Sovjetmethoden tijdens de Eurotop

Vroeger, toen de Sovjet-Unie nog bestond, werden dissidenten daar altijd opgepakt voordat een internationale top, een belangrijk staatsbezoek of de Olympische Spelen in Moskou begonnen. Dissidenten vormden tijdens dit soort gebeurtenissen een ordeprobleem: zij hadden er een handje van te gaan betogen in het zicht van de buitenlandse gasten, of petities te gaan aanbieden. Daarom gaven de Sovjet-autoriteiten er de voorkeur aan hen van de straat te halen, een paar dagen maar, totdat de buitenlandse gasten weer verdwenen waren.

De Sovjet-Unie was echter op een vreemde manier ook een legalistische staat. Mensen tijdelijk oppakken op grond van het vermoeden dat zij van het overheidsstandpunt afwijkende meningen zouden verkondigen, zou de indruk gewekt hebben dat er in de Sovjet-Unie iets schortte aan de vrijheid van meningsuiting. Dat was in werkelijkheid natuurlijk ook zo, maar dat kon niet worden toegegeven omdat de Sovjet-Unie, door nationale wetgeving en de ondertekening van internationale verdragen, zich verplicht had de rechten van mens en burger te waarborgen.

Het optreden van het openbaar ministerie en de politie in Amsterdam tijdens de Eurotop onderscheidt zich in niets van het optreden van de sovjetautoriteiten vroeger. Ook hier werden burgers opgepakt nog voordat zij hun kennelijk ongewenste voornemen - een 'lawaaidemonstratie' voor het Amsterdamse hoofdbureau van politie - ten uitvoer konden brengen. Ook hier werd een voor het eventueel te verwachten vergrijp - verstoring van de openbare orde of iets dergelijks - een onwaarschijnlijke grond tot arrestatie uit de kast getrokken: verdenking van criminele vereniging. De buitenlandse gasten waren nog niet weg, of de arrestanten kwamen vrij.

Er is bij mijn weten niemand, die in ernst gelooft dat het justitie bij de arrestaties tijdens de Eurotop ging om een onderzoek naar een criminele vereniging. De cynische wijze waarop justitiële en gemeentelijke autoriteiten hebben laten weten dat het hun in werkelijkheid ook ging om de openbare orde, spreekt boekdelen.

Er is in Amsterdam ter wille van de internationale beeldvorming omtrent Nederland gegrepen naar de middelen van een politiestaat. Het is nog tot daar aan toe de lagere goden in Amsterdam dit optreden te horen vergoelijken. Maar dat de minister van Binnenlandse Zaken en vice-premier het ook nog goedpraat, zeggende dat er naar zijn mening niets onrechtmatigs is gebeurd en er hoogstens wat punten van kritiek in de uitvoering waren, gaat te ver. Dat optreden van Dijkstal doet de vraag rijzen of het zelfvertrouwen van ons paarse kabinet wellicht bezig is om te slaan in een neiging tot totalitarisme.

    • Raymond van den Boogaard