KLIMAATCONFERENTIE

Van 1 tot 10 december moeten ruim 150 landen het op de klimaatconferentie in de Japanse stad Kyoto eens zien te worden over juridisch bindende afspraken de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Een overzicht van de voorgeschiedenis en de obstakels op de weg naar een verdrag:

Klimaatverdrag In 1992 tekenden de landen tijdens de Earth Summit in Rio de Janeiro een verdrag om het broeikasprobleem aan te pakken. Als voorschot op verdergaande maatregelen besloten zij de uitstoot van broeikasgassen te stabiliseren op het niveau van 1990. Een panel van wetenschappers kreeg de opdracht het broeikaseffect te bestuderen, om zekerheid te krijgen over de geschetste gevaren. Dit panel, het IPCC, zei vorig jaar het nemen van maatregelen noodzakelijk te achten. Dit standpunt wordt door veel regeringen onderschreven. In 1995 werd in Berlijn een vervolgconferentie gehouden over het broeikasprobleem. Deze eindigde met de afspraak een definitieve overeenkomst voor te bereiden. Op een tweede conferentie in Genève vorig jaar werd besloten dat afspraken juridisch bindend zullen zijn. Tevens werd overeengekomen dat definitieve afspraken in 1997 in Kyoto worden gemaakt.

De aanpak De vraag is in welke mate broeikasgassen moeten worden teruggedrongen en vooral: door wie. De ontwikkelingslanden zijn bevreesd dat zij niet in staat zullen worden gesteld hetzelfde welvaartsniveau te bereiken als de geïndustrialiseerde landen. De ontwikkelingslanden achten zich geenszins verantwoordelijk voor het broeikaseffect en vinden dat de industrielanden het voortouw moeten nemen bij de aanpak. De industrielanden vinden dat juist in ontwikkelingslanden veel winst kan worden behaald, omdat deze veelal aan het begin van een grote economische ontwikkeling staan.

De deelnemers De grootste consument van fossiele brandstoffen zijn de Verenigde Staten. In de VS is het verzet van het bedrijfsleven tegen maatregelen om het energieverbruik terug te dringen groot. Ontwikkelingslanden, onder aanvoering van China en India, vinden dat de VS zich moeten committeren aan verregaande reducties. Ook industrielanden zijn die mening toegedaan, met name de landen van de Europese Unie. Olieproducerende landen en Australië, exporteur van kolen, vinden maatregelen onnodig. De landen uit het voormalige communistische blok stellen zich afwachtend op. Ze staan in principe niet welwillend tegenover reducties.

De inzet De landen van de EU hebben voor de conferentie in Kyoto het voorstel gedaan de uitstoot van broeikasgassen in 2010 met vijftien procent te reduceren ten opzichte van het niveau van 1990. De VS lieten enkele weken geleden weten de uitstoot in 2010 te willen stabiliseren op het niveau van 1990. De VS vinden het Europese voorstel veel te verstrekkend. Sinds 1990 is de uitstoot van CO2 gegroeid met zeker acht procent. De ontwikkelingslanden stellen zich onverminderd op het standpunt dat zij geen enkele verantwoordelijkheid hebben.

De uitkomst Omdat de vrees bestaat dat reducties van broeikasgassen diep kunnen ingrijpen in de economie en geen enkele regering haar land onnodig veel schade wil berokkenen door verder te gaan dan andere landen, zal het 'laagste' voorstel de maatstaf worden voor een akkoord. Het voorstel van de Verenigde Staten zal derhalve als basis dienen voor een algeheel protocol, hoe zeer dit ook ingaat tegen de wens van zowel de Europese Unie als de ontwikkelingslanden te komen tot forse reducties. De houding van de ontwikkelingslanden, die de VS absoluut willen binden aan een commitment waar zij zelf buiten willen blijven, kan een akkoord in de weg staan.