Mollen mania

Ouders spenderen gemiddeld jaarlijks zo'n driehonderd gulden aan speelgoed per kind. Althans volgens de berekeningen van de Nederlandse speelgoedbranche. Ik herinner me dat cijfer uit een krantenartikel, waarin de speelgoeduitgaven van verschillende landen werden vergeleken (Nederlandse ouders scoorden relatief laag, omdat ze graag goedkope rotzooi kochten).

Enigszins zelfvoldaan stelde ik vast dat die ƒ 300,- per kind bij ons thuis toch mooi niet gehaald werd. Een overdaad aan speelgoed duidt op verwennen of in ieder geval een luie manier van opvoeden. Is het niet beter voor een kind als het nog iets te wensen overhoudt?

Maar later bedacht ik dat je in een mum van tijd aan ƒ 300,- zit. Je hebt elk jaar een verjaardag en elk jaar Sinterklaas. En dan ook nog de verjaardagspartijtjes van andere kinderen. Als je kind zes keer per jaar voor een kinderpartijtje wordt uitgenodigd, kost je dat zesmaal ƒ 15,-, zijnde de richtprijs voor een acceptabel cadeautje. Die investering van ƒ 100,- krijgt je kind op z'n eigen verjaardagspartijtje dubbel en dwars weer terug, want daar verschijnt minimaal iedereen bij wie hij eerder was uitgenodigd.

Je kunt je ook afvragen of de relatie tussen materiële overvloed en verwend zijn wel zo sterk is als pedagogen vrezen. Ik heb in de loop der jaren heel wat kinderen meegemaakt die naar mijn eigen maatstaven omkwamen in de spullen, aan wier neus blijkbaar nooit iets begerenswaardigs voorbij ging, en die zich desondanks vriendelijk, gezellig, voorkomend en sociaal gedroegen. Uitpuilende speelgoedkasten, weekendjes Disneyland alsof het niks kost en toch geen verwende krengen. Misschien staat een goede opvoeding wel helemaal los van materiële toegeeflijkheid.

Met dit frisse inzicht begaf ik me naar de speelgoedwinkel om daar eens onbekommerd toe te slaan met het oog op de naderende Sinterklaas. Maar sterker dan bij vroegere gelegenheden raakte ik gedeprimeerd onder de overstelpende hoeveelheid schreeuwerig gekleurde rotzooi. Ik wierp een blik op het verlanglijstje en huiverde: star shine, space robot, aquazone, gorilla grupgraag, willem wiebel, mollen mania, kippenvel, ben ik een banaan.

Volstrekt overbodige variaties op allerlei onzin die ze allang in huis hebben zonder er veel plezier aan te beleven. Het probleem van dit lijstje, waarvoor mijn zoontje op mijn verzoek toegewijd de speelgoedcatalogus heeft doorgevlooid, is dat ik het bij me moet hebben in de winkel, want ik ben niet in staat te onthouden wat er op staat. Sterker nog, als je hem vraagt wat hij voor Sinterklaas wil krijgen, moet hij eerst zijn lijstje consulteren, omdat hij vergeten is wat hij ook al weer opgeschreven had. Als ik vervolgens cadeautjes koop, moet ik dat precies noteren, anders vergeet ik onmiddellijk wat ik voor wie heb aangeschaft. En als het eenmaal met gepast enthousiasme uitgepakt is en oma een dagje later informeert wat ze gekregen hebben, dan zijn ze de helft alweer vergeten!

Blasé of niet, de echt leuke dingen hebben ze al en dus komt elke volgende Sinterklaas neer op het rondpompen van nog meer zinloosheid. Mijn weerzin tegen de aanschaf van op voorhand vergetenswaardig speelgoed wordt zo groot, dat ik besluit eerst iets eenvoudigs te kopen. 'Mag ik van jou het stadhuis van Groningen?' roepen mijn kinderen tegen elkaar, citerend uit Jan, Jans & de kinderen. Zij behelpen zich met een Jip & Janneke minikleuterkwartet. Wat zij kunnen gebruiken is het Nederlands Stedenkwartet. Flinke stapel kaarten, mooie plaatjes, zelf als kind ook met veel plezier mee gespeeld.

In vier speelgoedwinkels geweest. Nergens een Nederlands Stedenkwartet te vinden. Alleen Disney-derivaten en kwartetten met afbeeldingen die op kleuters zijn afgestemd: Sesam Straat, jonge dieren, sprookjes met kleurcodes omdat de doelgroep niet kan lezen. Het kwartetspel is kennelijk een in leeftijd sterk gezonken cultuurgoed.

De tijd dringt. Het 5 december-ritueel moet worden voltrokken. Laat ik mijn calvinisme voor mezelf bewaren en niet de kinderen ermee lastigvallen. Balorig gooi ik mollen mania in het winkelmandje.