Schmitz stuurt eerste Irakezen Nederland uit

ROTTERDAM, 26 NOV. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) is begonnen met het intrekken van de vluchtelingenstatus van Irakezen die tegen de regels in kennelijk naar Irak zijn teruggeweest. De Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van justitie heeft begin september de Koerdische Irakees Farhad Mohammed Obed (29) zijn A-status afgenomen. Na hem hebben nog twee andere Irakezen hun A-status verloren.

Het is de eerste keer dat Justitie de vluchtelingenstatus heeft ontnomen van vreemdelingen die naar Noord-Irak zijn teruggeweest, zo bevestigt een woordvoerder van het ministerie. Al jaren doen verhalen de ronde dat in Nederland verblijvende vluchtelingen naar hun vaderland terugkeren voor vakantie en familiebezoek, of om gezinsleden op te halen. Staatssecretaris Schmitz gaat daar nu straffer tegen optreden.

De advocaat van Obed, mr. D. van der Wal, heeft bezwaar aangetekend tegen de intrekking. Justitie heeft daarop de Adviescommissie Vreemdelingenzaken om een advies gevraagd. Als die commissie zich achter het besluit van de staatssecretaris schaart om Obed zijn A-status te ontnemen, zal Justitie proberen nog vele tientallen Irakezen hun status af te ontzeggen, aldus de zegsman van het departement.

Schmitz schreef de Tweede Kamer vorige week dat ze een onderzoek is begonnen naar de mogelijkheid de vluchtelingenstatus in te trekken van ten minste zeventig Irakezen. De staatssecretaris meldde de Kamer over bewijzen te beschikken dat deze zeventig, allen zogenoemde A-statushouders, dit jaar tegen de regels in de grens tussen Turkije en Irak zijn overgestoken.

Een woordvoerder van Justitie verklaarde bij die gelegenheid dat het de eerste keer is dat het ministerie studeert op intrekking van de vluchtelingenstatus voor Irakezen. Naar nu blijkt is in september al een begin gemaakt met die intrekking.

De IND is tot intrekking van de vluchtelingenstatus van Obed overgegaan omdat in zijn paspoort stempels zijn aangetroffen van de Turkse autoriteiten bij de grens tussen Turkije en Irak. Justitie beschouwt die stempels als bewijs dat Obed is teruggeweest in Irak. Na gehoor is gebleken dat Obed bij de aanvraag van zijn politiek asiel enkele jaren geleden onjuiste informatie heeft verschaft, namelijk dat hij bij terugkeer naar Irak zijn leven in gevaar zou brengen. De vreemdelingenwet biedt Justitie in zo'n geval de mogelijkheid de A-status in te trekken.

Vorige maand bevestigden de twee Turkse consulaten in Nederland dat alleen al dit jaar tot nog toe 1.500 keer een zogenoemd dubbel transitvisum is verstrekt aan Iraakse vluchtelingen. Een medewerker van het consulaat in Deventer zei dat deze visa “vrijwel allemaal” worden gebruikt om Noord-Irak in en uit te komen. Vele honderden vluchtelingen zouden op deze manier dit jaar Irak hebben bezocht. Ook Obed reisde met zo'n dubbel transitvisum.

Obeds raadsman Van der Wal bestrijdt de lezing van de IND dat zijn cliënt in Irak is teruggeweest. Volgens de advocaat is Obed eind maart wel vlakbij de grens met Irak geweest (om zijn vrouw en kinderen uit Irak op te halen in het kader van gezinshereniging), maar is hij, anders dan de Turkse stempels in zijn paspoort doen vermoeden, de grens niet overgestoken. Omdat het ophalen van zijn gezin door een Turkse reisagent langer ging duren dan de 72 uur die Obed volgens het dubbel transit visum in Turklije mocht blijven, heeft hij volgens zijn raadsman een Turkse ambtenaar omgekocht om de gewraakte stempels in zijn reisdocumenten te krijgen en daarmee een boete van de Turkse overheid te ontlopen. De IND hecht weinig waarde aan dit verweer, te meer daar het bedrag dat Obed aan steekpenningen uitgaf hoger zou zijn geweest dan de boete die hij met deze steekpenningen zou hebben vermeden.

Het was uiteindelijk de douane in Düsseldorf die de Koninklijke Marechausse in Zevenaar inschakelde toen Obed op 17 april na terugkomst uit Turkije in Duitsland landde en paspoortstempels bleek te hebben van de Turks-Iraakse grens. Op 19 mei is Obed op het politiebureau van Leeuwarden over de zaak verhoord. Op 23 september is hem de beschikking overhandigd waarin stond dat hem zijn vluchtelingenstatus is ontnomen en dat hij binnen vier weken Nederland uit moest.

    • Geert van Asbeck