Besparing; Na de APK nu de EPK

Wettelijke normen, energiediensten en EPK-keuringen: ideeën om de grootste verspillers, kantoren, tot milieubewust gedrag aan te zetten.

Novem, Catharijnesingel 59, postbus 8242, 3503 Utrecht, (030) 2 39 34 93.

Het Centrum voor energiebesparing en schone technologie (CE), Oude Delft 180, 2611 HH Delft, (015) 2 15 01 51.

KANTOREN BEHOREN tot de grootste energieverspillers van Nederland. Ook andere gebouwen in de 'utiliteitssector', zoals scholen en ziekenhuizen, lijden aan dit euvel. De gebouwen zijn 'van niemand' en de kosten van het energieverbruik doen er nauwelijks toe.

En zo staan naar schatting zo'n 400.000 gebouwen dagelijks energie te verspillen. Terwijl dat niet nodig is; met technisch niet zo moeilijk te realiseren voorzieningen is het energieverbruik vooral in kantoren gemakkelijk terug te dringen. Het tweemaandelijkse blad Ode becijferde onlangs dat op het totale Nederlandse energieverbruik van 830 miljard kWh per jaar door toepassing van moderne technologie 244 miljard kWh te besparen is, hetgeen op 48 miljard gulden neerkomt. Van deze energiebesparing kunnen de kantoren het leeuwendeel, 171 miljard kWh, voor hun rekening nemen.

Deze becijfering is volgens specialisten aan de optimistische kant. Niettemin vinden ook zij dat kantoren op hun energieverbruik fors kunnen bezuinigen. “Maar de energiekosten vormen bij verhuurders en huurders van kantoren gewoon geen onderwerp”, zegt ir. J.P. Warmenhoven, sectormanager utiliteitsbouw bij Novem bv, de Nederlandse onderneming voor energie en milieu, die in opdracht van Economische Zaken en andere ministeries onder meer projecten voor energiebesparing stimuleert.

Energie is als kostenpost in kantoren vrijwel verwaarloosbaar: niet veel meer dan één procent van de totale kosten. “Dus als je de energieprijs verdubbelt, heb je misschien even een schrikeffect, maar dan nog bedragen de kosten maar zo'n twee procent”, zegt Warmenhoven. Bovendien wordt de helft van de kantoren in Nederland verhuurd en gaat de energierekening daar anoniem schuil achter de term 'servicekosten'. En ook al zijn investeringen in energiebesparing niet duur en vaak gesubsidieerd, dan nog geldt volgens adviseur ir. J. Verlinden van het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie (CE): “De verhuurder heeft geen belang bij energiebesparing en zijn klanten willen niet betalen voor zoiets onzichtbaars als extra isolatie. Zij betalen liever voor spiegelglas of een marmeren vloer.”

Hoewel zelfs ondanks de lage energiekosten een energiecoördinator in een groter bedrijf zijn eigen salariskosten meestal nog ruimschoots kan terugverdienen, zullen er dus andere maatregelen dan prijsprikkels moeten komen om de utiliteitssector tot een doelmatiger energiegebruik aan te zetten.

Voor een groeiend deel in deze sector zijn zulke maatregelen al genomen. Sinds 1995 stelt de overheid namelijk energetische eisen aan utiliteitsbouw, maar alleen voor zover het om nieuwbouw gaat (net als bij woningen). De nieuwe kantoren moeten voldoen aan de 'energieprestatienorm'. Dit is een norm die per gebouw kan verschillen en wordt berekend aan de hand van de concrete situatie. “Een norm die economisch aanvaardbaar moet zijn”, aldus drs.ing. J. Straatman, programmaleider bij Novem.

De praktijk wijst uit dat menig bouwer of ontwerper ruimschoots uitkomt onder de energieprestatienorm, die is gekoppeld aan de bouwvergunning. Het aantal innovaties op het terrein van de energiebesparing groeit als kool en is het stadium van de 'warme trui en de gordijnen 's avonds dicht' allang voorbij. Dit betekent ook dat de energieprestatienorm die de overheid stelt geleidelijk strenger zal worden, naar de mate waarin de technologie dat mogelijk maakt. Een eerste herziening is in 1998 te verwachten, de volgende in 2000. “Je kunt de norm aanscherpen dankzij voortschrijdend inzicht in wat haalbaar is”, zegt Straatman

De normen zijn al zodanig dat geen kantoorbouwer het nog zal nalaten de ramen te voorzien van het zogenoemde HR+glas, speciaal dubbel glas voor betere isolatie.

Maar er kan veel meer. De toepassing van 'daglicht afhankelijke verlichting' bijvoorbeeld, zodat het lichtverbruik binnen wordt aangepast aan het daglicht dat van buiten gratis binnentreedt. Of de aanleg van aquifers die warmte en koude in reservoirs in de bodem onder het gebouw opslaan en daarmee verwarming en koeling efficiënt kunnen regelen. Of de installatie van warmtepompen, condenserende warmtewisselaars, zonnecollectorsystemen, systemen die energie uit ventilatielucht terugwinnen, frequentieregelaars voor pompen, ventilatoren en compressoren. Enzovoorts, enzovoorts.

Energiebesparing is vaak niet zo ingewikkeld, maar veeleer een kwestie van durf om investeringen op korte termijn te doen, in de zekerheid dat ze op wat langere termijn ruimschoots zijn terug te verdienen. “Maar veel bedrijven willen de kosten er al zeer snel uit hebben”, is de ervaring van Verlinden. “Anders zeggen ze: als ik het geld beleg, verdien ik er meer aan.”

Hetgeen betekent dat in de bestaande kantoorgebouwen energiebesparing nog altijd niet op warme belangstelling mag rekenen. Novem heeft meerjarenafspraken lopen met de banken, het HBO- en MBO-onderwijs, de ziekenhuizen, de KLM en Schiphol om in de loop der jaren tot energiereductie te komen, maar bereikt daarmee bij lange niet de totale utiliteitsbouw. “Je ontkomt niet aan wettelijke normering op termijn voor de bestaande gebouwen”, vermoedt Warmenhoven. Te denken valt bijvoorbeeld aan het vaststellen van een bepaalde periode waarbinnen een kantoorgebouw aan de energienormen moet voldoen en bijvoorbeeld een renovatieplan kan aangrijpen om de benodigde besparingsmaatregelen uit te voeren.

Toen een aantal deskundigen van Novem en het Wereldnatuurfonds onlangs de koppen bij elkaar stak om nieuwe suggesties voor energiebesparing te doen, leidde dat tot een nieuwe afkorting: EPK. Net als de APK is dit een periodieke keuring, maar dan van een gebouw en toegespitst op het energiegebruik. Tot de voorstellen behoren dat een gebouw zonder EPK niet mag worden verkocht en dat de jaarlijkse huurverhoging ervan afhankelijk moet worden gemaakt.

In de politiek moet de werkelijke discussie over dergelijke energienormering voor de bestaande utiliteitsgebouwen nog op gang komen, en wordt voorlopig nog vooral aan stimulerende subsidies gedacht. Maar in het 'veld' wordt er al over gesproken de energieprestatienormen op een praktische wijze in de bestaande kantoren te realiseren. Het Centrum voor energiebesparing en schone technologie denkt dat de geringe belangstelling bij kantoorbeheerders voor energiebesparing, hun gebrek aan kennis hiervan en de financiële problemen die zij ermee menen te hebben, niet alleen via normering is te compenseren.

Daarom is volgens het CE de tijd rijp voor 'energiediensten'. In die situatie levert het energiebedrijf niet meer een ongelimiteerde hoeveelheid gas en elektriciteit aan zijn afnemers, maar gaat de energiedienst bij zijn klant en in het kantoorgebouw inventariseren hoeveel licht, warmte en koeling het nodig heeft om dat vervolgens op een zo efficiënt mogelijke wijze te leveren. De energiedienst zorgt voor de aanschaf zowel als het onderhoud van de apparatuur in het kantoorgebouw. De keuze van verlichting, cv-ketels en dergelijke wordt de verantwoordelijkheid van de energiedienst. De klant is voor deze dienst een vast bedrag kwijt; de energieleverancier steekt de opbrengst van de energiebesparing die hij weet te realiseren in eigen zak.

Het CE denkt dat de komende liberalisering van de energiemarkt de uitvoering van plannen als die voor een energiedienst mogelijk maakt. “Het risico dat de klant meer gebruikt dan gepland, ligt dan bij de leverancier.” De leverancier heeft veel in eigen hand. Klein voorbeeld: “Alleen al het regelmatig afstoffen van TL-buizen”, zegt Verlinden van het CE, “kan bij wijze van spreken voor tien procent besparing zorgen”.

Want, zoals gezegd, zo ingewikkeld is energiebesparing dikwijls niet.