Voor New York is 5 ton zenuwgas voldoende

ROTTERDAM, 26 NOV. Chemische wapens zijn op grote schaal alleen tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikt. Dit betrof uitsluitend verstikkende of blaartrekkende gassen zoals chloor- en mosterdgas. Deze gassen hebben een bijtende werking op de slijmvliezen van de ademhalingsorganen en op de ogen. Mosterdgas trekt ook blaren op de huid. Gebruik van deze strijdgassen maakt niet zozeer doden, als wel verminkingen.

Na de Eerste Wereldoorlog werden ook andere strijdgassen ontwikkeld, waaronder de zenuwgassen. Klassieke zenuwgassen, die al tijdens de Tweede Wereldoorlog in voorraad werden gehouden (maar nooit gebruikt), zijn tabun, sarin en soman. Later werden ook de V-gassen ontwikkeld die nog veel gevaarlijker zijn.

Zenuwgassen zijn vergelijkbaar met insecticiden. Zij werken in op het enzym acetylcholinesterase die een belangrijke rol in de prikkeloverdracht in de zenuwen vervult. Het enzym wordt onwerkzaam gemaakt waardoor de zenuwen verlamd raken. Vitale functies zoals ademhaling en hartslag vallen uit. Na enkele minuten treedt door adem- en hartstilstand de dood in.

V-gassen zijn bij kamertemperatuur vloeibaar maar bij verspreiding tamelijk vluchtig. Ze kunnen door de huid worden opgenomen. De dodelijke dosis is 15 milligram voor een volwassen mens. Om de wereldbevolking te elimineren - waarvan de Amerikaanse minister van Defensie gisteren repte - zou dan in theorie 100 ton net toereikend zijn. Voor de verspreiding van het gas is echter een veelvoud hiervan noodzakelijk. In gesloten ruimten, zoals kantoorgebouwen, winkelcentra en metrobuizen is 35 milligram per kubieke meter dodelijk. Bij terreuraanslagen op een grote stad als New York zou 5 ton voldoende zijn om mensen in deze openbare ruimten te vergassen. Verspreiding in de open lucht is minder effectief door de snelle verdunning door de wind. V-gassen zijn zeer persistent: als verspreide vloeistof kunnen ze maanden actief blijven.