De aanslag

De aanslag (Fons Rademakers, 1986, Ned.). ZDF, 00.10-02.30u.

Er zijn veel goede redenen om naar De Aanslag te gaan kijken. Ten eerste is het een mooie en vaak spannende film zodat men niet hoeft te zappen om te ontdekken dat op een ander net niets spannenders is. Ten tweede leverde de film regisseur Fons Rademakers een oscar op (in 1978). Ten derde is De Aanslag gemaakt naar het gelijknamige boek van Harry Mulisch, zodat men nu de film kan zien en dan laten merken dat men weet waar het over gaat. Tenslotte gaat De Aanslag, behalve over het leven van de held Anton en dat van andere personages, over de oorlog. De roman die aan de film ten grondslag ligt, is behalve literatuur ook vaderlandse geschiedenis.

“Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem.” Zo begint het boek. “Ver, ver weg” in het verleden dat voor degenen die het hebben helpen maken, tot op de dag van vandaag deel van hun leven is gebleven. Dit verleent de film van tijd tot tijd, als het verleden meestal onverwacht weer op gaat spelen, de actualiteit: geef rekenschap van toen! Maar hoe? Van welk web van toeval, dapperheid, lafheid, berekening, absurditeit, kwade en goede trouw? In de zorgvuldige uitspinning van dat alles ligt de zin van het verhaal, en dit wezen van de oorlog is in de film behouden.

Het drama dat zich uitstrekt tot ver na de oorlog, vindt zijn oorsprong in de Hongerwinter, Haarlem, deel van het stukje Nederland dat dan de bevroren enclave is in de oorlog die naar zijn einde woedt. In de straat waar de 12-jarige Anton woont wordt een Nederlandse politieman, collaborateur, door het Verzet geliquideerd. De bezetter neemt represailles. Het lijk van de politieman wordt gevonden voor het huis waar Anton woont. Het huis wordt verwoest, zijn familie geëxecuteerd. Eerste episode.

Het verhaal zet zich voort, door vier episodes, tot 1981, de ontknoping, tegelijkertijd de onthulling van bovengenoemde absurditeit. De film blijft oorlogsfilm, niet doordat er veel in wordt geschoten - nee, juist opmerkelijk weinig - maar door de onontkoombare nasleep in de breinen der betrokkenen. Hoe anders het ook is aangepakt, in deze zin doet het gegeven denken aan uiteenlopende films als The Best Years of Our Lives of The Nightporter: de oorlog gaat niet over.