VVD: euthanasie in wet uitsluiten van strafvervolging

DEN HAAG, 27 NOV. Bij de komende kabinetsperiode moet de initiatiefwet van D66 voor de regeling van de euthanasie nieuw leven worden ingeblazen. Daarbij wordt euthanasie, mits voldaan aan aantal strikte voorwaarden, in de strafwet gerechtvaardigd en van vervolging uitgesloten. De VVD-partijcommissie voor Volksgezondheid wil daartoe het verkiezingsprogramma van haar partij wijzigen.

Dit bleek gisteren in Utrecht tijdens een symposium over het hoofdstuk dat in het concept-verkiezingsprogramma aan de volksgezondheid is gewijd. De commissie steunde het pleidooi van VVD-senator en oud-staatssecretaris Dees (Volksgezondheid) voor het hervatten van de discussie over dit wetsvoorstel dat begin jaren tachtig werd ingediend door het toenmalige Tweede-Kamerlid Wessel-Tuinstra. Dit is volgens Dees de snelste manier om adequate wetgeving rond de euthanasie gerealiseerd te krijgen. De ontwerpprogramma's van D66 en PvdA sluiten nieuwe wetgeving niet uit.

Euthanasie - waarbij er sprake is van een “uitdrukkelijk en ernstig” verlangen bij de patiënt om het leven te beëindigen - wordt in het voorstel van D66 gelegaliseerd als artsen voldoen aan een aantal zorgvuldigheidseisen. Dit geldt ook hulp voor zelfdoding. Niet alleen de wens van de patiënt moet nadrukkelijk worden vastgesteld (waarbij een wilsverklaring onder bepaalde condities volstaat), ook is registratie verplicht alsmede het consulteren van een andere arts. Levensbeëindiging zonder verzoek van de patient, omdat deze daar niet (meer) toe in staat is, blijft strafbaar.

Het initiatiefwetsvoorstel sneuvelde in 1993 doordat het CDA-PvdA-kabinet onder leiding van minister-president Lubbers besloot een eigen oplossing te bieden. Daarin wordt de euthanasie via de Wet op de Lijkverzorging geregeld: daarbij blijft euthanisie, waarbij wettelijk geen onderscheid wordt gemaakt tussen doding op verzoek en zonder verzoek, strafbaar volgens de strafwet.

Het aantal meldingen van euthanasie is de laatste jaren gestegen, maar tot dusver wordt niet meer dan 40 procent bij de gemeentelijke lijkschouwer gemeld, zo blijkt uit onderzoek.