Heimwee naar de ritseltijd

ROTTERDAMSE HAVEN. Werf Verolme Botlek ruikt naar heimwee en vervlogen dromen. De 'classificeerders', zoals de schoonmakers van schepen heten, zitten verstrikt in een web van regels, wetten en CAO-bepalingen. De sector dreigt keurig te worden, maar de classificeerder wordt doodgereguleerd.

Het regent. Tussen beton en walmende pijpen lopen classificeerders naar een houten barak: hun kantine. Helmen op, besmeurde overalls, grote laarzen, verweerde gezichten. Net als vroeger?

Anno 1997 weet de classificeerder zich beschermd door een woud van regels. Zij spuiten schepen schoon onder bescherming van CAO-, milieu-, Arbo-, en ISO-normen. Hun werk- en rusttijden liggen vast in een wet. Ook een scheepswerf ontkomt niet aan de moderne tijd, die van verantwoord werken.

In de kantine gaan de helmen af, plastic lunchzakjes ritselen. Er wordt een kaartje gelegd. Dan zwaait de deur open. De FNV, hun 'zaakwaarnemer', stapt binnen. Het is Jan van den Brink, regiobestuurder van de Vervoersbond FNV. Bestuurder Jan vertelt zijn leden dat de 'aanwezigheidstoeslag' in de lonen moet worden verwerkt. “Iedereen gaat er weer op vooruit”, zegt hij. FNV-lid Ali veert op uit een plastic stoel: “Daar hebben wij niets van gemerkt.” “Elke keer als wij iets vragen”, licht kaderlid Frans toe, “pakt de baas het er weer ergens van af.” Zo gaan velen er op achteruit door een nieuwe reiskostenregeling van de baas. “Het wordt elk jaar erger, Jan”, zegt Ali. “Elk jaar wordt de CAO beter”, werpt bestuurder Jan verbaasd tegen. “De lonen gaan omhoog.”

“Wij gaan er op achteruit.”

“Vroeger verdiende ik duizend gulden per week. Nu heb ik netto 2.600 per maand.” Vroeger: duizenden classificeerders waren aan het werk. De klap kwam met het RSV-debacle, de bijna-teloorgang van de scheepsbouw, in zijn kielzog het scheepsonderhoud meeslepend. De beroepsgroep 'classificeerder' slonk. Er zijn naar schatting duizend werknemers over. Nederland legt het af tegen de lagelonenlanden. In Azië en Polen worden schepen goedkoper gereinigd en gerepareerd.

Vroeger kon je ritselen met de baas. Ex-WAO'er Paul, sinds kort terug met aangepast werk: “Je kon kiezen of je 't zwart wilde of wit. Vroeger werden ze gematst.” De toeslag voor avondwerk ging al rond vieren in - in plaats van om zeven uur. Ze deden makkelijker over de centen. Overuren, nu aan banden gelegd in CAO en werktijdenwet, kon je oeverloos maken. Paul werkte soms 16 uur door. “Verdiende lekker.” Het verantwoord werken is voor Paul en de zijnen een stap richting armoede. Hun gemiddelde uurloon is 18 gulden 66 bruto per uur, met weinig mogelijkheden extra te verdienen. Laten ambtenaren en bestuurders eens een uurtje uit het raam gaan staren - met de vraag hoe verantwoord verantwoord is. “Alles formaliseren, dat is ons vak”, zegt vakbondsbestuurder Jan van den Brink. “Maar in deze sector zijn we pas begonnen om de veiligheid en zekerheid te regelen. In sommige sectoren zijn we doorgeslagen in het reguleren.”

In de kantine getuigen harteloze briefjes van de regeltjestijd. Wie zich niet aan de veiligheidsvoorschriften houdt, moet zich onverwijld bij het hoofdkantoor vervoegen. Er wordt géén waarschuwing gegeven, aldus de directie. Of: “Ten overvloede moeten wij u wederom informeren dat het verlaten van de werkplek pas om 15.30 uur is toegestaan. Een ieder die, zonder gegronde reden, te vroeg stopt met de werkzaamheden, zal derhalve gekort worden op zijn loon - de directie.”

Wat dat betekent? “Als we klaar zijn, moeten we in de kou wachten”, zegt classificeerder Wim. Hij maakt de indruk dat hij iets verloren heeft: de greep op zijn werkelijkheid. Hij kan niet wennen aan de formele structuur. Ambtenaren, opdrachtgevers en bestuurders van werkgevers en werknemers bepalen zijn werkelijkheid.

Verolme Botlek: de vergane glorie is bijna-doodgereguleerd. Het net sluit zich om Mark, Paul en Ali. Een net van regels, wetten, normen, bevelen en dreigende briefjes in de kantine. Het CAO-boekje markeert de grens van de ritseldroom. De oude ritseltijd is voorbij, de nieuwe is echter ook een feit. Het nieuwe geritsel is het domein van onderaannemers, van bedrijfjes die failliet gaan om onder een andere naam weer op te duiken. De werkgeversvereniging SITO in deze sector heeft vijftig tot zestig onderaannemers in het vizier. De 'nette' bedrijven stellen zich tweeslachtig op: bij pieken huren zij voor een koopje een onderaannemer in, tegelijkertijd klagen zij over valse concurrentie: veel onderaannemers storen zich niet aan wet en regel en zeker niet aan de CAO. De classificeerders die in handen van deze lieden vallen, verdienen soms zelfs onder het minimumloon. Zij weten niet van het bestaan van de CAO. Een klasse rechteloze werknemers, precies zoals het ooit in de haven begon. Vergeleken met hen zijn de classificeerders met een CAO-boekje op het nachtkastje luxewerknemers. “Klopt”, zegt ex-WAO'er Paul. Hij schudt weemoedig zijn hoofd: “Maar er is geen lol meer aan.” De 'goeie ouwe' ritseltijd komt nooit meer terug. En in de 'nieuwe' is geen plaats voor romantiek.

(Ter bescherming van de privacy is de naam van het scheepsonderhoudbedrijf niet genoemd, en zijn de namen van de classificeerders veranderd.)