Congo jaagt op gestolen goed uit Mobutu-tijd

Congo probeert af te komen van de kleptocratie van weleer. Er is 'een nieuwe moraal nodig dat stelen van de staat slecht is'. Een speciale dienst is belast met de onteigening van en bankbeslagen bij profiteurs onder Mobutu.

KINSHASA, 27 NOV. De Congolese minister van Financiën Mawapanga Mwana Nanga walgt van corruptie. “Ik besteed veel te veel van mijn tijd aan buitenlandse zakenlui die hier op oneerlijke wijze hun fortuin willen maken. Ik moet me het maar laten welgevallen. Ik word er misselijk van.” Hij geeft voorbeelden. “Er komt een markies uit Zwitserland die me aanbiedt het gehele regeringsplan voor de gezondheidssector te bekostigen. Ik laat zijn verleden natrekken en hij blijkt een notoire oplichter. Of: het hoofd van een Congolees bedrijf zegt me de weg naar de havenstad Matadi te willen repareren. Ik vraag hem een voorstel te schrijven met een prijskaartje eraan. Waarop hij antwoordt: 'Ach, maak je daar geen zorgen over. Geef me gewoon het geld en ik regel het wel'.”

In Zaïre (nu Congo) heerste een kleptocratie. Overheidsgeld was er om te stelen. “Steel, maar laat een beetje over voor anderen”, verkondigde de Zaïrese president Mobutu in alle openheid. Corruptie was méér dan een systeem, het werd een mentaliteit. Van hoog tot laag bedreven Zaïrezen corruptie, om rijk te worden of omdat er geen andere mogelijkheid bestond. Voor een plaatsje op school of in een ziekenhuis moest smeergeld worden betaald. Niets was meer op legale wijze te verkrijgen en niemand verzette zich er meer tegen. Zaïre was vermoedelijk het meest corrupte land ter wereld.

Hoe komt Congo in het reine met dit besmette verleden? “We moeten de bevolking opvoeden, een nieuwe moraal kweken dat stelen van de staat slecht is. Anders kan dit land zich nooit ontwikkelen. Mijn werkzaamheden moeten een voorbeeld geven aan de nieuwe leiders”, zegt Jean-Baptiste Mulemba.

Mulemba leidt de door de nieuwe regering opgerichte Dienst voor Onrechtmatig Verkregen Goederen (OBMA), waar 125 ambtenaren werken. Die onderzoekt welke bezittingen tijdens Mobutu's ruim 30-jarige bewind werden gestolen, van zowel de overheid als in de privé-sector. De dienst kan verdachten arresteren. OBMA heeft inmiddels 350 gebouwen en appartementen geconfisqueerd en drie grote en zeven kleine bedrijven. Totale waarde: 200 miljoen dollar. In het buitenland probeert OBMA beslag te leggen op bankrekeningen evenals op goederen en huizen. Naar talrijke landen gingen verzoeken uit voor medewerking, ook aan Nederland. Mulemba: “Zwitserland en België bevroren Mobutu's bezittingen, we krijgen vrijwel overal een goede respons. Alleen Frankrijk reageert niet op onze verzoeken.”

Mulemba zegt al tevreden te zijn wanneer hij zestig procent van Mobutu's fortuin kan terughalen. Dit wordt geschat op vier miljard dollar. “Mobutu gebruikte meestal ondernemingen in het buitenland om zijn geld in onder te brengen. Hij schoof in deze bedrijven vervolgens onbekenden naar voren zodat er geen officiële connectie zichtbaar was. Ook zette hij in het buitenland geld op rekeningen van verre familieleden”, aldus Mulemba. “Mobutu's familieleden nemen nog steeds geld op van deze rekeningen, vooral in Portugal en Senegal.”

OBMA is gehuisvest in de voormalige villa van Mobutu's echtgenote in Kinshasa. De eigenaren van geconfisqueerde gebouwen verdringen zich voor het zwaarbewaakte kantoor. Tegelijkertijd worden diplomaten belaagd door hun landgenoten die door OBMA zijn onteigend. Is al die commotie onder de onteigenden terecht? Nemen de nieuwe machthebbers wraak op leden van het ancien régime? “Er worden geen rekeningen vereffend”, benadrukt Mulemba. “We hebben het gemunt op degenen die het land leeg plunderden, niet op mobutisten. En vergeet niet dat vele buitenlanders meewerkten aan de grootschalige diefstal.”

Mulemba neemt een onbuigzame houding aan. Maar liefst negentig procent van alle bedrijven in Kinshasa staan volgens hem onder verdenking. Wanneer zij onder Mobutu geen belastingen betaalden, wacht hun straf. “We grijpen iedereen die meeprofiteerde van het systeem”, verkondigt Mulemba. “We verrichten grondig onderzoek en als straks de tribunalen beginnen, kunnen verdachten beroep aantekenen. Maar diefstal is diefstal, groot of klein.”

In Binza, de wijk van de rijken in de Congolese hoofdstad, houden voor menige villa soldaten van het nieuwe leger de wacht. Hoge militairen betrokken na de machtsovername in mei deze luxe huizen. “Wat geeft de nieuwe autoriteiten het recht goederen te onteigenen wanneer ze zelf illegaal huizen overnemen en in gestolen auto's rondrijden?”, moppert de ex-bankier Raoul Isungu. Een van zijn vele huizen werd afgepakt en omgevormd tot een gevangenis, een andere woning fungeert volgens hem nu als een bordeel voor militairen. “Soldaten kwamen wel tien keer bij mij thuis plunderen”, vertelt hij. “Ze noemden mij een dief. Hoe kunnen zij aantonen dat ik mijn huizen op illegale wijze verkreeg? Dat is onmogelijk!”

Vooral in de eerste weken na de machtsovername misdroegen militairen zich. Na enkele standrechtelijke executies van losbandige soldaten lijkt de discipline verbeterd. Militairen moeten onrechtmatig geconfisqueerde huizen weer verlaten. Ook probeert OBMA zijn eigen gelederen op orde te brengen. “We bleken vele mobutisten in OBMA te hebben benoemd”, verklaart een minister de corruptie bij onteigeningen. “We onderzoeken gevallen van illegaal geconfisqueerde bezittingen door OBMA. Verder blijken binnen het ministerie van Justitie, waarmee OBMA nauw samenwerkt, veel ambtenaren hun positie te misbruiken.”

De corruptie is in Congo dus nog lang niet uitgebannen. En dat kan ook niet, want in Zaïre fungeerde corruptie als een alternatief systeem. Het kwaad zit diep geworteld, vooralsnog tè diep voor de nieuwe machthebbers om frauduleuze praktijken te kunnen uitbannen. Alleen aan de top verschenen nieuwe gezichten, het ambtenarenapparaat bleef nog goeddeels ongewijzigd. Vrijwel alle ministers verbleven de afgelopen jaren als ballingen in het buitenland. Jean-Baptiste Sondji, minister van Volksgezondheid, vormt een van de uitzonderingen. “Ja, in zekere zin is het waar dat de nieuwe machthebbers het oude systeem niet begrijpen, want ze leefden hier niet”, legt hij uit. “Daarom kunnen zij er ook geen greep op krijgen.”

De nieuwe machthebbers treden niet in de voetsporen van het vorige regime, menen diplomaten en een vertegenwoordiger van de Wereldbank, ze proberen een nieuw en transparant bestuurssysteem op te zetten. Bij het oude kader blijken gewoontes echter niet gemakkelijk te veranderen. “Vroeger gaf je een hoge ambtenaar een paar duizend dollar en dan kon hij alles voor je regelen”, zegt een Congolese zakenman. “Ze vragen je nog steeds om duizenden dollars smeergeld, maar tegenwoordig weet je niet meer of ze nog wel de invloed hebben om de nodige papieren te regelen. Ik zeg: laten we het verleden vergeten, zand erover. Alleen ná de introductie van een geheel nieuw bestuur en ná de opbouw van democratie zal uitbanning van alle corruptie mogelijk blijken, niet door de fouten van het verleden aan te pakken.” Jean-Baptiste Mulemba van OBMA wil van geen vergiffenis weten. “We moeten de evolutie corrigeren”, luidt zijn remedie. “Al neemt het een eeuw in beslag, we zullen iedere dief bestraffen.”