Gouden medaille

Ruim een jaar na de gouden race in Atlanta heeft de helft van de Holland Acht moeite om zijn maatschappelijke carrière van de grond te krijgen. Twee roeiers zijn werkloos. “Als ook maar een van ons straks spijt van alles heeft en niet goed terecht komt, dan is voor mij het hele project mislukt. Ondanks die olympische gouden medaille”, citaat Nico Rienks op 13 november in deze krant.

Vooral het 'niet goed terecht komen' komt mij enigzins arrogant over. Net zoals je voor topsport ook veel breedtesporters nodig hebt, heb je in een maatschappij naast topfuncties ook veel mensen nodig met gewone en modale banen. Om dan voor iedere topsporter van een dubbelslag uit te gaan is niet reëel. (Het waren trouwens geen scullers in die Holland Acht).

Om vervolgens ook nog te stellen “dat het hele project mislukt is, ondanks die gouden medaille”, geeft aan dat, ondanks gebrek aan waardering voor topsporters in Nederland, Rienks zelf maatschappelijke carrièretopsport eigenlijk veel belangrijker vindt. Anders heeft hij geen goed verhaal op een feestje, waar opgeschept kan worden over maatschappelijke relevantie en importantie en wapenfeiten als antwoord op de vraag : 'Wat doe je?' en een sneer gemaakt kan worden naar iemand van het maatschappelijke middenveld, die minder goed geboerd heeft of feest/fuifroeiers, die op het water ander waterverkeer in de weg varen en alleen maar snoeken maken. Want zeg nou zelf. Het is toch veel mooier dat opa's zoals Rienks later hun kleinkinderen een sterk verhaal kunnen vertellen over hun jonge jaren om vervolgens uit een la de gouden medaille te halen. Wat voor beroep opa dan heeft gehad en hoeveel dienstjaren hij heeft gedraaid, is dan niet meer van belang.