Melkert leest 'vrienden' de les over poldermodel

KEULEN, 27 NOV. Toen 'De Internationale' nog in zwang was, zongen sociaaldemocraten overal in Europa dezelfde melodie. Dat is lang geleden. In het tijdperk van de globalisering staan sommige socialistische 'broeders' als kemphanen tegenover elkaar.

Aanpassing is vereist, maakte PvdA-minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zijn Duitse toehoorders gisteren in Keulen duidelijk. “Ik ben een productiesocialist, geen herverdelingssocialist.” Melkert zei het klip en klaar tijdens een debat over 'Globalisering en nationale sociale politiek'.

De minister was uitgenodigd door de Friedrich-Ebert-Stichting, een aan de SPD gelieerde wetenschappelijke stichting, om het 'Nederlandse model' toe te lichten. De zaal vol vakbondsleiders, werkgevers, wetenschappers en politici was onder de indruk van het kleine Nederland en zijn minister.

Maar dr. Heiner Flassbeck, Melkerts tegenspeler in het debat, veegde vanaf het podium de vloer aan met het veel geprezen poldermodel, dat banengroei weet te combineren met de sanering van de overheidsfinanciën.

Flassbeck, verbonden aan het DIW, het Instituut voor Economisch Onderzoek in Berlijn, hekelde de lage-lonen-politiek van Nederland. Hij beschuldigde Den Haag van “oneerlijke, primitieve concurrentie”, omdat het Nederlandse loonpeil ruim 25 procent lager is dan in Duitsland. Nogal wiedes dat er in Holland banen worden geschapen en niet in het voormalige Europese Musterland.

In de nieuw te vormen Economische en Monetaire Unie moet het afgelopen zijn met deze beggar-my-neighbour-politiek, vindt Flassbeck. Zijn opvattingen zijn des te opmerkelijker, omdat Flassbeck de belangrijkste economische adviseur is van SPD-partijleider Oskar Lafontaine, de mogelijke kanselierskandidaat bij de parlementsverkiezingen in september volgend jaar.

Het principe van vrije concurrentie was de Berlijnse econoom niet duidelijk te maken. “We moeten in Europa afspraken maken over een verstandige loonpolitiek”, zei Flassbeck.

Dit werd Melkert, die zich geen verkoper van het Nederlandse model noemde, te gortig: “U bekijkt de wereld als een gesloten systeem waarin alles moet worden vastgelegd. Mogen wij zelf weten hoe we het geld besteden, dat we dankzij de loonmatiging weten te besparen?”

In Keulen werd duidelijk dat er een wereld te winnen is. Anders dan bij de pragmatische PvdA blijft voor veel Duitse sociaal-democraten de vrije markt een taboe. Melkert: “De Nederlandse ervaring toont aan wat de vrucht kan zijn van goede afspraken tussen werknemers, werkgevers en de overheid.”

Dit maakt het volgens Melkert mogelijk dat sociaal beleid wel degelijk “hand in hand” gaat met internationale concurrentiekracht.

    • Michèle de Waard