Nederland voor Europees verbod tabaksreclame

De Britten stemmen op 4 december in Brussel voor een verbod in Europees verband op tabaksreclame. Nederland zal dat voorbeeld volgen en belandt daarmee in een strategische 'wip'-positie. Wel blijven er enkele 'lastige juridische punten'.

DEN HAAG, 26 NOV. Nu de Labourregering in het Verenigd Koninkrijk vóór een verbod op reclame voor tabaksartikelen is, zal Nederland tijdens de raad van ministers van volksgezondheid - de zogeheten Gezondheidsraad op 4 december in Brussel - ook voor de daartoe strekkende Europese richtlijn stemmen.

De Nederlandse regering heeft sinds 1993 het moment willen afwachten dat ze 'op de wip zat'. Dat is nu met de ommezwaai van de Britten het geval. Duitsland, Griekenland en Oostenrijk blijven tegen. Het standpunt van Denemarken is nog onzeker, terwijl in Zweden de vrees bestaat dat de Europese richtlijn zich niet verhoudt met de eigen grondwet. Landen als Frankrijk en Italië, die een van staatswege gemonopoliseerde tabaksindustrie hebben en dus geen boodschap hebben aan - vooral Amerikaanse - tabaksreclame, zijn van meet af aan tegen geweest.

De Europese richtlijn behelst 'een verbod op reclame voor, sponsoring door en indirecte promotie voor tabaksproducten'. Alle vormen van buitenreclame worden dus verboden, met uitzondering van reclame op verkooppunten. Ook reclame in kranten, tijdschriften en andere publikaties mogen niet meer. Sponsoring van bijvoorbeeld evenementen of sportclubs zijn niet meer toegestaan, al blijven de Britten op het standpunt dat autoraces in de formule 1 daarvan moeten worden uitgezonderd. Dat kost te veel werkgelegenheid en races in landen buiten de EU worden toch gewoon op de televisie verslagen, menen de Britten. Televisie-reportages en foto's van landen buiten de EU, waarop tabaksreclame te zien is, blijven dus ook toegestaan. Fabrikanten mogen niet meer gratis monsters uitdelen en nieuwe 'indirecte' reclame gaat in de ban.

Nadat Nederland zich in 1993 al in principe voor de richtlijn verklaarde heeft het Nederlands Economisch Instituut uitgerekend dat een verbod op tabaksreclame een economische schade van ongeveer 300 miljoen gulden tot gevolg heeft. Het productieverlies bij de leveranciers van tabaksartikelen en het omzetverlies bij reclamebureaus zou bij elkaar ongeveer 167 miljoen gulden belopen. Daarbij zijn direct 650 banen in het geding, waarvan 210 in de reclame-branche zelf. Het zou de overheid zo'n 40 miljoen aan accijns kosten. Bovendien valt de 75 miljoen gulden weg die tabaksfabrikanten nu uitgeven aan reclame in welke vorm dan ook.

Minister Borst (Volksgezondheid) stelt in haar brief aan de Tweede Kamer over de richtlijn, dat 'nationaal nog een nadere definitie van verkooppunten - waar reclame mogelijk blijft - moet volgen'. Ook moet er nog een goede regeling komen voor indirecte reclame, zoals bijvoorbeeld voor 'Camel Boots', schrijft mevrouw Borst. “Wat dat laatste betreft moet een omzeiling van de richtlijn via uitwijk van tabaksmerken naar andere producten, zoals bijvoorbeeld kleding, reizen, schoenen of parfums, worden afgegrendeld,” zo staat in de brief. “Anderzijds mag het bona fide promotie maken voor bestaande niet-tabaksmerken, zoals bijvoorbeeld voor Van Nelle koffie, niet worden gedwarsboomd. Daar liggen een paar juridisch lastige punten, die in het richtlijnvoorstel goed zullen moeten worden geregeld.”

Dat daar inderdaad nog een paar 'juridisch lastige punten' liggen maakt de meest recente tekst van de richtlijn goed duidelijk. Dat geldt de Camel Boots, maar zeker ook die producten, die wel dezelfde naam hebben als tabaksproducten, maar van een totaal andere orde zijn.

Met namen die reeds worden gebruikt voor zowel tabaksartikelen als andere producten of diensten mag worden geadverteerd, maar nieuwe producten die na het van kracht worden van de richtlijn op de markt komen zijn daarvan uitgesloten. “Dat betekent in ons geval dus dat wij reclame mogen blijven maken voor Camel Boots, maar die naam niet meer kunnen gebruiken voor zonnebrillen, als wij die op de markt zouden willen brengen,” zegt Philip de Wulf, business manager in de Benelux van Worldwide Brands Inc (WBI).

WBI maakt deel uit van het conglomeraat RJR Nabisco, waartoe ook tabaksfabrikant R.J. Reynolds en koekjes- en snoepproducent Nabisco Groupes Aliments behoren. WBI is eigenaar van het merk Camel en heeft achttien jaar geleden gekozen voor 'diversificatie'. “Dat wil zeggen dat wij de bekendheid van het merk Camel zijn gaan gebruiken voor andere producten als laarzen, tassen en horloges. Doel daarvan is niet om mensen via een horloge aan het roken te krijgen, maar gebruik te maken van de bekendheid van het merk. Daar zijn wij niet uniek in. Een directe concurrent van onze boots is bijvoorbeeld Caterpillar, een merk dat bekend is van graafmachines en bulldozers. Je kunt onmogelijk stellen dat dit bedrijf schoenen op de markt brengt om de consument zo ver te krijgen dat hij een bulldozer koopt. Een ander voorbeeld is Virgin, oorspronkelijk bekend als platenlabel. Ze hebben inmiddels een radio- en televisie-station, een vliegtuigmaatschappij, een hotelketen en ga zo maar door,” zegt De Wulf.

WBI komt door de nu voorliggende richtlijn dus in de problemen. Dat geldt evenzeer voor de mode-artikelen van Marlboro Classics. Maar ook voor een gigantische groep andere bedrijven dreigt een onaangename situatie. Het gaat daarbij om die bedrijven die volgens mevrouw Borst 'bona fide promotie maken voor bestaande niet-tabaksmerken, zoals bijvoorbeeld Van Nelle koffie'.

Artikel 3B van de tekst zegt daar letterlijk over, “dat niet-tabaksproducten of -diensten niet de naam, het merk, embleem of uiterlijk kenmerk van een tabaksproduct mogen dragen, tenzij dat product of die dienst al onder die naam op de markt was op de dag dat de richtlijn van kracht werd.”

Een rondgang door de Benelux Merken Registers leert dat honderden bedrijven hierdoor geen nieuwe producten meer op de markt kunnen brengen onder het eerder door hen gedeponeerde merk, dat toevallig hetzelfde is als een tabaksmerk. Zo brengt het Franse bedrijf DIM SA schoenen en kleding op de markt onder de naam Chesterfield en zal bij nieuwe producten dus moeten omzien naar een andere merknaam. Friesland Brands BV verkoopt kaas en kaasproducten van het merk Chesterfield, terwijl het bedrijf Chesterfield House meubelen onder die naam verkoopt. Uiteenlopende producenten van zuivel, verpakkingen, ijs, slaapzakken, cosmetische artikelen en electrische huishoudapparatuur komen in de problemen met hun merk Alaska, een sigaret van British American Tobacco. En zo zijn er talloze andere voorbeelden.

KLM kan problemen krijgen met Flying Dutchman, een ander merk van Niemeyer. General Motors kan problemen krijgen met de Opel Senator, want dat is ook een sigaartje van Hofnar. Barbizon, Gitanes, Turner, Caballero, Look out, Camel, een sigaret van Rothmans, maar ook een sigaar van Hofnar én een condoom van Durex - en Eden, het zijn allemaal merken van tabaksfabrikanten, maar ook van totaal andere producenten.

Naar de letter van de richtlijn komt het er dus op neer het bedrijf Benelux Orient, dat vloerbedekking en behang levert onder de naam Eden in de toekomst niet zal worden gedwarsboomd, tenzij dat bedrijf onder die naam ook gordijnen op de markt zou willen brengen.

    • Bram Pols