Windenergie; Hoge molens vangen veel wind

In hoog tempo worden plannen gelanceerd om op grote schaal wind-energie op te wekken. Zwevende windturbines en parken met wind-molens in zee zijn voorwerp van studie.

EEN STUK OF TWINTIG kleine wieken op een as die zijn verbonden met een kleine generator. Dat is het basiselement van de vliegende windturbine waarop de in Eindhoven gevestigde Werkgroep Aerolift al enige jaren studeert. Een aantal assen is daarbij tussen twee kabels gemonteerd. Een elektrisch aangedreven rotor moet, als ware het een helikopter, deze constructie de lucht in trekken.

Na de zwevende windturbine van ir. A. Maldegem en de laddermolen van de gebroeders Ockels is de Aerolift het derde ontwerp van een vliegende windturbine dat in korte tijd het licht heeft gezien. De achterliggende gedachte is dat het op grotere hoogte harder waait dan bij het aardoppervlak. Hoog in de lucht kan meer energie worden opgewekt.

“Ontwikkeling van vliegende windmolens is geen vraag meer van waarom, het is een must”, zegt ir. R. van der Klippe van de Werkgroep Aerolift, die zijn ontwerp onlangs presenteerde tijdens de Nederlandse Duurzame Energieconferentie in Ede. Maar de praktische uitvoering blijkt niet eenvoudig. Een veldexperiment met een eerder prototype, in 1994, mislukte wegens gebrek aan lift. Met een nieuw ontwikkelde rotor hoopt de werkgroep in de toekomst meer succes te hebben.

In het verlangen naar hogere opbrengsten zoeken traditionele windturbinebouwers het vooral in het construeren van turbines met hogere vermogens. Enkele jaren geleden kwamen de eerste turbines met een vermogen van 1 Megawatt (MW) op de markt, die inmiddels door verschillende fabrikanten leverbaar zijn. (Eén Megawatt is voldoende om 800 tot 1.000 gezinnen een jaar lang van stroom te voorzien.) Bij Medemblik, de Eemshaven en bij de Moerdijk zijn dergelijke turbines te bewonderen, in deze gevallen van de Nederlandse fabrikant NedWind. Inmiddels staan zowel in Duitsland als in Denemarken de eerste turbines in de 1,5-MW-klasse. De Deense firma Vestas, met meer dan zesduizend geplaatste windturbines wereldwijd marktleider, zal volgend jaar een turbine van 1,65 MW op de markt brengen.

Met name voor de toepassing op zee, waar het harder waait dan op land, lijken grote windturbines kansrijk te zijn. De Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem) heeft vorige week een plan gepresenteerd voor een near shore-windpark op de Noordzee, met een totaal vermogen van 100 MW en turbines van 1 MW. Een plan van Greenpeace, eerder dit jaar gelanceerd, behelst een park in de Noordzee van 10.000 MW, die gebaseerd is op 3-MW-turbines.

“In het algemeen staan milieu-organisaties positief tegenover offshore-plannen, hoewel wij wel willen onderstrepen dat een near shore-park niet in de plaats mag komen van plaatsing van windturbines op land”, zegt medewerker P. van der Veer namens de stichting Natuur en Milieu. “Verder zal het risico voor vogelhinder een belangrijk aandachtspunt moeten zijn. Op land valt de vogelhinder door windturbines over het algemeen mee, maar bij windturbines in zee bestaat nog veel onduidelijkheid.” De milieu-organisaties hebben hun visie over windenergie onlangs verwoord in de brochure Frisse wind*.

Geluidshinder en visuele aspecten vormen in het algemeen lastige barrières voor plaatsing van windturbines op land. Op zee spelen deze problemen nauwelijks, maar daar liggen de onderhoudskosten aanmerkelijk hoger. Om turbines op land acceptabeler te maken, spannen de fabrikanten zich in om het geluid van windturbines te verlagen. Ook de verandering van het landschap door windturbines krijgt aandacht.

Het adviesbureau IVAM van de Universiteit van Amsterdam heeft verleden maand een onderzoek afgerond naar de esthetische aspecten van windturbines. Daaruit blijkt onder meer dat het nog niet eenvoudig is te bepalen welk turbine-ontwerp het mooiste is. De meeste van de 76 respondenten wezen één ontwerp als het mooiste aan, maar evenveel mensen vonden juist dat model het lelijkste. Daarnaast kregen de respondenten de vraag voorgelegd welk model het beste in een bepaald landschap (industrieel, open water, weide en bebost) zou passen. Daaruit kwam weer een ander model naar voren. “Opvallend is dus dat de keuze van de turbine die het beste past in het landschap niet overeenkomt met de keuze van de mooiste”, aldus het onderzoek. “Deze resultaten geven aan dat het landschap een grote wisselwerking heeft met de keuze van een windturbine.”

* De brochure 'Frisse Wind' is te bestellen bij de stichting Natuur en Milieu, = (030) 2 33 13 28.