'Had ik Stompie maar in veiligheid gebracht'

JOHANNESBURG, 27 NOV. Op dag drie van de zitting van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie, over de activiteiten van Winnie Mandela in de jaren tachtig, kon de methodistische bisschop Paul Verryn zijn emoties niet meer de baas. Dikke tranen welden op achter zijn brilleglazen toen hij Winnie Madikizela-Mandela rechtstreeks aankeek en zei: “Ik ben diep vernederd door de dingen die u over mij heeft gezegd. Maar ik vergeef u, ook als u dat niet wilt. Ik wil verzoening met u.”

Een bewogen commissievoorzitter Desmond Tutu wendde zich tot Winnie met het verzoek te reageren, maar haar advocaat antwoordde dat ze daartoe in het openbaar niet bereid was.

Paul Verryn raakte in de jaren tachtig als priester in Soweto betrokken bij de strijd tegen de apartheid. In zijn pastorie ving hij regelmatig jongeren op, onder wie de tieneractivist Stompie Seipei, die in 1988 in of nabij het huis van Winnie Mandela werd gemarteld en vermoord. In december van dat jaar ontketende Winnie Mandela, die zich onder het mom van een voetbalclub had omringd met een militie, voornamelijk bestaande uit jonge jongens, een campagne tegen Verryn, die ze zag als een rivaal, zowel in de acquisitie van (buitenlandse) hulp als in de gunst van de jongens. Winnie zette enkele van 'haar boys' en andere medewerkers ertoe aan Verryn te betichten van seksueel misbruik van jongens. Hoewel daar nooit enig bewijs voor was, bleef het spook van sodomie Verryn, die nu bisschop is, achtervolgen. Op de hoorzitting van de Waarheidscommissie verklaarde de ene na de andere getuige de afgelopen dagen dat alle aantijgingen aan het adres van Verryn destijds waren verzonnen.

Verryn zelf getuigde gisteren op emotionele wijze. Voordat hij zich tot Winnie Mandela zelf wendde, zochten èn vonden zijn ogen contact met de moeder van Stompie in de zaal. “Wat het moeilijkst voor mij is, is dat ik Stompie niet uit mijn pastorie naar een veilige plaats heb gebracht. Als ik dat wel had gedaan, was hij vandaag nog onder ons geweest. Ik verontschuldig mij tegenover mevrouw Seipei.'

Verryns toenmalige klerikale leider, Peter Storey, herinnerde er gisteren in zijn verklaring voor de Waarheidscommissie aan dat iedereen de beschuldigingen aan het adres van Verryn heeft ingetrokken, “iedereen op één na”. “En ik roep haar (Winnie) op om eveneens met de waarheid voor de dag te komen. We moeten de bedwelmende dampen van geweld en leugens verdrijven”, aldus Storey.

Vijf leden van het zogenaamde toenmalige 'crisiscomité', onder wie de dominees Frank Chicane en Beyers Naudé, deden vanmorgen tegenover de commissie verslag van hun toenmalige onderhandelingen met Winnie Mandela. Hoewel het ANC pas in 1990 weer werd gelegaliseerd, waren gevangen leiders als Nelson Mandela in de tweede helft van de jaren tachtig vanuit hun cel nauw betrokken bij de politieke gang van zaken. De ANC-top stelde het crisiscomité in, nadat men signalen had opgevangen dat de situatie rondom Winnie uit de hand liep. Sydney Mufamadi, die nu ANC-minister van Openbare Veiligheid is en toentertijd lid van het comité, zei gisteren dat Winnie op geen enkele manier naar hen wilde luisteren. Het comité bepleitte wekenlang de vrijlating van vier jongeren, die eind 1988/begin 1989 door Winnie werden vastgehouden. Maar zelfs een bevel van Winnie's toenmalige echtgenoot en politieke meerdere Nelson om de jongeren vrij te laten haalde niets uit. Toen ze na lange tijd toestemde in de vrijlating van de vier, bleek één van hen, Stompie, al dood te zijn. Mufamadi zei dat het crisiscomité begin 1989 een brief stuurde aan het toenmalige hoofdkwartier van het ANC in Lusaka, waarin werd aanbevolen Winnie Mandela uit 'de beweging' te stoten. Maar Winnie wist het ANC ervan te overtuigen dat de brief was gefabriceerd door de apartheidsregering, zodat ze als vooraanstaand ANC-leider in functie bleef.

    • Lolke van der Heide