Schaarbeweging rente

AMSTERDAM, 27 NOV. Deze week bleek weer eens dat het begrip 'de geldmarktrente' vaak nadere specificering behoeft. Veelal wordt gekeken naar de 3-maands interbancaire rente, de zogenaamde 'benchmark' van de geldmarkt. Echter, alle financiële titels met een looptijd van maximaal twee jaar worden tot de geldmarkt gerekend.

Uiteraard is het goed mogelijk dat de rente aan het lange of korte eind van de geldmarktcurve een afwijkend verloop vertoont. Dat bleek ook deze week. Terwijl de 3-maands interbancaire rente de afgelopen week nauwelijks wijzigde, vertoonde zowel de 1-maands als de 12-maands rente een daling.

Aan deze dalingen lagen verschillende oorzaken ten grondslag. De 12-maands rente, die met 3 basispunten daalde tot 4,12 procent, lijkt te zijn meegetrokken door de kapitaalmarktrente die in de afgelopen week met zo'n 10 basispunten daalde. Het is goed mogelijk dat de financiële crisis in Azië hierbij een rol speelt. Hoewel onduidelijk is hoe deze crisis zich zal ontwikkelen, verwachten financiële markten dat er enige groei- en inflatiedempende werking vanuit zal gaan op het Westen.

In reactie hierop zouden centrale banken kunnen besluiten tot een ruimer (dan wel minder krap) monetair beleid. In concreto: de volgende renteverhoging door de Bundesbank (en DNB), die in verband met de aantrekkende Duitse conjunctuur en de komst van de EMU voor de hand ligt, zou wel eens wat langer op zich kunnen laten wachten.

De 1-maands rente, die met 6 basispunten daalde tot 3,48 procent, lijkt op zijn beurt te zijn meegetrokken door de daggeldrente. Dit kortste geldmarkttarief zakte disndag zelfs weg tot iets boven de 2 procent.

Deze daling hangt samen met het einde van de kasreserveperiode, vandaag. Omdat de gezamenlijke banken tot nu toe meer geld op de kasreserve hebben aangehouden dan gemiddeld over de kasreserveperiode verplicht is, proberen zij het overtollige deel in de resterende dagen uit te zetten op de geldmarkt. Hiervan gaat een neerwaartse invloed uit op de rente.

Uit de Weekstaat blijkt dat de geldmarkt werd verruimd door een afname van de bankbiljettencirculatie met 144 miljoen gulden. Hiertegenover stond echter een 154 miljoen gulden kleinere belening. Toch daalde de post Kasreserverekeningen met 254 miljoen gulden. Dit hangt samen met een door de Nederlandsche Bank uitgevoerde transactie uit hoofde van het betalingsverkeer. In de Weekstaat komt dit tot uiting in een relatief forse afname van de post Vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten in verhouding tot die van de post Waarderingsverschillen goud en deviezen.

Bron: ING Economisch Bureau