De tafels van de topvrouwen

Het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem stelt vanaf morgen de kleurenfoto's tentoon van Jacqueline Hassink. Zij reisde naar de vrouwelijke topmanagers en portretteerde hun vergadertafels, maar ook hun privé-eettafels. “Een Japanse manager weigerde mee te werken, omdat haar bedrijf 'hard times' doormaakt.”

Van 28/11 t/m 22/2 in Museum voor moderne kunst Arnhem, Utrechtseweg 87. Open: di. t/m vr. 10-17 uur, za. en zo. 11-17 uur.

UTRECHT, 27 NOV. Haar thuis is een kale etage in een Utrechtse zijstraat. Haar andere thuis is de rest van de wereld. Tokio, Oslo, Chicago, Berlijn, Madrid: waar is ze de afgelopen maanden niet geweest? Nog even, en dan vertrekt 'de kunstnomade' Jacqueline Hassink (1966) voor een jaar naar New York: “Binnenkort publiceert The New York Times mijn werk, en dan is het goed om ter plekke aanwezig te zijn.”

Hassink fotografeerde de belangrijkste tafels ter wereld, de bladen waaraan de topmanagers van de grootste multinationals vergaderen. “Het is een object dat zeer verschillende identiteiten kan aannemen”, zoals ze het zelf formuleert. “Een multinational is voor vele mensen een abstract machtscentrum waar verstrekkende beslissingen worden genomen. Niemand wist hoe die vergaderplekken eruit zagen.”

Vaak heeft zo'n vergadertafel de omvang van een privé-zwembad. En de poenerige vormgeving bekleemtoont dat op dit kostbare hout genadeloze cijfers verschijnen en ook lastige koppen worden gesneld. McDonald's, Daimler Benz, Akzo Nobel NV, Philips Electronics stemden toe in een opname van hun 'walhalla'. De Siemens-directie was zelfs trots op zijn tafel-'portret'. Andere concerns, zoals Thyssen, twijfelden aan de representativiteit en trokken zich onverhoeds terug. Macht vereist uiterlijke onberispelijkheid.

Niettemin kreeg Hassink hierna de opdracht van het Amerikaanse economie-tijdschrift Fortune om de zes belangrijkste multinational-tafels van de Verenigde Staten te portretteren. Ook Duitstalige krantenbijlagen namen haar kleurenfoto's op: “Want ik heb tijdens mijn reizen en ontmoetingen geleerd dat je zelf de media moet benaderen,” aldus Hassink, wier onopgesmukte, kwetsbare voorkomen niet meteen aan een kordaat en solitair ondernemend kunstenaar doet denken.

Dit Table of Power-project heeft nu een vervolg gekregen: Female Power Stations. Hassink beperkte zich tot de tafels waaraan de belangrijkste vrouwelijke managers met hun staf vergaderen, en ze combineerde die met de tafels waaraan diezelfde vrouween thuis de krant lezen of hun bordje spaghetti eten. Het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem stelt vanaf morgen het resultaat tentoon.

Van de 8.000 topmanagers van multinationals met meer dan een miljard dollar omzet) blijken er wereldwijd 35 vrouw te zijn. “Van die 35 in de belangrijkste 'executive boards' werkten twaalf vrouwen mee. Ik vond het een fantastische sport om ze op te sporen en tot ze door te dringen. Een Japanse verontschuldigde zich en weigerde, omdat haar bedrijf 'hard times' doormaakte. Bij een Oostenrijks concern schoot men hard in de lach toen ik vroeg of er een vrouw in de top zat. Sommige directeuren wilden wèl hun bedrijfstafel laten zien, maar ontvingen me liever niet thuis. Vandaar dat nu in Arnhem naast een foto van de vergaderzaal een wit vlak hangt.”

Opvallend vaak blijken Amerikaanse topmanagers het formele karakter van hun vergaderzaal - houten lambrizeringen, machtige fauteuils en saaie tapijten - in hun privé-interieur te imiteren. Hassink werd thuis door personeel ontvangen en voor de gelegenheid was de tafel op z'n mooist gedekt, met geërfd tafelzilver, ontstoken kandelabers en gestofzuigde kunstbloemboeketten. De Europese 'vrouw aan de top' daarentegen woont eenvoudiger, heeft minder of geen personeel en hecht aan sentimentele souvenirs uit voormalige standplaatsen.

Schroom om de hypergeslaagde zakenmens te benaderen kent Hassink niet. Haar vader was zo'n zelfde topman en ze verhuisde steeds met zijn baan mee. Later volgde ze de academies van Rotterdam en Den Haag en ze studeerde af in Trondheim. “Ik ben vaak en graag in Noorwegen. Ik voel me thuis in de extreme natuur en de rust daar. Trondheim mag dan saai zijn, de academie was er veel beter dan hier. De directeur nodigde de meest vooraanstaande buitenlandse kunstenaars uit, van Daniel Buren tot Thomas Schütte, die ons steeds kritische, nieuwe impulsen gaven.”

Voor haar afstudeerproject ontwierp Hassink een 'kathedraal-tafel', een tafel volgens architectonische ordeningsprincipes. En voor haar allereerste fotoproject categoriseerde ze de tafels van Oslo, waaruit later die Tables of Power zijn voortgekomen. Binnenkort gaat ze haar horizon letterlijk verruimen. Vanuit de wolken boven Hong Kong wil ze stedelijke panorama's maken. Waarom Hong Kong? Omdat daar een van de rijkste vrouwen ter wereld woont, de 60-jarige, dwergachtige Nina Wang, die na de fatale ontvoering van haar man in 1983, wolkenkrabbers en het concern Chinachem erfde. Geheel uit eigen portemonnee laat Wang nu de Nina Tower bouwen, die met zijn 324 meter best een landmark mag heten.

Jacqueline Hassink kan haar Wang-plan nog niet concreet onthullen. Maar eens zullen we zien waar de ijsberende managers in Hong Kong tijdens mateloos vervelende concernvergaderingen de blik over laat dwalen: over de vele, toch vaak benijdenswaardige 'kleine luiden' die in de asfaltdiepte met hun benen op de grond moesten blijven.

    • Marianne Vermeijden