Bedrijfsleven uit zijn twijfels over Azië

AMSTERDAM, 27 NOV.Bestuurders uit het Nederlandse bedrijfsleven betwijfelen of er in Azië “de komende jaren überhaupt nog geld te verdienen valt”. De crisis in het Verre Oosten dwingt bedrijven hun verwachtingen ten aanzien van het Verre Oosten drastisch naar beneden bij te stellen. Dit blijkt uit een onderzoek van Coopers & Lybrand dat vanmiddag wordt gepresenteerd.

De ondervraagde bestuursvoorzitters van vijftien Nederlandse multinationals zien nu veel meer toekomst in Latijns Amerika. Daar zijn volgens de topondernemers wel expansiemogelijkheden. In Azië is momenteel alleen aanwezigheid vereist “om ervaring op te doen en verdere ontwikkelingen nauwgezet te volgen”.

Opsteller Paul Koster van het onderzoek benadrukt dat de vraaggesprekken met de (in het rapport anonieme) bestuurders voor het uitbreken van de recente financiële crisis in Azië zijn gehouden. “Ik denk dat de huidige crisis geen reden is om activiteiten te stoppen in het Verre Oosten, maar het bedrijfsleven verwacht wel dat het een aantal jaren zal duren voordat de groei wordt hervat”, stelt de partner bij Coopers & Lybrand. Onder meer bestuurders van Shell, Unilever, KLM, Ahold en Océ hebben aan het onderzoek deelgenomen.

De huidige stagnatie in Azië zal de fusiegolf in het bedrijfsleven niet afremmen. De rage om overnames te plegen zal volgens de top van de 'BV Nederland' tot ver in de volgende eeuw aanhouden. “Het is meer een continu proces. Acquisities zijn een normaal onderdeel van het beleid geworden”, zo verwoordt Koster. Hij gelooft niet dat de gestegen overnameprijzen - in het onderzoek wordt gesproken van zelfs drie maal de omzet - een hindernis zijn. “Er zijn natuurlijk alternatieven om dat te omzeilen. Kijk maar naar ING dat BBL via een aandelenruil overneemt.”

De ondernemers zijn ontevreden over de Nederlandse politici. Zo worden de richtlijnen van de Europese Unie te veel naar de letter uitgevoerd.

Volgens het bedrijfsleven kan een goed voorbeeld aan Frankrijk worden genomen, financiële schandalen zoals bij de staatsbank Crédit Lyonnais ten spijt. “In Frankrijk is veel meer sprake van goed overleg tussen regering en bedrijfsleven. En binnen die inner circle schaamt men zich niet voor chauvinisme”.

Een mooi voorbeeld van verkeerde Haagse bemoeizucht zijn volgens de bestuurders de kritische opmerkingen van minister-president Kok over de verrijking via opties. “Een geïsoleerd symptoom werd tot algemeenheid verheven, waardoor in én slag een dringend noodzakelijk beloningsinstrument in een nieuwe parochiale regeldwangbuis werd geplaatst.”

De vijftien ondernemers vinden een snelle bijdrage van een overname aan de winst per aandeel de belangrijkste richtsnoer voor de prijsbepaling van de acquisitie. “Zonder uitzondering moet de nieuwe activiteit binnen één jaar bijdragen aan de winst per aandeel”, aldus het rapport.

Het positieve effect voor de bedrijfswinst dient hoe dan ook aan de buitenwereld getoond te worden.

“Natuurlijk is die winst op korte termijn enigszins misleidend. Het is een makkelijke boodschap, maar de strategische gevolgen van een overname zijn voor de langere termijn belangrijker. Het is een vorm van kortzichtigheid die door de beurs wordt opgedrongen”, aldus Koster.