'De geit komt toch tevoorschijn'

Zangeres Tanya Donelly speelde jarenlang samen met haar half-zus Kristin Hersh in de groep Throwing Muses. Nu treedt ze uit Hersh' schaduw, met haar eerste solo-plaat 'Lovesongs for Underdogs'. “Relaties zijn een broedplaats voor al het vreselijke dat zich in je ziel verstopt.”

Tanya Donelly: Lovesongs For Underdogs (4AD). Donelly speelt met een begeleidingsband op 30/11 in De Melkweg in Amsterdam.

AMSTERDAM, 27 NOV. Een gulle lach schatert door de hotelkamer. De Amerikaanse zangeres Tanya Donelly (31), die onlangs haar eerste solo-cd uitbracht, komt over als een zorgeloos, zonnig type. Maar wie goed naar haar liedjes luistert, hoort een kwetsbare zangeres, die een niet al te positief beeld van zichzelf schetst. De titel van het album luidt niet voor niets Lovesongs For Underdogs. “Ik voel mij vaak wel een beetje een underdog”, zegt Donelly. “Een beetje onhandig, niet helemaal op mijn gemak. Dat komt onder meer door oude baggage die ik nog in mijn systeem meedraag.”

Donelly komt uit een gezin dat ze omschrijft als 'turbulent'. Ze groeit op met haar halfzus Kristin Hersh, en samen beginnen ze, als fans van The Beatles, gitaar te spelen en muziek te maken. Als tieners vormen ze de groep Throwing Muses, die eind jaren tachtig naam maakt als één van de meest eigenzinnige en intense alternatieve Amerikaanse popgroepen. In '91 ging Donelly haar eigen weg, eerst als lid van The Breeders en Belly, sinds kort solo.

Al vindt ze het in haar bescheidenheid nog steeds 'belachelijk' om haar naam op de hoes te zien staan, de solo-carrière is een stap verder uit de schaduw van haar halfzus, die in het gezin en in Throwing Muses domineerde. “Ik steunde Kristin. Daar was ik heel gelukkig mee. Maar zij heeft mij ook veel geholpen. Zonder haar zou ik mij niet sterk genoeg gevoeld hebben om in mijn eentje iets te gaan doen. Zij heeft mij gedwongen op een podium te gaan staan. Toen we begonnen was ik ziekelijk verlegen. Het heeft me jaren gekost om aan vreemdelingen te wennen.”

Toen Donelly Throwing Muses verliet, was inmiddels een beeld onstaan over haar en Hersh dat haar nog steeds achtervolgt: Hersh als maakster van indringende neurotische songs en Donelly als het luchtige blondje dat toegankelijke popliedjes schreef. “Het is niet eerlijk”, zegt ze, “want we worden niet gezien als individuen, maar als twee helften van één ding. Als ik er niet was geweest om haar mee te vergelijken, denk ik niet dat ze als zo'n zenuwpatiënt zou zijn gezien; en zonder haar zou ik niet als een popzangeresje worden behandeld.” Tussen de halfzussen ontstond wel al vroeg een duidelijke rolverdeling, vertelt Donelly. “Ik was de passievere. Ik was vaak degene die de boel probeerde te kalmeren als het uit de hand liep. Kristin ontplofte, gooide dingen door het raam, en ik ging dan het glas opruimen en mijn ouders troosten. Dat was uiteindelijk heel vermoeiend. Bovendien ontkende ik de kant van mijzelf die zij zo uitleefde. Dat heb ik later nog ruim ingehaald, gênant laat in mijn leven. Ik leefde het uit op mannen.” Ze lacht beschaamd. “Maar ik ben er nu overheen.”

Een deel van de nummers op Lovesongs For Underdogs zijn inderdaad liefdesliedjes - door Donelly zelf omschreven als 'neurotische liefdesliedjes'. “Relaties zijn een broedplaats voor al het vreselijke dat zich in je ziel verstopt. Je zou denken dat het andersom was, je natuurlijke instinct is toch om te zorgen voor iemand, om te geven om hem. Maar wat er gebeurt is dat je de ander juist gaat testen. De liedjes gaan over de donkere kanten van de liefde. Echte liefde is veel complexer dan wordt voorgesteld in de liedjes die je op de radio hoort. Dat zijn leugens! Ze hebben niets van doen met de liefde die ik ken.”

“Als je verliefd wordt, presenteer je je van je beste kant”, legt Donelly uit over de tekst van het nummer 'Goat Girl'. “Je geeft de ander de mooie verhalen, de blinkende buitenlaag. Maar uiteindelijk komt de geit tevoorschijn die je eigenlijk bent. Ik zing daarin over mijn fysieke onhandigheid, ik val en struikel constant - ik zit onder de blauwe plekken.”

Ze mag dan in zulke teksten over zichzelf schrijven, Donelly's streven is om haar nummers nog persoonlijker te maken. “Het moeten geen verkapte dagboeken zijn, ze moeten een universele zeggingskracht hebben. Maar ik haal vaak dingen uit de teksten die te intiem zijn, die te veel over mij zeggen. Terwijl de liedjes er juist sterker van worden als je de rauwe, onthullende dingen er in laat. Dat wil ik daarom meer doen. Ook al kan ik dan mijn huis niet meer uit.”

Donelly's stem is helder, evenals het geluid van de elektrische gitaren in de begeleidingsmuziek. Haar toegankelijke songs blijken bij nadere beluistering meer lagen te bevatten. Gevraagd naar een beeld dat haar muziek beschrijft, zegt Donelly: “Waterig. Modderig water, zoals het is in New England. Het is heel mooi, maar je kunt nooit de bodem zien, zelfs niet als het maar tot je knieën komt. Het is niet transparant. Ik gebruik vaak het beeld van water en de zee in mijn teksten. Maar ik kom steeds dichter in de buurt van land. Ik nader steeds meer de grond.”

    • Sietse Meijer