Uitbreiden NAVO kan goedkoper

Na de euforie van de NAVO-top in Madrid in juli prijken de kosten van de uitbreiding van het bondgenootschap met Hongarije, Polen en de Tsjechische Republiek hoog op de politieke agenda. Naast de totale kosten van deze uitbreiding gaat het dan ook om de vraag naar de kostenverdeling tussen de Verenigde Staten, de huidige Europese leden en de nieuwe lidstaten. Kortom, een nieuwe variant op het aloude thema van burden-sharing binnen de NAVO.

De Franse president Chirac zette na de topconferentie in Madrid al direct de toon door te verklaren dat Parijs geen cent meer zal bijdragen aan de meerkosten van de uitbreiding. Tot dat moment had het kostenaspect voornamelijk in de Verenigde Staten aandacht gekregen. Terwijl de Amerikanen volop discussieerden over de kosten van een grotere NAVO, deed Europa er liever het zwijgen toe.

De diverse Amerikaanse rapporten die in de Verenigde Staten zijn verschenen, goochelen met getallen. Zo hangt als ene uiterste aan de duurste optie van het begrotingsbureau van het Amerikaanse Congres een prijskaartje van maar liefst 125 miljard dollar. Daartegenover bepleit de Potomac Foundation als ander uiterste een equal force enlargement. Dit houdt in dat de huidige lidstaten hun strijdkrachten reduceren tot een omvang vergelijkbaar met het militaire potentieel dat de nieuwe lidstaten gaan bijdragen. Deze optie brengt uiteraard weinig extra kosten met zich mee.

Dat de rapporten over de kosten van uitbreiding tot zeer verschillende uitkomsten komen is niet verwonderlijk. De schattingen van de kosten zijn immers in hoge mate afhankelijk van de vooronderstellingen waarvan men uitgaat. Zo gaat de eerder genoemde optie van 125 miljard dollar uit van een Koude Oorlog-scenario dat onder meer het permanent stationeren van buitenlandse troepen op het grondgebied van de nieuwe lidstaten noodzakelijk maakt. Zoals inmiddels bekend is, zal de NAVO echter geen buitenlandse troepen in de nieuwe lidstaten stationeren.

Ook andere factoren spelen een rol. Zo vallen - niet geheel toevallig - de schattingen van de tegenstanders van uitbreiding hoger uit dan die van de voorstanders. En bondskanselier Kohl vindt het niet zo verwonderlijk dat zoveel kostenstudies in de VS zijn gemaakt omdat daar de grootste financiële belangen van de industrie liggen. De val van de Muur en de daaruit voortgekomen opheffing van het Warschaupact heeft geresulteerd in een daling van 50 procent van de wapenaankopen door het Pentagon. Menig wapenfabrikant denkt nu veel geld te kunnen verdienen in Praag, Boedapest en Warschau. Maar zover komt het waarschijnlijk niet. De voorzitter van het Militair Comité van de NAVO, de Duitse generaal Naumann, verklaarde eerder dit jaar dat het lidmaatschap uiteraard met kosten gepaard gaat. “Maar dit houdt niet in dat de nieuwe leden moeten beginnen aan een ambitieus bewapeningsprogramma”, aldus Naumann. De Amerikaanse regering stelde zich tot voor kort nog op het standpunt dat de kosten van de uitbreiding ongeveer 35 miljard dollar zouden bedragen. De Verenigde Staten zouden daarvan niet meer dan twee miljard dollar voor hun rekening nemen. De nieuwe leden zouden 17 miljard dollar moeten opbrengen en de huidige Europese NAVO-landen 16 miljard dollar.

Waarschijnlijk heeft de Amerikaanse minister van Defensie, Cohen, mede wegens de Europese kritiek tijdens de recente bijeenkomst van ministers van Defensie in Maastricht, onlangs voor een senaatscommissie verklaard dat de Europeanen waarschijnlijk gelijk hebben dat de Amerikaanse schattingen van de uitbreidingskosten te hoog zijn. Uit nader onderzoek is namelijk gebleken dat de nieuwe lidstaten beter op de NAVO zijn voorbereid dan men tot voor kort dacht. Zo heeft Hongarije al aangetoond dat het F-16 gevechtsvliegtuigen kan opvangen en huisvesten op de vliegbasis Kecskemet. Dat komt neer op minder aanpassingen van de vliegvelden.

Vooral van belang is dan ook dat de nieuwe lidstaten in staat zijn militaire operaties met de NAVO uit te voeren en dat ze deel kunnen uitmaken van de bevels- en controlestructuur. Dit vereist onder meer adequaat Engels taalonderricht, het voorbereiden van stafofficieren op functies binnen multinationale hoofdkwartieren en de introductie van op de NAVO-systemen afgestemde communicatie-apparatuur en luchtverdediging.

Hongarije, Polen en de Tsjechische Republiek hebben in het kader van 'Partnership for Peace'-activiteiten, zoals multinationale militaire oefeningen, en hun deelname aan SFOR in Bosnië reeds belangrijke ervaring opgedaan op het gebied van interoperabiliteit. Mede gezien de huidige veiligheidssituatie in Europa, waarin op korte en middellange termijn geen grote militaire dreiging wordt voorzien, kunnen de kosten van uitbreiding dan ook veel bescheidener zijn dan de Amerikaanse rapporten tot voor kort deden vermoeden.

    • C. Homan