Na harde kritiek Suriname; CDA en VVD twijfelen over hulp Suriname

DEN HAAG, 26 NOV. De Tweede-Kamerfracties van CDA en VVD betwijfelen of het lopende Nederlandse hulpprogramma nog wel onveranderd kan worden voortgezet na de harde kritiek van de Surinaamse regering op Nederland en na haar verwijten over mogelijke betrokkenheid van Den Haag bij de couppoging van vorige maand in Paramaribo.

Ook de fracties van PvdA en D66 maken zich zorgen, maar zij pleiten voorshands voor geduld van Nederlandse kant. Voor D66 speelt daarbij mede een rol dat de Nederlandse hulp zo'n 70 procent van het Surinaamse overheidsbudget uitmaakt.

Vooruitlopend op een overleg met de regering over de verslechterde relatie met Suriname, vanmiddag, zei het Kamerlid Weisglas (VVD) gisteren dat hij niet uitsluit dat de kritiek uit Paramaribo zal leiden tot het “opdrogen” van de Nederlandse ontwikkelingshulp.

De CDA'er Verhagen zou het zover niet willen laten komen. Hij wil niet dat de Surinaamse bevolking de dupe wordt van de anti-Nederlandse houding van president Wijdenbosch en van de adviseur van staat en oud-legerleider Bouterse. Verhagen zou daarom een volgens het Surinaams-Nederlandse Raamverdrag van 1992 (1,3 miljard) nog uitstaande bedrag van 600 miljoen uit de bilaterale sfeer willen halen en voor besteding daarvan de Wereldbank willen inschakelen.

Over de besteding van die hulp had minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking), die begin volgende maand naar Paramaribo zou gaan, in vooroverleg met zijn Surinaamse collega al op hoofdzaken overeenstemming bereikt. Die hulp betrof investeringssteun en verbetering van het elektriciteits- en waterleidingbedrijf.

Maar president Wijdenbosch eiste twee weken geleden eerst nader overleg “op het hoogste niveau” met de Nederlandse regering over “grijze vlekken” in de bilaterale relatie. Pas na zulk overleg zou Pronk eventueel welkom zijn, zei hij toen.

Aangenomen werd dat Wijdenbosch premier Kok naar Paramaribo wilde laten komen om te praten over het afgelopen zomer door Den Haag via Interpol aangemelde internationale arrestatiebevel tegen Bouterse wegens drugssmokkel en het witwassen van daarmee verdiend geld, alsook over de Nederlandse bezorgdheid over de behandeling van 25 Surinamers die van de couppoging worden verdacht.

Net als PvdA en D66 menen VVD en CDA dat de Nederlandse regering er goed aan heeft gedaan door zich desgewenst tot overleg met Wijdenbosch bereid te verklaren maar dan wel in Den Haag.

Volgens Weisglas en Verhagen had minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) echter wel een stap verder mogen gaan en van de Surinaamse regering moeten eisen dat zij afstand neemt van verwijten als zou Nederland bij de couppoging betrokken zijn geweest.