Vrouwenskelet uit 4700 voor Christus gevonden

HARDINXVELD, 27 NOV. In de polder bij de gemeente Hardinxveld-Giessendam is het oudste, nog intact zijnde skelet in een graf dat ooit in Nederland is gevonden opgegraven. Het geraamte van een vrouw, die tussen de 45 en 60 jaar oud is geworden, is van voor het jaar 4700 voor Christus.

De opgraving ligt in het tracé waar in de toekomst de Betuwelijn moet komen te liggen. De projectgroep Archeologie Betuweroute verricht op ongeveer dertig plaatsen op het traject onderzoek naar waardevolle vondsten.

Op de plaats waar nu het skelet is gevonden waren bij eerdere onderzoeken al afvallagen gevonden die erop wezen dat er ooit mensen op die plek hadden verbleven. Behalve het skelet is er ook een graf van een hond gevonden en resten van wilde dieren en vissen. Verder zijn enkele bijlen, een boog, een gewei en twee bladen van peddels opgegraven.

Nog niet eerder werd in Nederland bij een opgraving een skelet gevonden in een graf van ruimzevenduizend jaar oud dat nog bijna compleet intact is. Het zijn de oudste sporen van bewoning in het westen van Nederland. Het gaat om een vrouw die 1.58 meter lang is geworden en uit onderzoek van het gebit is gebleken dat het gaat om iemand van tussen de 45 en 60 jaar oud.

Volgens prof. dr. L.P. Louwe Kooijmans, hoogleraar van de vakgroep archeologie van de Rijksuniversiteit Leiden, is met de vondst “een groot kennishiaat” ingevuld. Het gebied rondom Hardinxveld-Giessendam, aan de rand van het Groene Hart, ligt in het dal van de Rijn en de Maas. Ruim tienduizend jaar gelegen was het een moerassig gebied met heuveltjes en duinen. Op die plekken werden nederzettingen gebouwd en leefden gemeenschappen van jagers en verzamelaars.

Volgens Louwe Kooijmans is het waarschijnlijk dat op de plek van de opgraving tussen de vijftien en de twintig mensen een soort van zomerverblijfplaats hadden. Eerder werden soort gelijke vondsten in Frankrijk en Denemarken gedaan. “Het is waarschijnlijk een gemeenschap die leefde in het gebied tussen de Schelde en de Elbe.”

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de vakgroep archeologie van de Rijksuniversiteit Leiden in samenwerking met de NS en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Het geraamte is gevonden op een diepte voor ongeveer tien meter. Doordat de grond is samengesteld uit veen, zand en klei is de vondst nog in goede staat. Louwe Kooijmans spreekt van “een maximale oogst”.