Nieuwe zakelijkheid

EEN VIJFDE REPUBLIEK wenste de voormalige Surinaamse legerleider Bouterse zijn mensen deze week toe bij de viering van onafhankelijkheidsdag. Dat is een hoog gemiddelde voor tweeëntwintig jaar als zelfstandige staat en dat geeft te denken. Gedurende een groot deel van deze periode heeft Bouterse direct of indirect verantwoordelijkheid gedragen voor het bestuur van zijn land.

Veel heeft dat het arme Suriname niet geholpen. Onrecht uit het verleden blijft intussen weggestopt. Bouterse's suggestie de bordjes weer eens te verhangen, getuigt van een diepere onrust in het land. Te vrezen valt alleen dat dit de onrust van een narcostaat is.

Inmiddels heeft president Wijdenbosch de contacten met Nederland op ministerieel niveau informeel bevroren. Hij wil eerst een gesprek met premier Kok. Met reden heeft deze laatste beleefd doch laconiek gereageerd. De ontwikkeling in Suriname laat Nederland weinig keus. Het kabinet heeft bij de jongste verkiezingen geen geheim gemaakt van zijn voorkeur voor de zittende president Venetiaan. Er zijn echter grenzen aan de steun. Venetiaan heeft zijn Nieuwe Front uit elkaar laten spelen met als gevolg de regering-Wijdenbosch. Deze heeft direct het accent gelegd op verzakelijking van de contacten. Dat was welkom, want noch Suriname noch Nederland heeft er veel aan dat het moederland voortdurend als totempaal voor de jonge onafhankelijke staat blijft fungeren.

HET LOSLATEN van de vanzelfsprekendheden van de “bijzondere relatie” valt niet alleen Paramaribo minder gemakkelijk dan het wordt voorgesteld. In Den Haag zijn er nog steeds Kamerleden die wel erg goed weten hoe het moet in “Nederlands eigen buitenland”. De gedachte ergens werkelijk gewicht in de schaal te kunnen leggen, heeft ook zo zijn aantrekkingskracht op bewindslieden. Toch is het inderdaad tijd voor een nieuwe zakelijkheid, gebaseerd op reële gemeenschappelijke belangen. De grote Surinaamse gemeenschap in Nederland bijvoorbeeld met zijn talloze familiebanden overzee en de nooit geheel vergeten droom van terugkeer.

Deze intensieve persoonlijke betrekkingen zijn een groot consulaat-generaal in Paramaribo waard, maar niet een superambassade. Een zakelijker formaat van Nederlands diplomatieke vertegenwoording in het land van Desi Bouterse volstaat. Al zal daaraan wel een politieverbindingsofficier moeten worden gekoppeld. Zo'n contact is in elk geval nuttig voor de Nationale antidrugsraad - plus “goedbewapende narcoticabrigade” - die Wijdenbosch vorig jaar in zijn regeringsverklaring aankondigde.

DE FINANCIËLE STEUN vormt steeds minder een reden voor speciale betrekkingen. Het bij de onafhankelijkheid toegezegde en na de decembermoorden aanvankelijk bevroren stuwmeer aan ontwikkelingsgeld nadert gestadig zijn eind. Gelukkig daagt nu ook in Den Haag het besef dat de laatste fase wellicht beter zou kunnen worden overgedragen aan een internationale instelling als de Wereldbank. Dan kan Suriname alvast wennen aan het uur der waarheid dat onverbiddelijk aanbreekt na afloop van de gegarandeerde steun uit het voormalige moederland. Inmiddels is in 1993 al wel een Raamverdrag gesloten dat als enig in zijn soort (“sui generis”) werd betiteld. Dit laat de betrekkingen veel ruimte. Maar bij nieuwe zakelijkheid past niet een semi-automatische betaalverplichting.