AEX-president Möller wil publiek meer inzicht verstrekken; Transparantie kan beurs niet schaden

De Amsterdamse beurs wil nieuwe maatregelen nemen tegen fraude. Grotere transparantie in de effectenhandel is de kern.

DEN HAAG, 28 NOV. Beursbedrijf Amsterdam Exchanges (AEX) heeft de Tweede Kamer gisteren plannen voorgelegd om beursfraude beter te bestrijden. Zo wil de beurs regelmatig bekendmaken hoeveel verdachte transacties zij meldt aan toezichthouder STE en wil zij dat handelaren aangeven of ze voor cliënten of voor eigen rekening handelen. Van de wetgever verlangt zij een duidelijker definitie van fraude. Een gesprek hierover met de president-directeur van AEX, G. Möller.

Waren de voorstellen ook gedaan als de beursfraude vorige maand niet aan het licht was gekomen?

“Veel punten heb ik eerder aangestipt. Aan het begin van dit jaar heb ik al geroepen dat handelaren beter moeten worden gecontroleerd. Drie weken geleden, op de Dag van het Aandeel, heb ik voorgesteld een persoonlijke licentie in te voeren voor handelaren. De vraag om een nauwkeuriger omschrijving van fraude in de wet heeft natuurlijk ook te maken met de fraudezaak die nu wordt onderzocht.”

Wat wilt u bereiken met bekendmaking van de hoeveelheid aan de STE gemelde ongebruikelijke transacties?

“We willen meer inzicht geven. Het publiek mag best weten dat wij niet liggen te slapen. Het herwint zo het vertrouwen in de beurs dat toch geschaad is door de fraudezaak.”

Neemt het vertrouwen van beleggers niet juist af, als u iedere keer bekendmaakt ongebruikelijke transacties te hebben gemeld?

“Transparantie kan de beurs nooit schaden. Als er verdachte transacties worden gepleegd, komen die toch wel aan het licht. Het is niet goed als dat alleen maar via de journalistiek naar buiten komt. Het publiek moet weten dat ook de beurs en de STE die zaken signaleren.”

Waarom noemt u niet gewoon de namen van frauderende instanties? Zo beschermt u toch de belegger die z'n geld via uw beurs belegt?

“In de beleidsnotitie staat dat wij waarde hechten aan de waarborg van vertrouwelijkheid. Die waarborg verhoogt de effectiviteit van het toezicht. We kunnen niet zomaar een dossier op straat gooien. Dat zou ertoe leiden dat de gever van confidentiële informatie in volgende gevallen een stuk terughoudender wordt.”

Via uw afdeling stockwatch, die de stroom effectenorders dagelijks controleert, informeert u de STE over ongebruikelijke transacties. Waarom laat u ook die eerste stap in de controle niet over aan de STE?

“Wij zijn het beste geëquipeerd om te signaleren welke transacties ongebruikelijk zijn. Wij kennen de markt beter. De STE staat daar veel verder vanaf. En dat is terecht, omdat ze daardoor onafhankelijker zijn. U moet het zo zien: de STE is de Mobiele Eenheid en wij zijn de buurtagent. Wij kennen de buurt en weten welk raampje open hoort te staan en welk niet.”

Maar u controleert de beurs die u zelf organiseert. Kunt u zich voorstellen dat mensen vinden dat u daardoor de schijn tegen heeft?

“Nee. Elk bedrijf heeft interne regels. Zo heeft de eigen accountantsdienst de verplichting om ongebruikelijke zaken te melden. Daarin verschillen wij niet van banken die grote cashtransacties moeten melden bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Stockwatch onder de STE hangen zou hetzelfde zijn als wanneer justitie een mannetje neerzet bij ABN Amro om te controleren of alle ongebruikelijke transacties wel worden gemeld bij het MOT.”

U wilt dat handelaren bij effectentransacties aangeven of ze dat voor eigen rekening doen of dat ze dat doen voor een klant. Waarom die scheiding?

“We kunnen dan nagaan of ze voor het uitvoeren van een transactie van een klant, die een koersbeweging tot gevolg heeft, op persoonlijke titel in het betreffende fonds handelen en daar financieel voordeel uit trekken.”

Maar die handelaar kan die persoonlijke order toch ook als klant plaatsen bij een andere commissionairshuis?

“Ja, hoor eens, iemand die kwaad wil... Kijk, het is onmogelijk om de beurs helemaal dicht te spijkeren met regels. Als je bijvoorbeeld transacties via Zwitserland verbiedt, gaat een handelaar naar Oostenrijk of Afghanistan. Dat houd je niet tegen. Van belang is dat de fraudeur voelt dat het klimaat om te frauderen steeds slechter wordt.”