Steeds meer Palestijnen kiezen voor zelfmoord als uitweg

De geestelijke nood onder Palestijnen neemt toe. Volgens de politie hebben 92 mensen in de eerste zes maanden van 1997 een zelfmoordpoging gedaan. “Vergeef mij. De toekomst is zwart.”

RAMALLAH/GAZA, 27 NOV. Op een middag in oktober bracht S.R. (38) zijn drie kinderen naar zijn moeder, aan de andere kant van het dorp. Zijn vrouw had hem verlaten, werk had hij niet. Een uur nadat haar zoon was vertrokken, vond de moeder van S.R. een briefje dat hij had geschreven, in de jaszak van een van de kinderen: “Vergeef mij. Ik had een beter mens willen zijn, maar ik ben mislukt in alles. De toekomst is zwart.” Ze spoedde zich naar zijn huis. Haar zoon was net bezig de strop aan het plafond te bevestigen.

Volgens de Palestijnse politie deden 92 mensen in de eerste zes maanden van 1997 een zelfmoordpoging - 48 in Gaza, 44 op de Westelijke Jordaanoever. Maar artsen en verpleegkundigen schatten het werkelijke aantal veel hoger. Veel families verzwijgen de doodsoorzaak van hun verwanten; in een traditionele maatschappij als de Palestijnse is zelfmoord haram, verboden. Desondanks is zelfmoord de laatste tijd zo wijdverbreid dat veel kranten zelfs een speciale wekelijkse advertentierubriek hebben ingesteld, naast de familieberichten, waarin zelfmoorden worden gemeld. Een arts op de intensive-care afdeling van het Makassed-ziekenhuis in Oost-Jeruzalem kreeg de afgelopen twee maanden 24 gevallen binnen. De meesten hadden landbouwgif geslikt, dat hier gemakkelijk te krijgen is. Maar, zegt de arts: “Daarmee heb ik lang niet iedereen gezien. Nog veel meer mensen kwamen naar de poli om hun maag leeg te laten pompen. Die werden niet opgenomen, maar gingen direct naar huis.”

Volgens Nariman Naji, een psychologe in Ramallah die mensen behandelt na een mislukte zelfmoordpoging, verliezen Palestijnen langzaam de hoop op een betere toekomst. “Drie jaar geleden, na de Oslo-akkoorden, toen Arafat zich in Gaza vestigde, dachten we dat we vrij zouden zijn. De economie van 'Palestina' zou bloeien, we zouden vrij kunnen reizen, niet meer lastig worden gevallen door de Israelische soldaten. Dat is een illusie gebleken.”

Voor haar kantoor hangen rissen jonge mannen op straat. Ze becommentariëren auto's en vrouwen en roken sigaretten, de hele dag. In de leeftijdsgroep van 18 tot 30 jaar, zegt zij, vooral onder mannen, worden verreweg de meeste zelfmoordpogingen gedaan. Ze zijn werkloos; de levensstandaard van de Palestijnen is 30 procent gedaald sinds de Oslo-akkoorden, vooral door de Israelische afsluitingen. Zij kunnen Ramallah niet uit; de stad is omsingeld door Israelische checkpoints. Omdat het Palestijnse Gezag weinig geld heeft, wordt er van overheidswege nauwelijks geïnvesteerd in sportclubs, cursussen of andere faciliteiten waar jongeren hun frustratie min of meer zinvol kunnen ventileren. De psychologe zegt: “Ze weten niet wat ze moeten doen. Ze hebben geen status, geen toekomst, niet eens geld om te trouwen. Ze voelen zich waardeloos. En maken er een eind aan.”

Toen de 17-jarige dochter van een notabele in Gaza in 1996 zelfmoord pleegde, kon iedereen een aantal redenen bedenken. Zij was juist teruggekeerd uit Europa en de maatschappelijke restricties in Gaza vielen haar hard. Haar vader was in financiële schandalen verwikkeld, zodat de familie in Gaza in een sociale vrije val was geraakt. Er gingen ook geruchten dat een oudere, hoge functionaris van Arafat haar onder druk probeerde te verleiden. Haar zelfmoord, met het geweer van haar vader, veroorzaakte een schokgolf in de stad. Maar niemand sprak erover - behalve besmuikt, binnenskamers. “Dat is typerend”, zegt sociaal werker Rima Nasser uit Jeruzalem. “In onze cultuur is zelfmoord een schande. Je praat er niet over. Maar het probleem wordt zo nijpend dat die houding moet veranderen. Als erover wordt gepraat, leren mensen de symptomen herkennen en kunnen ze misschien voorkomen dat een familielid een zelfmoordpoging doet.”

Het ziekenhuisje in Bethlehem is het enige in de Westelijke Jordaanoever en Gaza met een psychiatrische afdeling. Op de ruim 2,5 miljoen Palestijnen hier zijn er welgeteld vijf psychiaters werkzaam. Voor een studie psychiatrie moeten Palestijnen naar Kairo of verder weg. Gealarmeerd door het stijgende aantal zelfmoorden, organiseerde het ministerie van Gezondheid in oktober de eerste conferentie over het onderwerp. Ook heeft het sociaal werkers in dienst genomen die in zes steden klachten als depressie en schizofrenie moeten behandelen. Het ministerie adverteert ermee in de kranten. “Veel respons is er nog niet”, zegt Nasser. “Palestijnen beschouwen het als een afgang om psychiatrische hulp in te roepen.”

De twee hotlines die de Vereniging voor Werkende Vrouwen heeft opgezet - een in Ramallah, een in Nablus - functioneren beter. Bellen is anoniem en verplicht tot niets. In Ramallah gaat de telefoon nu twee-, driemaal per dag. Vrouwen klagen over huiselijk geweld, incest, of ouders die hen dwingen te trouwen met mannen die nog wel maatschappelijk presteren. De meeste bellers naar dit 'bolwerk der emancipatie' zijn echter mannen, die zich zonder werk verloren voelen in deze patriarchale maatschappij waarin trots, status en familie-eer centraal staan. Velen bellen maar een of twee keer, om hun ei kwijt te raken. De hotlines geven een impressie van de mentale problemen die tot zelfmoord kunnen leiden. Maar of ze ook zelfmoordpogingen helpen voorkomen, is de vraag. Zo verdronk een jongen zich begin november in een waterput naast zijn ouderlijk huis in Ramallah. Volgens zijn zusje deed hij dat, heel onderkoeld, de dag nadat hij zijn hart telefonisch had uitgestort. Hotline of niet, het leven was hem al niets meer waard.