemonteerd ook nog 'naturel' blijkt te kunnen spreken. De film is eigenlijk een bijdrage, een hele mooie en verleidelijke bijdrage, aan de mythe van de acteur Marcello Mastroianni.

Tatò: “Dat is niet waar. Marcello spreekt bijvoorbeeld zeer ironisch over zichzelf, en over de vele slechte films waarin hij heeft gespeeld. Kent u veel acteurs die zo over zichzelf weten te spreken? Ik ken er geen enkele. En ik heb die opmerkingen over slechte films dan ook nog eens aan het einde van mijn film gemonteerd, zodat ze blijven hangen. Zelf vond hij de mooiste opnamen die uit het begin van de film, waarin je alleen maar zijn silhouet ziet. 'Wat herinner ik mij goed hè, en wat vervoeg ik goed de werkwoorden'. Dat beschouwde hij als een teken van de kwaliteit van een acteur, of hij improviserend correct de werkwoorden kon vervoegen. Die bescheidenheid kenmerkte hem.

“Natuurlijk konden de acteur Mastroianni en de mens Mastroianni eigenlijk niet scherp gescheiden worden, ze waren onderling verstrengeld. Hij hield van verhaaltjes en anekdotes vertellen, aan tafel met vrienden bijvoorbeeld. Zelfs de kleinste geschiedenis vertelde hij met toewijding en dat zie je hem in de film ook doen. Maar het is niet zo, dat hij in de film verzinsels vertelt of aan zijn eigen mythe bouwt. Je weet alleen nooit precies wanneer nu de mens, en wanneer de acteur Mastroianni aan het woord is.”

Een van de meer heftige passages in de film is die, waarin Mastroianni zich verzet tegen het hem aanklevend imago van 'latin lover'. Hij maakt zich daar mild boos over, omdat hij dat etiket ziet als een belediging van zijn acteursschap. Na La dolce vita, betoogt Mastroianni, heeft hij in films gespeeld waarin hij impotent was, waarin hij door zijn vrouw bedrogen werd, waarin hij homoseksueel was of een zwangere man: “Maar je doet er niks tegen, helemaal niks. Ik ben nu 72 jaar en nog steeds schrijven ze over mij als de latin lover. Ben ik soms een kermisattractie? (-) Ik heb carrière gemaakt door mijn vak uit te oefenen, niet door de mooie jongen uit te hangen.”

“Die verontwaardiging was authentiek”, vertelt Tatò. “De manier waarop men met name in Hollywood altijd probeert een soort vermenging teweeg te brengen tussen de persoon van de acteur en de personages die hij speelt, maakte hem boos. Je hoeft om een priester te spelen niet eerst zes maanden in het klooster gezeten te hebben, zei Marcello ook wel. Wie dat wel nodig heeft is geen acteur, maar een imitator. Maar ja, het is voor veel mensen makkelijker om bewondering op te brengen voor iemand die zes maanden geleden heeft, dan voor een acteur die zijn vak verstaat.”

Latin lover of niet - het zou kunnen dat Mastroianni door zijn rijk met vrouwen gestoffeerde privé-leven enigszins tot de bestendiging van dit misverstand heeft bijgedragen. Anna Maria Tatò heeft, voorafgaand aan het interview, via haar agent laten weten niet tot ontboezemingen op dit punt bereid te zijn. Anderen zijn echter beduidend minder terughoudend geweest.

Echtgenote

Mastroianni's wettige echtgenote, de 70-jarige Flora Carabella Mastroianni, heeft tegenover een Amerikaanse journaliste verteld hoe ze haar huwelijk heeft ervaren: “Een latijnse man moet zich vrij en potent voelen, dus laat je hem gaan.” Ze had naar eigen zeggen wel een globaal beeld van het leven van haar echtgenoot: er waren ook dagen dat deze haar om de drie uur opbelde, en op den duur kwam hij altijd weer terug naar haar en hun inmiddels 45-jarige dochter Barbara. Met sommige van Marcello's maîtresses zegt de echtgenote zelfs een warme verstandhouding te hebben. Chiara, de 24-jarige dochter van Mastroianni en de Franse actrice Catherine Deneuve, woont zelfs bij haar in huis.

Haar kennis van Marcello's doen en laten was echter onvolkomen: dat hij in december 1997 in Parijs lag dood te gaan heeft Flora Mastroianni bijvoorbeeld pas na het overlijden vernomen. Desondanks meent ze zeker te weten dat Tatò niet de waarheid spreekt als ze zegt dat ze met Mastroianni 22 jaar een verhouding heeft gehad: “dat is meer iets van de laatste tijd geweest”. Dat Tatò bovendien met een supplement op Mastroianni's testament op de proppen is gekomen, waarin de acteur zijn laatste minnares tot de beheerder van zijn artistieke nalatenschap benoemt, heeft de onderlinge verhoudingen er niet beter op gemaakt.

Eens te meer is het overlijden van een groot man dus aanleiding tot onverkwikkelijk touwtrekken rond de tombe. Tatò heeft, evenmin trouwens als Deneuve, de familiebegrafenis in Rome mogen bijwonen. Zij moesten het met een herdenkingsdienst in een Parijse kerk doen. Tot enige solidariteit tussen beiden heeft dit echter niet geleid. Deneuve - wier amoureuze verhouding met Mastroianni 24 jaar geleden tot een einde was gekomen - heeft in navolging van echtgenote Flora advocaten in stelling gebracht om Tatò's aanspraken op Mastroianni's artistieke nalatenschap te betwisten, vooral het in Portugal gedraaide materiaal van in totaal zes-en-een-half uur herinneringen.

De aanvankelijke opzet van echtgenote, vroegere maîtresse en twee dochters was om Tatò's film door een rechter te laten verbieden, omdat in Mi ricordo, si, io mi ricordo een volkomen verkeerd beeld zou worden geschetst van het leven van de overleden kunstenaar. Dit streven is echter in de knop gebroken door het feit dat Mastroianni over zijn familie- en liefdeleven in de film in het geheel niets vertelt.

Slechts Deneuve wordt één keer genoemd, maar in een weinig pikante context. Mastroianni, die graag bij tijd en wijle de filmset voor de planken verruilde - zijn allerlaatste optreden was ook in een theater en Tatò toont daarvan aangrijpende beelden - zegt dat hij wel eens had geprobeerd Deneuve te bewegen met hem in een toneelstuk te spelen, maar dat zij daar niet voor voelde.

Rest natuurlijk de vraag of er wel pikante bijzonderheden voorkomen in de vele uren film die Tatò in Portugal heeft opgenomen en die niet in de film voorkomen. Kunnen we misschien, na de versie van 98 minuten, en die van drie uur twintig minuten, nog een derde film van Tatò met Mastroianni verwachten?

De filmmaakster ontkent dat ten stelligste en verwijst naar het dagboek van het draaien van de film dat, net als de foto's, helaas ontbreekt in de wat armzalig uitgevallen Nederlandse uitgave van het bij de film behorende boek. “In dat dagboek staat precies welke scènes we in welke volgorde hebben opgenomen, en waarover die gaan. Natuurlijk heb ik in de montage niet alle rushes gebruikt, maar dat heeft met hun inhoud niet te maken. Soms ging er iets mis, een wolkje voor de zon, of de filmrol was op. We werden geplaagd door slecht weer. We hadden gedacht: Portugal, veel zon, maar er waren in totaal maar vier dagen met zon en dat beperkte de mogelijkheden tot draaien zeer.”

Ook het verschil tussen de nu bestaande korte en lange versie zit hem niet zozeer in de uitspraken van Mastroianni, zegt Tatò. “Ik vind zelf de korte versie misschien wel sterker omdat daarin de nadruk meer op Marcello ligt. De lange versie bevat veel meer film- en andere archieffragmenten. Het is overigens schokkend hoe slordig er vaak met zulk materiaal is omgesprongen. Van veel films - niet alleen maar de films die Marcello zelf slecht of onbeduidend vond, maar zelfs van erkende meesterwerken van Visconti of Fellini - is het vaak niet meer mogelijk om een negatief op de kop te tikken. Ik heb voor veel fragmenten in de film gebruik moeten maken van slechte kopieën.”

Tatò geeft grif toe dat Mi ricordo, si, io mi ricordo minstens evenveel een film van Mastroianni is, als van haar als regisseur. Had Mastroianni trouwens nooit de aanvechting, zelf als regisseur van een film op te treden? “Nee, dat is hem vaak aangeboden, maar hij heeft dat altijd geweigerd. Ik moet er niet aan denken, zei hij dan: eerst moet je de producent overtuigen, en de vrouw van de producent, en de maîtresse van de producent, en dan de distributeur, en de vrouw van de distributeur en de maîtresse van de distributeur. Dan moet je geld zoeken, en als je hem dan eindelijk hebt kunnen maken moet je er publiek bij zoeken. Dat leek hem allemaal veel te ingewikkeld.”