NEDERLAND EN EUROPA

De Europese Unie is een van de belangrijkere gesprekspartners op de klimaatconferentie van Kyoto, met relatief ambitieuze doelstellingen. Binnen de EU valt Nederland op door nog verdergaande ambities. Maar het verschil tussen theorie en praktijk is soms groot. Een overzicht.

Resultaten Hoewel Nederland internationaal wel wordt geprezen om zijn milieupolitiek, is het land er tot nu toe niet in geslaagd zich aan de doelstelling voor de uitstoot van CO2 te houden. Internationaal heeft Nederland zich verplicht tot een stabilisatie van de broeikasgasemissies in het jaar 2000 op het niveau van 1990. Nationaal heeft het de intentie uitgesproken (in het tweede Nationaal Milieubeleidsplan) in 2000 een reductie van 3 procent ten opzichte van 1990 te halen. Maar de meest recente tussenstand wijst uit dat dit doel nog ver weg is: in 1995 had Nederland 12 procent meer CO2 uitgestoten dan in 1990. De Europese Unie als geheel kwam in 1995 tot een uitstoot van CO2 die 2 procent lager was dan in 1990, vooral dankzij de resultaten die Duitsland had geboekt. Doel De inzet van de EU voor de conferentie in Kyoto is een reductie van 15 procent in 2010 ten opzichte van 1990. De lidstaten hebben getracht een onderlinge verdeling van noodzakelijke reducties te maken opdat de EU als geheel aan de doelstelling van 15 procent kan voldoen. Maar de afspraken hebben slechts geleid tot een 'dekking' voor ongeveer 10 procent. De landen die hieraan de grootste bijdragen moeten leveren zijn Luxemburg (-30 procent), Denemarken, Duitsland en Oostenrijk (alle drie -25 procent), terwijl Nederland voor -10 procent staat genoteerd. Landen als Portugal, Griekenland, Spanje en Ierland mogen hun emissies daarentegen nog laten groeien. De EU bindt zich alleen aan een reductie van 15 procent als andere industrielanden vergelijkbare verplichtingen op zich nemen. Mochten zij dit doen - hetgeen niet echt te verwachten is - dan moeten de EU-lidstaten dus onderling nadere afspraken en een nieuwe verdeelsleutel maken om tot een vermindering van 15 procent te komen.

Maatregelen Het kabinet heeft deze periode 750 miljoen gulden uitgetrokken om tot CO2-reductie te komen en voor de volgende vier jaar nog eens 750 miljoen. Dit geld wordt gebruikt voor allerlei technologische maatregelen. Verder wordt de energiebelasting verhoogd, uitgezonderd de 'groene' stroom, en is met de energiebedrijven afgesproken dat zij meer 'duurzame' energie leveren. Om in 2010 tot een reductie van 10 procent te komen zijn er wel opties geformuleerd, maar nog geen echte keuzes gedaan. Nederland hoopt op het systeem van joint implementation. Dit komt erop neer dat het een aantal Oost-en Midden-Europese landen helpt met de aanpak van de CO2-uitstoot en dat Nederland het resultaat daarvan voor een deel bij zijn eigen reductie mag tellen. Nederland hoopt zo voor de helft aan de doelstelling van 10 procent te voldoen. Andere opties waaraan in de EU wordt gedacht zijn onder meer een stapsgewijze accijnsverhoging die er bijvoorbeeld toe leidt dat benzine in 2002 46 cent duurder is dan in 1997, hogere efficiëntie-eisen aan energieverbruikende apparaten en voertuigen, het importeren van biomassa (zoals hout) en het opslaan van C0 in de diepe ondergrond (zoals aardgasvelden).