Moe van het voetzoekerliberalisme

Tot de onvermijdelijkheden van het Haagse politieke bedrijf behoort het regelmatig opwerpen van de vraag wat Bolkestein nu toch bezielt. Want hoeveel ook over hem is geschreven en geanalyseerd: de ondoorgrondelijkheid blijft. Hij weet altijd weer voor de nodige verrassingen te zorgen. Er heeft enige tijd stilte rondom de persoon van de VVD-leider geheerst. Geen boude beweringen, geen opzienbarende artikelen, geen verrassende interventies. Maar sinds de laatste anderhalve week is 'De Bolk' weer helemaal terug van weggeweest.

In een interview in deze krant relativeerde hij het premierschap, in Het Parool prolongeerde hij zijn aanval op de gewezen Nederlandse communisten, in de Volkskrant werd driftig gespeculeerd over zijn opvolging en ten slotte verscheen er ook nog een boekje onder de titel Het brein van Bolkestein waarin een poging werd gedaan het gedachtegoed van de liberale voorman te doorgronden.

Toegegeven, in een aantal van deze publicitaire kwesties had Bolkestein het niet zelf in de hand. Er wordt gewoonweg veel over hem geschreven en gesproken. Sinds hij zich heeft ontpopt als succesvol leider van de VVD is het land in de greep van 'bolkemania'. Niet zozeer wat hij zegt, maar omdat hij het zegt is bepalend voor de nieuwswaarde. Het grandioze verkiezingsresultaat van de VVD bij de provinciale statenverkiezingen van 1995 was voor een belangrijk deel te danken aan dit verschijnsel. Bolkestein beheerste in de weken voorafgaand aan die - regionale - verkiezingen de beeldbuis volledig. Werd hij niet geïnterviewd dan ging het wel over hem. En ondertussen tikte de electorale teller naarstig door.

Zal het over ruim een half jaar weer zo gaan als gestemd kan worden voor een nieuwe Tweede Kamer? Het valt te betwijfelen. Nu reeds is een zekere Bolkesteinmoeheid te bespeuren. Anders gezegd: de bolkemania lijdt aan verzadiging. Bolkestein is nog wel volop aanwezig in de media, weet ook op de inmiddels hem bekende wijze zaken aan het rollen te brengen, maar steeds vaker roept dit een andersoortige reactie op. Niet meer een van ontzag, maar van schouderophalen.

Bolkestein dreigt door de overkill een karikatuur van zichzelf te worden. Een beeld dat de politieke concurrentie van hem natuurlijk graag zal meehelpen te bevestigen, maar toch. Als de reactie op Bolkestein er meer en meer een wordt van 'daar heb je hem weer' dan zit de VVD-leider straks bij de verkiezingen wel met een probleem. Dan zal de noodzakelijke beslissende slag niet voor hem zijn, maar voor Kok.

De shocktherapie van Bolkestein raakt uitgewerkt. Nu bijna iedereen de dingen bij de naam durft te noemen - zo is zijn opmars toch indertijd begonnen - begint meer ruimte te komen voor een kritische blik op de effectiviteit van Bolkesteins interventies. En dan blijkt dat Bolkestein wel heel veel overhoop haalt, maar dat het netto-resultaat uitgedrukt in beleid toch bescheiden is. Als de liberale tijdgeest wordt verdisconteerd, blijft er niet heel veel Bolkestein over.

De hoofdstroom van het beleid in Nederland loopt keurig in de pas met het buitenland. Het, om het maar ruw samen te vatten, marktdenken is een internationaal gegeven en geen Nederlandse vinding. Als Bolkestein het paarse kabinetsbeleid claimt als liberaal beleid, heeft hij weliswaar gelijk, maar het is niet zozeer zijn persoonlijke verdienste. Als het vervolgens gaat om een van de zaken waarin Nederland zich positief onderscheidt van andere landen is dat het poldermodel. Los van de vraag of dit terecht is, is het juist Bolkestein geweest die zich altijd heeft gekeerd tegen deze corporatistische besluitvormingsstructuur.

Maar dan de kwesties die Bolkestein echt zelf heeft aangezwengeld. Als geen ander wordt hij vereenzelvigd met degene die het allochtonendebat in Nederland is begonnen. Dit is ook zonder meer waar. Maar zou zonder hem niets zijn gebeurd? Ook hier weer kan een blik naar het buitenland verhelderend werken. In alle Europese landen wordt een restrictief beleid ten aanzien van allochtonen gevoerd. Het is ondenkbaar dat dit zonder Bolkestein geheel aan Nederland voorbij zou zijn gegaan. De 'verdienste' van Bolkestein is dat hij als geen ander oog heeft voor het momentum en de zaken op de hem bekende karakteristieke wijze weet te verwoorden. Waar anderen opteren voor een voorzichtige benadering van het gevoelige buitenlander-onderwerp, kiest Bolkestein juist voor scherp varen. Daardoor heeft hij bij het grote publiek het stempel van de man die een dam opwerpt tegen de stroom buitenlanders. De werkelijkheid ligt een stuk genuanceerder, maar hier heeft Bolkestein electoraal baat bij het verkleurde beeld.

Wat bij Bolkestein steeds manifester wordt is dat het wel erg veel om woorden gaat en weinig om daden. Nu is dat ook eigen aan zijn functie. Ministers zijn er voor het beleid, fractievoorzitters voor de politieke koers. Maar als alles in woorden blijft steken gaat het opvallen, want dan krijgt vrijblijvendheid de overhand. In dat stadium verkeert hij nu. Het voetzoekerliberalisme van Bolkestein begint sleets te worden.

Er is sprake van een patroon. Bolkestein roept, andere VVD-ers remmen af. Laatstelijk was dit het geval in de 'communistenkwestie' toen Bolkestein staatssecretaris Tommel als een politiek onbenul kwalificeerde omdat hij lange tijd vice-voorzitter van de Vereniging Nederland-DDR was. Een onverstandige uitspraak, oordeelde VVD vice-premier Dijkstal direct een dag later.

De strijd van Bolkestein wordt op deze manier een eenzame. En daarmee is de circel rond. Eind jaren zeventig keerde hij vanuit het buitenland terug om de strijd aan te gaan met het toen heersende Nederlandse (opinie)klimaat. Hij is daar wonderwel in geslaagd, maar lijkt nu geen afscheid van zijn missie te kunnen nemen. Maar ook voor Bolkestein geldt dat de jaren zeventig nu toch echt voorbij zijn. De karavaan is verder getrokken en daarmee wordt zijn strijd een achterhoedegevecht. Bolkestein zal overigens de eerste zijn om daaruit zijn consequenties te trekken. Vandaar dat de VVD straks met een geheel eigen millenniumprobleem zit: de opvolging van Bolkestein.