Addergebroed

In films en televisieseries zijn er twee soorten buitenaardse monsters: de groene reptielen die ons op willen eten, en de grijze, slijmerige overintelligenten, die ons uit elkaar willen halen. Want de aliens komen niet in vrede.

In een recente aflevering van The X-Files, het Startrek van de jaren negentig qua toegepaste metafysica, wordt eindelijk de achtergrond uit de doeken gedaan van de 'sigarettenrokende man'. Telkens duikt hij in de serie op wanneer agenten Mulder en Scully (O Scully, koele koele Scully!) tijdens hun onderzoek naar paranormale verschijnselen op feiten dreigen te stuiten, waarvan de openbaarmaking de heersende machten in verlegenheid zou kunnen brengen. Dan zijn de asbakken in het kantoor van de niet-rokende baas van Mulder en Scully (O, Scully, sexy sexy Scully!), opeens tot de rand toe gevuld met sigarettenpeuken, en één telefoontje later is het wakkere X-Files duo van de zaak afgehaald.

Wat blijkt nu? Om te beginnen was de sigarettenrokende man destijds bij de moord op president Kennedy in Dallas niet alleen de spookachtige tweede schutter ('die op het grassige heuveltje'), hij was zelfs de enige schutter. Lee Harvey Oswald was maar een stroman geweest, de 'patsy' die ervoor op mocht draaien, net zoals James Earl Ray een patsy van de FBI was bij de moord op Martin Luther King - die in werkelijkheid van het balkon van het Lorraine Motel in Memphis werd afgemaaid door de sigarettenrokende man. Daarna was hij niet alleen nog betrokken bij de moord op Robert Kennedy, maar ook bij het opvoeren van de oorlog in Vietnam, de ineenstorting van de Sovjet-Unie en, onderhands dealtje met Saddam, de eerste Golfoorlog.

Bij al die gelegenheden was hij degene die, aan één tafel gezeten met de chefs van de FBI, de CIA en het Amerikaanse leger, telkens aandrong op de meest radicale, lees finale oplossing van elk politiek probleem. Aanvankelijk vanuit een, door schaamte over het landverraad van zijn eigen vader gemotiveerde, fanatieke afkeer van elke vorm van on-Amerikanisme, maar al snel omdat er voor een man in zijn positie - die van in donkerblauwe regenjas gehulde macht àchter de macht achter de macht, de eenzaamste mens ter wereld - nou eenmaal wél te leven valt zonder vrienden maar niet zonder vijanden.

Geschenk

Wat dat betreft waren de bezoeken die bewoners van andere planeten - sinds er in 1953 bij Roswell, in de woestijn van New Mexico, voor het eerst een vliegende schotel crashte - in toenemende mate aan de aarde brengen, met name na de ondergang van het communisme een geschenk uit de hemel. Ze tegenhouden zal niet meer lukken, daar hebben we de technologie niet voor. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat hun komst voor het grote publiek geheimgehouden wordt. Daar moeten we, lees 'ze', wel voor zorgen, want als het bestaan van intelligent buitenaards leven bekend zou raken, zou alles waar de sigarettenrokende man zich zijn hele leven voor heeft ingezet in één klap teniet gedaan zijn. Amerika van vreemde smetten vrij houden, dat was en is de heilige missie van deze spin in het grote samenzweringsnetwerk achter de politiek - en is er een vreemder smet denkbaar dan een die niet eens van deze wereld is, niet-menselijk, alien?

Om op de hoogte te blijven van wat de aliens precies in hun schild voeren en er tegelijk voor te kunnen zorgen dat ontdekkingen dienaangaande binnenskamers blijven, bedenkt de sigarettenrokende man als sub-afdeling van de FBI de X-Files. Wanneer uit het onderzoek van Mulder en Scully (O Scully, koele sexy Scully!) echter steeds scherper naar voren komt dat de aliens zich vooral toeleggen op het onder meer middels allerlei enge medische experimenten verzamelen van gegevens over het menselijk ras, beginnen de twee uitersten elkaar te raken. De grootste bedreiging wordt opeens de hechtste bondgenoot, als het gaat om wat het uiteindelijke doel is van de activiteiten van alle sigarettenrokende mannen of wat zij vertegenwoordigen, namelijk de totale controle over de eigen burgers - de burgers die zo bezien dus de werkelijke vijanden van de staat zijn. En daarmee is de cirkel van paranoia, die altijd latent werkzaam is in de politieke werkelijkheid gesloten.

Wat The X-Files (behalve agent Scully) zo boeiend maakt, is dat wat daarin onthuld wordt aangaande de politieke werkelijkheid, ook geldt voor de psychologische. Het enige dat je hoeft te doen is de zaak òm of - komt op hetzelfde neer - binnenste buiten te keren (sowieso de methode om ergens achter te komen). Te beginnen met het motto van de serie: the truth is out there. De simpele binnenwaarheid is dat wat wij als iets volstrekt vreemds ver van ons werpen, in feite het meest nabije is, door angst vervormd.

Instincten

Geheel afgezien van de vraag of ze nou wel of niet out there zijn, durf ik gerust, uit eigen ervaring bij wijze van spreken, te stellen dat de aliens in here verzinnebeelding zijn van de diepste lagen van onze eigen natuur, namelijk waar die geworteld is in de koudbloedige, onpersoonlijke, niet-menselijke diepten van wat wij met een nog vrij lief, aaibaar woord 'onze instincten' noemen. De slangenkuil op de bodem van ons bewustzijn; daar waar wij niet voor rede, morele druk of emotionele smeekbedes vatbaar zijn. Waar wij voor de volle honderd procent ontoerekeningsvatbaar zijn in onze blinde drift om koste wat kost te overleven.

Ooit was er de religie - het vrome tweelingbroertje van de paranoia als het gaat om het vaste geloof in een verborgen orde áchter deze wereld - om al dat addergebroed, dat zich hissend en sissend door onze bloedbanen beweegt een menselijk/bovenmenselijk gezicht te geven. Maar wat dat aangaat is het nu al een heel eind na middernacht, zeg maar gerust drie uur 's nachts in een slecht verlichte parkeergarage bij een temperatuur van negen graden onder nul en metafysisch gezien beslist no more mister nice guy.

E.T., Spielbergs knuffelbare buitenaardse tegenhanger van de lelieblanke kinderziel, heeft iets heel onaangenaams over zich gekregen. De aliens komen niet in vrede - als de populaire verbeelding in films als de Alien-cyclus, Independence Day en Men in Black ons één ding duidelijk maakt, dan is het dat wel. Als ze groen zijn en op gevilde hagedissen lijken, komen ze om ons zo snel en zo radicaal mogelijk van de aardbol te vegen. Als ze grijs zijn en vooral uit voorhoofd bestaan, willen ze vaak eerst nog even doktertje spelen. Waar de groenen ontsprongen zijn aan onze verbeelding van wat er allemaal vanuit de reptiele diepten van onze natuur op ons hachje loert, zijn de slijmerige grijzen, helemaal aan het andere eind van het menselijke bewustzijn, misschien wel de personificatie van alle hersenactiviteiten die ons langzamerhand boven het hoofd zijn gegroeid - en die ons nu, met een heel eigen agenda, haarscherp in de gaten kunnen houden via de miljoenen computer- en televisie-schermen waarin wij dagelijks staren.

Terend op ons diepgewortelde gevoel dat wij niet thuis zijn in de wereld, dat er zoveel meer is dat wij niet weten dan wel, en dat wij steeds minder controle hebben over ons eigen leven, vreten groenen en grijzen zich dwars door onze menselijkheid heen een weg naar elkaar toe. Wanneer ze fuseren, is de overname compleet.

Gisteren ging 'Alien Resurrection', de vierde film in de Alien-cyclus met Sigourney Weaver in de hoofdrol, in Nederland in première.

    • Roel Bentz van den Berg