Perspectieven voor de illegale alcoholstoker

De Europese Unie kent van oudsher heel uiteenlopende opvattingen over belastingheffing binnen haar grenzen. Hoewel ze economische en politieke eenheid belemmeren, zijn afwijkende belastingregels een goed middel om investerende bedrijven te lokken. Harmoniseren betekent niet alleen het opgeven van economische voorsprong, maar ook het inleveren van een eigen benaderingswijze ten gunste van een meerderheidsvisie.

Dat speelt zelfs nog op terreinen waar de harmonisatie al tientallen jaren op gang is, zoals bij de accijnswetgeving. Daar dreigt de Europese visie een klap toe te brengen aan de succesvolle manier waarop Nederland de illegale alcoholstokerijen aanpakt.

De accijnswetgeving is in alle landen van de Europese Unie ongeveer gelijk. Eigen inbreng is alleen mogelijk voor zover men niet afwijkt van de zogenaamde accijnsrichtlijn. Een van de uitgangspunten in die bindende Europese wet is dat de producent (legaal of illegaal) voor de accijns van alcoholische drank moet opdraaien. Medeplichtigen van een illegale producent worden ook aangepakt, maar niet via de accijnsheffing maar door de politie en de strafrechter. Vanouds denken we daar in Nederland anders over. De rechtshandhavers in ons land hebben ontdekt dat de belastingwetgeving de gelegenheid biedt overtreders soms veel harder te treffen dan de strafrechter doet. De bewijsregels zijn soepeler en bovendien zijn belastingaanslagen en de vaak daarmee samenhangende fiscale boetes makkelijk meer dan tien keer hoger dan de boetes van de strafrechter.

Een champignonkweker met een illegale alcoholstokerij in zijn schuur kreeg zowel met de strafrechter als de belastinginspecteur te maken. Volgens de kweker had iemand voor 500 gulden per maand zijn schuur gehuurd. Hij had de betrokkene ook wel eens geholpen met het uitladen van vaten, maar over de identiteit van de geheimzinnige huurder kon de kweker geen duidelijkheid geven. Toen de politie binnenviel en een complete stokerij oprolde met een voorraad van meer dan 3.000 liter jenever, stond de kweker paf dat de mysterieuze man er zulke dubieuze praktijken op nahield, uitgerekend in zijn champignonschuur. De politie is er van overtuigd dat de huurder helemaal niet bestaat. Steeds als men een alcoholschuur binnenvalt, verklaart een stomverbaasde boer dat hij niets afweet van de illegale bedrijvigheid in zijn verhuurde schuur. Voor de strafrechter kwam justitie in dit geval evenwel niet verder dan het bewijzen van medeplichtigheid aan het illegaal stoken van alcohol.

De kweker kreeg enkele maanden gevangenisstraf. Maar er stond hem nog meer te wachten. De fiscus legde een aanslag van ruim een ton op voor alcoholaccijns over de in beslag genomen jenever. In beginsel hoeft alleen de producent die accijns te voldoen en het viel niet te bewijzen dat de champignonkweker de alcohol had gestookt. Dat harde bewijs is evenwel niet nodig voor een belastingaanslag. Voor de belastingrechter in Den Bosch was het voldoende dat het hele verhaal van de mysterieuze huurder 'ongeloofwaardig' was. De fiscus kon de ton aan belasting bij de kweker innen. De strafrechtelijke veroordeling weerhield de belastinginspecteur er van ook nog eens een boete van een ton op te leggen. Dat zou een dubbele straf zijn en dat mag niet. De aanslag zelf wordt wel als straf ervaren, maar is dat formeel niet.

Hoe had de fiscus ervoor gestaan als de kweker wel een geloofwaardig verhaal had opgedist? In de praktijk lukt het de boeren die hun schuur 'verhuren' vaak om het zo te draaien dat een derde en niet zijzelf als producent te boek staan. De fiscus gaat dan voor een ander anker liggen. De wetgever heeft namelijk iedereen die de alcohol 'voorhanden heeft', bijvoorbeeld in zijn al dan niet verhuurde schuur, gelijkgeschakeld met de producent. Daardoor kan hij een aanslag krijgen. Die gelijkschakeling vormt een fundament van de bestrijding van illegale alcoholstokerijen. Ongeacht of de politie de producent op heterdaad betrapt, kan de fiscus zo'n grote financiële klap uitdelen dat menigeen op voorhand afziet van het opzetten van een lucratieve stokerij.

Die benadering is wel succesvol, maar zij komt in aanvaring met de Europese regels. Dat ontdekte advocaat-generaal Van den Berge, onafhankelijk adviseur van de Hoge Raad, die zich eens goed in deze regels heeft verdiept. De Europese accijnsrichtlijn kent namelijk helemaal geen mogelijkheid om bewijsproblemen te omzeilen door het oprekken van de accijnsheffing. Als de fiscus accijns wil heffen, moet hij bij de producent zijn en bij niemand anders. Het probleem dat er zelden een producent wordt betrapt met de drank nog aan zijn handen, mag de overheid niet oplossen via het makkelijke omweggetje van de belastingheffing. Nederland moet dus de zelf ontwikkelde aanpak inleveren ten gunste van de afwijkende opvattingen elders in Europa. Die hebben we met de accijnsharmonisatie binnengehaald.