Zaak-Bouterse verlamt relatie met Suriname

De betrekkingen tussen Suriname en Nederland zijn 'vertroebeld', zei Suriname's president Wijdenbosch deze week bij de viering van 22 jaar onafhankelijkheid van zijn land. Niemand wil een breuk, maar de patstelling is zonneklaar.

PARAMARIBO, 26 NOV. President Jules Wijdenbosch noemde gisteren tijdens de officiële receptie op de verjaardag van de Surinaamse onafhankelijkheid Nederland niet één keer. Toch was zijn rede in het presidentieel paleis vooral aan Den Haag gericht. Wijdenbosch maakte ten overstaan van het voltallige diplomatenkorps forse verwijten aan het adres van de voormalige kolonisator.

De vraag of 22 jaar onafhankelijkheid de gewenste ontwikkeling en zelfstandigheid had gebracht beantwoordde hij negatief. Alle barrières die deze doelen in de weg staan, moeten daarom volgens hem worden opgeruimd. “Je moet kijken welke vrienden je zelfbeschikkingsrecht respecteren en je daarbij helpen”, zei Wijdenbosch. De Surinaamse president rekent Nederland kennelijk niet meer tot die landen. “Als je twijfelt moet je de durf hebben dat aan de kaak te stellen.”

De avond tevoren was Wijdenbosch nog duidelijker geweest. Op een bijeenkomst van de groep 'Handen af van Suriname' sprak hij zijn “ernstige twijfel” uit of de betrekkingen met Nederland op dezelfde voet kunnen voortbestaan. Aangenomen mag worden dat hij met name doelt op het in 1992 met de vorige regering gesloten Raamverdrag voor vriendschap en samenwerking, dat door de regering van Wijdenbosch als een bron van Nederlandse bemoeizucht wordt gezien. Eerder moesten Nederlandse belastingdeskundigen, die als lastige pottenkijkers werden beschouwd, vertrekken.

Volgens de Surinaamse president heeft de relatie met Nederland de afgelopen 22 jaar “geen enkele vooruitgang, in tegendeel achteruitgang” gebracht. Wijdenbosch onthulde dat de Surinaamse ministers geen contacten met Nederland meer mogen onderhouden, zolang het door hem gewenste topoverleg met Nederland om over de “grijze gebieden” in de relatie te praten nog niet heeft plaatsgehad.

Wijdenbosch lijkt hier trouwens geen haast mee te willen maken. Tegen verslaggevers zei hij gisteren zich eerst met Suriname zelf te willen bezighouden. Dat zou betekenen dat minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking), die eerder deze maand te horen kreeg dat hij voorlopig niet welkom is, ook in de nabije toekomst een trip naar Suriname wel kan vergeten.

Maar wat is nu precies het concrete verwijt van Suriname aan Nederland? Vorig jaar december werd tenslotte nog regulier bestedingsoverleg gehouden tussen de ministers Pronk en Brunings, tot volle tevredenheid van beide partijen.

Vorig jaar ging zo'n 160 miljoen gulden hulpgeld naar Suriname. Dit jaar zal dat 100 tot 120 miljoen gulden zijn. Het verschil zit hem alleen in het feit dat Suriname nauwelijks projecten heeft ingediend voor het investeringsfonds voor de particuliere sector.

Sinds het bestedingsoverleg van december vorig jaar is er niets veranderd in het Nederlandse beleid inzake Suriname. Of toch? Inmiddels ligt er het bij Interpol gedeponeerde arrestatiebevel tegen adviseur van staat Desi Bouterse wegens drugshandel en witwassen van crimineel geld. Maar dit bilaterale probleem - Paramaribo gaf te kennen dat het arrestatiebevel van tafel moest - was deze zomer toch al uitgepraat in Rio de Janeiro door minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en president Wijdenbosch? Dat moet dan schijn zijn geweest.

Tegenover de bezoekers van de manifestatie 'Handen af van Suriname' betrok de president het arrestatiebevel tegen Bouterse toch weer in de discussie. “Als wij beslissen dat iemand een job moet doen voor ons land, is het niet aan een ander land te bepalen waar zo iemand moet zitten.” Hier ligt dus kennelijk de ware reden voor de Surinaamse houding.

Nu heeft Nederland nooit geprotesteerd tegen Bouterse's benoeming tot adviseur van staat. Wel is het functioneren van de adviseur aan banden gelegd, omdat hij door het internationale opsporingsbevel zijn land niet meer uit kan. Omdat het uitgesloten lijkt dat Den Haag dit arrestatiebevel van tafel haalt is een patstelling bereikt in de betrekkingen tussen Nederland en Suriname.

Wijdenbosch gaf gisteren opnieuw hoog op van de “nieuwe vrienden” van Suriname, waaronder Indonesië en China. Maar zelfs op de door de staat gecontroleerde Surinaamse televisie is al vastgesteld dat de dure reizen van de Surinaamse autoriteiten naar deze en andere landen helemaal niets concreets hebben opgeleverd. De uitzending leidde onmiddellijk tot nieuwe speculaties over ruzie tussen NDP-voorzitter Bouterse en zijn partijgenoot Wijdenbosch.

Een breuk in de relatie met Nederland wil eigenlijk niemand in Suriname, al was het alleen al wegens de familiebanden over en weer. Paramaribo kan het ontwikkelingsgeld bovendien moeilijk missen. Twintig procent van de Surinaamse begroting komt uit Nederlandse hulpgelden.

Bouterse erkende gisteren dat er “geen draagvlak” is in zijn land voor een breuk met Nederland. Daarom moet die er volgens hem nu niet komen, ofschoon hij persoonlijk meent dat een breuk “goed” zou zijn voor Suriname.

Hoe verder? Misschien heeft minister Van Mierlo nu wel spijt dat hij Brazilië enkele maanden geleden niet vroeg Bouterse aan te houden, toen deze in dat land was.

    • Hans Buddingh'