Waakhond maakt eind aan 'Nederland kartelparadijs'

Het einde van het 'kartelparadijs' is nabij. De waakhond voor eerlijke concurrentie, de NMA, is gisteren geïnstalleerd.

DEN HAAG, 26 NOV. Om een binnenschipper een vrachtje staal van IJmuiden naar Maastricht te laten brengen is Hoogovens evenveel geld kwijt als voor dezelfde vracht van IJmuiden naar Bazel. Dat komt doordat de vrachtprijzen in het buitenland in de woorden van Hoogovens 'onderhandelbaar' zijn en in Nederland worden vastgesteld door de schippers op hun 'beurs'.

De komende jaren moet aan dergelijke kartels een einde komen, net als bijvoorbeeld aan de vaste (hoge) prijzen voor cd's, de vaste tarieven voor notarissen, de groothandelskortingen die apothekers in hun zak houden. De Nederlandse Mededingings Autoriteit (NMA) is gisteren met onder meer dat doel officieel geïnstalleerd als toezichthouder voor de eerlijke concurrentie.

“Wij zijn de bewakers van het belang van de consument en de hoeders van een economische democratie”, meent NMA-directeur mr. A. Kist.

De komst van deze 'kartelpolitie' betekent een radicale breuk met de manier waarop Nederland omgaat met de vrije markt. Dat de doop ervan heeft plaatsgehad op dezelfde dag dat de met oer-Hollandse tradities omgeven Elfstedenvereniging voorstelde het lidmaatschap ook voor buitenstaanders open te stellen mag dan ook symbolisch heten. “Een omslag in het mededingingsstelsel”, vindt minister Wijers (Economische Zaken) die de NMA ziet als een van zijn “mijlpalen”

Het concurrentiebeleid is heel lang exemplarisch geweest voor de Nederlandse consensuscultuur, waarbij de vertegenwoordigers van de zuilen tegenstellingen pacificeren. 'Soevereiniteit in eigen kring' kreeg in het bedrijfsleven de gedaante van kartelvorming. Binnenskamers zijn afspraken gemaakt over prijzen en marktverdeling om nieuwkomers buiten de deur te houden en de consument meer te laten betalen dan nodig is, met zwijgende instemming van de vakbonden en de Consumentenbond en met officiële toestemming van de overheid. 'Nederland kartelparadijs' heeft de econoom prof. dr. H. de Jong dit verschijnsel ooit gedoopt.

“Dit is een historisch moment. Nederland is nu geen kartelparadijs meer”, vindt oud-staatssecretaris Y. van Rooy van Economische Zaken (CDA).

Pagina 21: 'Economie krijgt meer dynamiek'

Van Rooy zat ooit in het bestuur van het sigarenkartel en was begin jaren negentig als bewindsvrouwe de initiatiefneemster voor de nieuwe mededingingswet, die op 1 januari 1998 van kracht wordt: “De Nederlandse economie krijgt meer dynamiek en wordt op enkele plaatsen 180 graden gedraaid. Doordat zwakke bedrijven niet langer beschermd worden, kunnen de sterkere overleven en dat levert veel werkgelegenheid op.”

De nieuwe wet verbiedt afspraken tussen concurrenten over marktverdeling en prijzen en tussen leveranciers en afnemers. De NMA kan een (tijdelijke) ontheffing geven voor het verbod op kartels voor bijvoorbeeld een jonge, innovatieve bedrijfstak of op grond van sociale of culturele belangen. De NMA onderzoekt fusies en overnames op de vraag of de nieuwe combinaties de concurrenten niet van de markt drukken. Na klachten of op eigen initatief kan de NMA een onderzoek instellen naar bijvoorbeeld machtsmisbruik door grote marktpartijen.

Onder de huidige wet zijn kartels toegestaan, tenzij deze strijdig zijn met het 'algemeen belang'. Begin jaren negentig telde het officiële kartelregister nog zo'n kleine 500 kartels, die volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) destijds “illegaal zouden zijn in de meeste OESO-landen”. Naast deze kartels voor onder meer melk, zilveruien, fietsen en kerkkaarsen waren er naar schatting nog enkele duizenden illegale kartels.

“Het gaat altijd om sectoren waar stagnatie en overcapaciteit is. De bouw, de drankensector, de voedingsmiddelen of oude chemietakken. Neem de cementindustrie waarmee we 30, 40 jaren van ellende hebben gehad met een kartel van Griekenland tot de Noordkaap”, zegt de econoom De Jong. In Nederland worden onder meer de transportsector (binnenvaart, taxi's), de energiesector (benzinestations) en de gezondsheidszorg (apothekers) gezien als kongsi's - net als de krantensector die voorlopig ontheffing heeft gekregen voor een marktafspraak.

Kartels maken niet alleen dat consumenten te veel betalen voor hun producten maar maken volgens economen ondernemers lui. Een hoge ambtenaar van EZ: “Toestaan dat de klant te veel betaalt is een impliciete subsidiëring van een onderneming of sector.”

Toen minister J. Zijlstra in 1958 de huidige Wet Economische Mededinging (WEM) aangenomen kreeg, golden nog andere maatstaven voor de vrije markt. Al in de crisisjaren had de regering ondernemingen aangemoedigd zich aaneen te sluiten in kartels in de sfeer van 'Koopt elkanders waar, dan helpen wij elkaar'. Bij de naoorlogse wederopbouw werd gestreefd naar vergelijkbare regulering, die ook ondernemingen in productschappen moest verenigen. Zijlstra's wet bood mogelijkheden voor verboden, maar de politieke stemming was er niet naar.

“Het was een idee van samen schouders eronder dat heel lang heeft bestaan”, meent de EZ-ambtenaar. “Het is de psychologie van het kleine land, dat moet opboksen tegen de grote (buur)landen. Bij de VOC was het al eendracht maakt macht en ook in de eeuwen erna was het idee, dat we het moeten hebben van innige samenwerking. Hadden we daaraan niet Koninklijke/Shell en Unilever aan te danken, wereldconcerns met een Nederlandse inbreng?”, zegt De Jong.

De omslag in het denken kwam met het aantreden van Van Rooy, die als CDA-politica toch een representant was van de consensussamenleving. “In die jaren begon de betekenis van globalisering door te dringen. Als de economie steeds internationaler wordt, kun je als land met een open economie niet de eigen markt dicht houden”, analyseert ze nu. Van Rooy schokte in 1991 het bedrijfsleven met een verbod op het fietskartel en kreeg een jaar later de wind mee toen 'Brussel' het Nederlandse bouwkartel forse beboette.

EZ begon kartels te schrappen uit het register en verschillende afspraken te verbieden. Wijers sleepte afgelopen zomer de nieuwe mededingingswet door het parlement. “Ook een beetje kroon op mijn werk”, vindt Van Rooy.

Toen Van Rooy begon met haar maatregelen heeft ze nog geregeld overleg gevoerd met Zijlstra, de maker van de oude wet. “Ik heb gevraagd: 'Kan ik dit wel doen?'. Hij zei: 'Je moet het doen!'. Zijlstra heeft me uitgelegd dat ook zijn wet veel meer gebruikt had kunnen worden om kartels aan te pakken, maar dat dit tot zijn verdriet al snel is verwaterd. Dat kan een les zijn voor de NMA. De eerste maanden zijn cruciaal, dan moet het instituut zich bewijzen.”

    • Karel Berkhout